Voorbij die eenzaamheid

Als een schelp op een verlaten strand,
omringd door voetafdrukken in het zand,
lijk ik te schreeuwen als in een hartekreet,
wat niemand hoort, niemand weet

Zit ik hier tussen vier witte muren
die opdringerige eenzaamheid weg te turen
aan het gedekte tafeltje van mijn leven
soms wil ik er zo de brui aan geven

Als een vlinder in het holst van de nacht,
zoek ik een kier voor mijn toverkracht,
me die tijdelijke eeuwigheid aan te meten,
alsof ik word gedwongen mijn eenzaamheid maar te vergeten

Zo wacht ik stilletjes op een wonder,
van doorbroken muren in het bijzonder,
en besef dat ik toch met een lach en een traan,
mezelf overlevend door die eenzaamheid laat gaan

Als een hond die vragend pootjes geeft,
en af en toe naar een aanraking streeft,
zo draai ik de rollen soms weer om,
louter omdat ik die verrekte eenzaamheid verdom.

Leegte

In de verte zie ik hem aan komen lopen met zijn gekromde rug. Ik moet altijd grinniken om zijn pertinente weigering om dan toch maar een rollator ter hand te nemen, zelfs nu hij al ver in de tachtig is.

Sinds kort is hij weduwnaar. Zijn vrouw heeft jaren geleden aan Alzheimers en later ook Parkinson. Hij heeft haar minstens acht jaar intensief verzorgd.

Ik kan me heel goed voorstellen in welk een leegte hij nu terecht komt. Vandaar dat ik het niet laten kan, hem telkens weer – zelfs tijdens een korte begroeting – mezelf aan te bieden als eventuele hulp. Maar ergens weet ik – deep down – dat hij te trots zal zijn mijn hulp ooit te vragen. Maar toch, omdat zijn twee zoons verder weg wonen zal hij vast wel behoefte hebben aan wat hulp en bezoek af en toe.

Trouw nam hij zijn vrouw steeds op sleeptouw. Eerst vanuit huis, en toen dat niet langer kon, vanuit het verzorgingstehuis.

Acht jaar lang hoorde hij bijna volmaakt gecreëerde drama’s aan, die ontstonden vanuit Alzheimer.
Zijn vrouw had gruwelijke wanen en zag bezoek en hoorde gesprekken, die nooit hebben plaats gevonden. Meermaals heb ik haar in de grootste paniek terug weten te begeleiden naar haar huis als de deur eens onverhoeds openstond en zij er in haar eentje op uit trok. Altijd op zoek naar iets, wat ze zelf in de gauwigheid al weer snel vergeten was. Ik kan je niet vertellen wat die hulpeloosheid en onmacht met mij deed, laat staan de mens die daar vierentwintig uur per dag mee te maken heeft.

In zo’n verzorgingstehuis wordt je behandeld voor de klachten die je hebt en zijn eventuele nieuwe kwalen niet echt een reden om uit te zoeken of op te lossen. Vandaar dat die nieuwe kwaal al snel heeft geleid tot een soort versnelde vorm van euthanasie. Ergens is dat voor mij nu al een wrang vraagstuk, want hoe levend kom je ooit uit dat verzorgingstehuis?

Vaak vraag ik me af, stiekem en oprecht, hoe ik eens aan zijn voordeur zal staan en zal aanbellen. Met een bos bloemen of omdat hij een man is, liever toch een goede fles wijn. Om maar even in huis te vallen en te zien of ik zijn kersverse leegte – al was het maar voor een klein moment – kan doorbreken.

En weet ik, dat ik dan beslist die duikeling zal maken over zijn deurmat. En zal gaan stotteren vanwege de verlegenheid die ik met me mee breng…

Sign of the times: eenzaamheid

Gisteren was ik oprecht blij verrast dat mijn moeder als senior van onze maatschappij een geduchte voorlichting kreeg van de Brandweer. Deze man liet niets aan het toeval over, en controleerde zelfs de verwarmingsketels op koolmonoxide-uitstoot. Dat was gelukkig niet aan de orde, want de ketel had onlangs een beurt gehad.

Hij wist zelfs mij te vertellen dat die iMac heus niet aan hoeft te blijven de ganze nacht, want ook beeldschermen kunnen spontaan vlam vatten. En die droger die ik vaak ’s nachts laat draaien omdat ik me zo erger over de gruwelijke herrie die het ding produceert, da’s eigenlijk een heleboel dom en zeer slecht idee van me. Brandmelders in de gang en in de slaapkamer zijn zo slecht nog niet. Roken in bed is helemaal out of the question. En weet jij, dat jij bij brand thuis je mond dient te bedekken met iets wat je beschermt, want dat inademen van die verrekte rookontwikkeling is vaak al funest. En voorts, weet jij dat je ook in het verste hoekje van je balkon kan vluchten en mag schreeuwen om hulp als de boel in de hens staat?

Nogmaals, ik vind dit soort presentaties bij de mens thuis een positieve ontwikkeling.

Deze man verontschuldigde zich in eerste instantie omdat hij ietwat te laat arriveerde. Hij had echter een gedegen excuus. De ‘cliënt’ die hij daarvoor bezocht had, was erg eenzaam en stortte zijn hele narigheid uit bij hem. Niet dat het deze professional verbaasde, want hij constateerde ietwat droogjes dat ‘eenzaamheid’ onder de burgers, Nederlands grootste vijand is. Ergens is dat het teken aan de wand van onze maatschappij.

Ik wil en móét dan direct actie ondernemen.

Kreeg direct die opwelling. Deze job leek me uitgesproken op mijn lijf geschreven te zijn, dus diende ik direct bij hem een open sollicitatie in. Helaas staat men te dringen voor dit soort functies, en kon hij me al bij voorbaat geen belofte doen. Maar hij zei erbij, dat mocht ik een oplossing kunnen bedenken voor het begrip eenzaamheid dat ik dan direct los mocht gaan.
Sindsdien ga ik in gedachten helemaal op in mogelijke oplossingen.

Ik ben nu heel benieuwd, hoe mijn lezers hun eigen ‘eenzaamheid’ of bij anderen ervaren. En wat jij denkt, wat we als medemens voor elkaar kunnen betekenen?

Tevreden

Zwijgend keek ze haar psych aan. Ze wist helemaal niet meer waarom ze hier eigenlijk was. Liefst had ze zich weer naar de wachtkamer begeven om zich over te geven aan een Donald Duck. Ze schudde haar manen eens.

‘Wil je erover praten?’ vroeg de psych met een wenkbrauw opgetrokken, nog net vriendelijk genoeg, maar wel vreselijk professioneel ogend.
‘Nee,’ dacht ze. ‘Liever niet!’ Maar waarom zat ze hier dan?

Gisteravond en de avonden daarvoor was ze in een vreselijke stemming geweest. Alle kussens in haar huis hadden het moeten ontgelden. En bijna waren al het servies en wat frutsels die het huis sierden het slachtoffer geweest. De bui had zich zomaar ineens aangediend, zonder dat ze werkelijk wist wat de reden erachter was. Dus de volgende morgen was ze naar haar huisarts gegaan en had onverwijld dat verwijsbriefje naar een psycholoog gekregen. Om eens over haar toestand te praten, zei de huisarts nog.

‘Praten,’ dacht ze. ‘Doen niet alleen psychisch zieken dat?’

Hoe ze ook nadacht over haar situatie, ze kwam er niet uit. Uiteindelijk ging het gesprek over haar werk – biechtte ze op dat ze een workaholic was met weinig familie en goede vrienden – en overige koetjes en kalfjes. De minuten tikten voorbij. Ze maakte zich absoluut geen illusie over de geveinsde interesse van deze psych. Dat had ze vaker voorbij zien komen dan haar lief was. En dus meldde de zielenknijper na vijftig minuten dat haar tijd op was. Of ze nog een afspraak wilde…?

Ze stapte op de fiets en reed richting haar werk. Er lag onvermijdelijk een grote stapel aan taken op haar te wachten. En als altijd zou ze die kwijten, zonder er al teveel over na te denken. Terwijl ze reed hoorde ze plotseling die klap aan de overkant. Een wat oudere dame was met haar scootmobiel op drie wielen van de stoep gereden en gekanteld. De vrouw bleek toen ze naderbij kwam om eerste hulp te bieden een vervelend bloedende wond aan haar hoofd te hebben. Ze maande de vrouw om te blijven liggen, terwijl ze met haar vrije hand 112 belde.

Nog een autobestuurder stopte langs de kant van de weg. De man stapte uit, en begon gelijk zijn overwicht uit te oefenen. De vrouw moest gaan zitten en kreeg wat te drinken uit zijn flesje water. Nog wat ellendige minuten – en veel bemoeienissen van hem – later kwam een ambulance met zwaailichten en sirene met spoed aangereden. Eigenlijk hoefde ze zich nergens zorgen om te maken. De beste man nam het woord en de ambulance-medewerkers negeerden haar. Eigenlijk was ze daar best pissig om, maar ze nam zich voor geen scène te beginnen in deze situatie. Dus stapte ze weer op de fiets en reed weg. Zonder gedag te zeggen. Dat dan weer wel.

Die avond belde een kennis onverwachts op. Niets vermoedend van haar belevenissen van die dag stortte ze haar hele hart bij haar uit. En het duurde dan ook niet lang, voordat de kennis zei dat ze wel even aan zou wippen om haar verhaal aan te horen. Daar schrok ze wel van. Ze had immers niets in huis om de visite aan te bieden, dus toog ze snel naar de nabijgelegen Jumbo om haar toch iets te kunnen serveren.

Die avond praatte en huilde ze als nooit tevoren. Die inmiddels goede kennis had immers door gekregen dat praten – al is het maar met een wildvreemde – soms enorm kan opluchten. Want als eenzaamheid op de loer ligt, is tevredenheid ver te zoeken.

Eenzaamheid

Ik ken momenten van armzalige eenzaamheid, overdag, als familie en vrienden of kennissen wel gewoon hun takenpakket buitenshuis hebben. En het lijkt erop of ik me ertegen heb leren wapenen.

Voor mij is Sociale Media een uitkomst gebleken. En de meest eerlijke vorm daarvan – Twitter.com – een wijze waarop ik me niet noodzakelijkerwijs hoef te laten horen, maar waardoor ik wel het gevoel heb toch midden in het leven te – blijven – staan.

De wereld is er een opener terrein door geworden. Het is ook ruimer geworden qua blikveld. Al die mensen waarvan je alleen hun foto ziet, kregen een karakter door hun openbare uitingen.

Omdat ik berichten zie van andere mensen. Omdat men zich daar dan tenminste moeite getroost om toch ook die mens achter zichzelf te laten zien, zonder façades. Zonder dat men zich alleen maar van de mooie kant laat zien, maar ook blijk geeft van momenten dat het even iets minder gaat.

Zonder die Sociale Media zou ik me louter binnenshuis verschansen. Waarschijnlijk dagen, uren, seconden, géén mensen tegenkomen, tenzij ik expres naar de supermarkt ga. Al was het maar voor een kleine aankoop. Waar ik dan zie dat mensen – waarschijnlijk met dezelfde achtergrond – een wanhopige babbel beginnen met een ongeïnteresseerde caissière die haar tijd liever niet verdoet aan gezelligheid.

Ik besef boven alles dat het mijn eigen houding is. En dat mijn introverte ikke meer haar best moet doen om naar buiten te treden. Ik heb voor mezelf een vlijtiger aard ontwikkeld omdat bezig zijn en blijven me ervan afleidt.

Er zijn nog steeds momenten dat ik die gruwelijke eenzaamheid vrees. Bijvoorbeeld als ik eraan denk dat mijn moeder ooit het leven zal laten. En tegelijkertijd realiseer ik me dan dat het vrezen voor, en aandacht schenken aan, me terug brengt in een modus die ik zeker niet verdien. En weet tegelijkertijd dat ik er klaar voor ben dat te overwinnen.