The day after

Een paar dagen geleden schreef ik dit, en werkelijk waar dat er tezelfdertijd een soort van last van me afviel. Dat is zo’n beetje wat schrijven met me doet, over het algemeen. Het lijkt wel of er soort van brei in mijn hoofd zit, wat er in een doodgewone conversatie niet écht uitkomt. Maar als ik dan een verhaal wil neerpennen, mijn eigen verhaal notabene, dat er dan wel dat soort conclusies uitrollen.

Op hetzelfde moment dat ik dat dus neerpen, ben ik ‘de last’ ervan al kwijt.

En word ik min of meer overvallen door een soort van schaamtegevoelens, en het gevoel dat ik daar anderen mee ‘belast’ heb. Terwijl, ja mark my words, het niet eens zo slecht met me gesteld is. Ik ben feitelijk gezond. Toch wel.

En ik ben feitelijk volwassen genoeg om nu in te zien hoe je – ook en een beetje tevreden en zelfs sereen – kunt leven met tijdelijke ongelukkige omstandigheden en mijn handicap. In feite, denk ik soms dat ik het allemaal eens van me af moet kunnen laten glijden. Of pardoes, alsof het een stomme vergissing is allemaal, het over mijn schouders moet kieperen als zijnde dat het iets was uit een vér en verdrongen verleden. Een ongelukkig verleden. Maar dan toch, je-weet-wel, gewoon doen alsof je nergens meer ‘last’ van hebt. Of ooit hebt gehad.

Dat is een soortement van getouwtrek tussen het brein en het hart, vermoed ik zomaar.

Aan de ene kant wil ik niemand tot ‘last’ zijn. Wil ik per se ook zo buitenproportioneel gegroeid zijn dat ik groots en meeslepend als ik ben, de zaken naast me neer leg om verder te komen in dit leven. Dat is een beetje dat vrouw-zijn ‘eigen’. Dat geworstel en gedoe neemt te veel plek in, naar je eigen zin, en is het dat wel waard?

Maar aan de andere kant is er dat kleine piepstemmetje in mijn kop. Dat roept, ‘ja maar, ja maar’. Om toch ook genoegdoening te verkrijgen in dit leven. Het feit dat je het niet zo krom ziet, allemaal. Alsof je toch weer teruggrijpt naar dat eeuwige kind binnenin, dat kind dat af en toe eens flink wil stampvoeten en doordrammen.

Zo blijf je natuurlijk altijd in een wat gruwelijk gesprek met jezelf. En vaak vraag ik me af, of dat alle moeite en het bijkomende verdriet wel waard is.

Sowieso is het altijd nuttig om voors en tegens tegen elkaar af te wegen. En je af te vragen in welke richting je nu werkelijk het gelukkigst wordt. Uiteindelijk blijkt dan maar weer, dat je juist door dat verdriet en de pijn heen moet, om uiteindelijk te arriveren op dat punt waar je moet zijn. Juist, bij dat ene punt van feitelijke acceptatie. Van jezelf. Je toestand. Om zo weer stappen te kunnen zetten in en naar de toekomst…

Niks mis

Waarover moet je in hemelsnaam schrijven als er niks mis is? Die vraag bracht ik te berde toen ik van de week in de chat zat met C. van Maanisch.nl. Schrijven over mijn persoonlijke gelukzaligheidsgevoelens komt een beetje opschepperig over. Het is alsof je iemand anders Facebook-tijdlijn leest.

Natuurlijk leef ik niet in een continue staat van ‘Himmelhoch jauchzend’ zijn. Dat zijn van die momenten. Minuten, seconden, milliseconden zelfs. Maar over het algemeen gaat het hier even wel zo lekker.

Natuurlijk, er moeten wat kilootjes af. Daartoe heb ik een verwijsbrief naar een diëtiste gekregen. Stiekem vraag ik me af, of ik dat wel zo hard nodig heb. In wezen moet ik onafhankelijk en sterk genoeg zijn om het zonder een stok achter de deur te doen. Dat geldt ook voor mijn nicotineverslaving. Maar hee, je moet in dit leven toch minstens één slechte eigenschap hebben?

En in het kader van mijn exzeem zijn er geen schrikbarende resultaten gevonden, behalve dan veel littekenweefsel. Het lijkt erop of de bij mij heersende menopauze-situatie weer bepaalde hormonen in de war schopt. Nochtans mag ik naar een dermatoloog, want die eeuwige hormooncrème die ik sinds mijn elfde gebruik blijkt niet echt goed te doen aan mijn huid: het wordt flinterdun. Ik ben benieuwd wat mijn bevindingen met deze huidarts zullen zijn. Ook daar twijfel ik weer aan. Gooi ik niet téveel geld over de balk door veel te vragen voor iets wat waarschijnlijk nooit opgelost kán worden met mijn huidproblemen? Middelmatig gezien is dat mijn eerlijkheid, maar misschien ook wel dat beetje huichelarij.

Ik ben niet in overmatig goede doen, financieel gezien. Rood staan – wat betreft mijn bankrekeningen – is mij niet vreemd. Toch lijkt het erop dat ik met – veel – minder tevreden kan zijn. Logisch, je moet dan wel. Maar het is verbazingwekkend, hoe ik sinds een jaartje of 20 ben veranderd van een materialistisch kutwijf tot een serene zweefteef die zich in alle opzichten positief probeert staande te houden. Dat minimalisme is even niet verkeerd voor een bepaalde periode. Je leert de waarde van alles opnieuw te definiëren en ik ben nu met minder veel tevredener dan ooit tevoren.

Toch schrijf ik beduidend minder. Het lijkt erop, of ik alleen als ik me groen en geel erger de pen ter hand kan nemen. En ik vind dat dus niet sporen. Waarom zou je immers alleen mogen schrijven als iets je irriteert? Waarom gaan mijn haren rechtovereind staan bij louter positivisme? Misschien omdat ik niet te boek wil staan als een of andere mislukte goeroe, die haar geluk op anderen projecteert. Hoe dan ook, het verbaast me een weinig dat ik me in geluksomstandigheden zo slecht kan uitdrukken. Daar ga ik eens een poosje met jullie over bomen en nadenken, de komende tijd…

#WOT deel 27: geluk

Geluk is het als je op één dag twee blogposts weet te produceren.
Geluk is een ijsje eten.
Geluk is een glimlach die je wordt toegeworpen en die je bewaart als dierbare herinnering in je hart om nooit meer te vergeten.
Geluk is voor mij ook het begrip Internet en die verbinding via mijn iMac.
Bijvoorbeeld. Als in momenten die je in je zak kunt steken.

Het #WOT-woord van deze week is:

Geluk ~ 1) Angst 2) Als alles goed gaat 3) Bof 4) Bezit verwerven 5) Buitenkans 6) Buitenkansje 7) Ben verkeerd begonnen kom er niet meer uit (crypt.) 8) De geluksgodin 9) Fortuin 10) Gelukkigheid 11) Gunstig toeval 12) Gelukkig zijn 13) Hangertje 14) Heil 15) Hazard 16) Het valt mee 17) Ik heb hem verknald (crypt.) 18) Kans 19) Meevaller

Geluk bestaat uit momenten die je moet plukken. Ze komen niet zomaar aangewaaid. Geluk is nooit constant of die continue flow en dus moet je het maar hebben van dat ene ogenblik waarin die warmte of euforie je als het ware overvalt. En dat vasthouden.

Ik weet niet hoeveel van dat soort geluksmomenten je op één dag kunt ervaren. Het intrigeert me zodat ik ze voordat ik ga slapen even naloop en dat moment suprême nog even noteer. Om er niet aan voorbij te gaan. Als een verplichting aan mezelf dat ik het in me heb.

Zoals Martha zo mooi constateert: ‘als ongeluk in een klein hoekje zit, dan heeft geluk dus veel meer ruimte.’ En zo is het, en niet anders.

Het heeft lang geduurd voordat ik inzag dat dit soort geluksmomenten überhaupt bestonden. Ik ging er meestal te snel aan voorbij. Het leven te vluchtig en te serieus om er aandacht aan te kunnen schenken. Pas toen ik begon met bloggen besefte ik wat en hoe geluk gedefinieerd zou moeten worden.

Geluk is het moment ook dat je drukt op die publicatieknop terwijl je vooraf nog peentjes zat te zweten hoe deze #WOT nou ingevuld moest worden. En dat je achteraf dat ultieme geluk ervaart dat je nog iets hebt weten neer te zetten…

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week op Martha’s blog zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door mij, vervolgens Hendrik-Jan de Wit en nu dus Martha Pelkman.