#WOT, deel 44: focus

Terwijl ik wandel, dwarrelt er een blaadje uit de boom naast me, en vraag ik me tegelijkertijd af, of dat blaadje dat verloren wordt, de boom pijn doet. Nog afgezien, dat dit onstuimige weer helemaal mijn ding is, krijg ik ineens spontaan de neiging om de boom te knuffelen om het verlies een weinig goed te maken. Zou het in mijn naam (Irene) zitten? Of moet ik beseffen dat de focus op de bladerpracht onder mijn voeten een legitiemere manier is om te genieten van deze Herfst?

Het #WOT woord van deze week is

Focus = 1) Aandachtspunt 2) Brandpunt 3) Concentratie op bepaald punt 4) Model van Ford 5) Nederlandse symfonische rockgroep, opgericht eind 1970 door Thijs van Leer en Jan Akkerman.

Zo kan ik af en toe behoorlijk van mijn padje raken. En dingen zien, die wellicht anderen niet zouden zien of zelfs maar denken. Da’s toch een beetje die gevoelige natuur die af en toe danig opspeelt. Want wie denkt er nou aan een boom die pijn zou kunnen lijden als hij een blaadje verliest?

Soms heb ik zo’n neiging te denken dat overal een ziel achter steekt. Ja, zelfs in mijn magic box (wat anderen een computer noemen), zou’k zweren, heerst een ziel. Op sommige dagen is die ziel me heel goed gezind, maar op andere dagen zou’k zweren dat het ding een pesthekel aan me heeft. Mag ook wel met de uren die hij (ja, een computer schijnt mannelijk te zijn) hier draait.

Alleen al de idee dat overal een ziel in of achter steekt, maakt dat ik me vaak wat empathischer opstel ten aanzien van datgene wat ik op dat moment hanteer. Maar het kan natuurlijk ook zijn, dat ik van Lotje getikt ben. En me wat meer moet concentreren op een focus.

Then again: de zoektocht naar een stoffelijke bewijs van iets dat in wezen onstoffelijk is, is minder marginaal dan wel eens wordt gedacht. Dus lijkt die focus van mij nog niet eens zo gek. Al bewijst het nog niets over onstoffelijke zaken, die mij soms en op de gekste momenten bezighouden.

Het antwoord op al deze vragen zal waarschijnlijk nooit gevonden worden. En misschien is dat maar beter ook. In Frankrijk roepen ze dan: ‘Le joi de vivre c’est la response aux questions stupide’ (wat zoveel betekent als: ‘Lekker leven is het antwoord op stomme vragen’).

Hier past dan weer een liedje bij: ‘Some days are better than others’ van U2:

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Ali een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Temperamentvol, maar wel met focus

Daarnet las ik mijn #WOT van gisteren terug, en moest inwendig grinniken. Temperament. Ik heb dat. Alleen, dat zou je niet zeggen.

Uiterlijk lijk ik de kalmte zelf. Ooit betrad een collega mijn werkkamer, ging zitten met een zucht, en zei: ‘Ik moet even bijkomen en jouw sereniteit op me in laten dalen.’

Nu ja, dan groei – en bloei – ik natuurlijk aan alle kanten.

Dat is echter, zoals ik al zei, een uiterlijke verschijningsnorm. Van binnen zit dat heel anders. Ik bruis. Ik zit vol met ideeën, ik houd altijd innerlijk de dialoog in stand, mijn brein is altijd aan het werk. Zelfs in een volledige rustmodus, is mijn koppie altijd bezig met íéts.

Aan de ene kant is dat geruststellend. Er zijn ook tijden geweest, toen ik pas geen werk meer had, dat ik van de verveling om me heen begon te slaan met gruwelijke uitspattingen. Tot ik eindelijk begon door te krijgen, dat ik louter mezelf daarmee had. En dat ik begreep dat ik iets nodig had, wat me beter kon maken, namelijk concentratievermogen wat leidt tot het hebben van focus, of een soort van visie, zo je wil.

Ik ben – met mijn slechthorendheid – als geen ander in staat om te focussen. Concentratievermogen is een speciaal ding van mij, dat is, als ik mijn temperament even kan laten voor wat het is.

Wat ik aan iedereen dus zou kunnen meegeven:

Vind troost door jezelf af te leiden.

Het overkomt me vaker wel dan niet dat ik zeer gepreoccupeerd ben met een probleem(pje). Mede door dat temperament, kan ik het dan niet loslaten. Immers, als je loslaat, heb je weer twee handen vrij. Bovendien, als ik even kort of langer word afgeleid van het dilemma, kan het zijn dat ik juist dé oplossing vind omdat ik een andersoortige flow raak. Die flow – veroorzaakt door een focus op iets anders – zorgt er dan weer voor dat ik het probleem(pje) wat ik in eerste instantie had, plotseling heel speels en even snel kan oplossen. En dat je je nadien dan afvraagt wat me nu werkelijk zo dwarszat.

Iets lijkt altijd onmogelijk, totdat het gedaan is. En mede omdat ik toch die innerlijke winnaarsmentaliteit bezit, komt alles daarmee op z’n pootjes terecht. Want denk je eens in: mensen die opgeven, winnen nooit!