Over genieten en dankbaarheid

Maar natuurlijk zijn wij – deze generatie – volgens de cursus ‘Science of Wellbeing’ een weinig verkeerd opgevoed; het materialisme heerst (nog) te veel. Ergens bevreemdt me dat, want ben ik immers niet een product van die hippie-generatie? En hoe komt het dan, dat ik niet echt ben opgevoed met het concept, dat ‘als je met een dubbeltje geboren wordt, je nooit echt een kwartje zult worden’? Dat daar juist míjn uitdaging zou liggen?

Dus gek genoeg geloofde ik nooit zo in ‘maar een dubbeltje en geen kwartje waard zijn’, en volgens de cursus is dat precies waar mijn intuïtie me (overigens lijkt dat zo te werken bij iedereen die een beetje materialistisch is ingesteld) in de steek laat. Met andere woorden, geloof niet alles wat je denkt, wat je gedachten je vertellen. En natuurlijk vermoedde ik al zoiets, ‘materialism stinks‘.

Het is nu zelfs zover gekomen, dat ik stiekem twijfel om weer een nieuwere en wellicht nóg betere smartphone aan te schaffen nu eerdaags mijn T-Mobile-abonnement ten einde is. Ergens voel ik aan mijn water al aan, dat die nieuwe smartphone niet per se zal bijdragen aan een (nog) gelukkiger leven.

Ja misschien heel eventjes, totdat ik ook daar weer een vervanger voor ga zoeken. En dat dan tijdelijke bevrediging schenkt. Totdat die verrekte ontevredenheid weer zal toeslaan. Terwijl je eigenlijk zou moeten kunnen genieten van die kleine momenten, die je heel even dat geluksgevoel schenken, waarvoor (je raadt het al) je best een beetje dankbaar mag zijn. Dat is om mee te beginnen.

De professor die deze cursus leidt, is trouwens niet heel complimenteus over Social Media. En ergens voel ik aan m’n boerenverstand al aan, dat Social Media niet echt bevorderlijk is voor mijn dagelijkse gemoedstoestand. Er lijken altijd ‘nog veel gelukkiger mensen’ te zijn die voorbijkomen in je tijdlijn, en wil ik me daar wel aan meten?

Dat jezelf willen meten aan anderen is voor de mens een gewoonte geworden, immers. Als een ander in jouw directe omgeving die nieuwe auto aanschaft, dan ben je immers genegen ook zo snel mogelijk een afspraak te boeken bij je nieuwste autodealer. Of als jij maar €100K verdient, en je buurman €250K, dan ruik je bij wijze van spreken al dat je snel moet gaan solliciteren naar nog een betere job. We willen immers niet onderdoen, en what’s worse, we willen steeds méér.

Mijn familie riep altijd al en niet voor niets; ‘als een ander in de sloot springt, volg jij hem dan in die waanzin?’ ‘Je moet doen waar jij je goed bij voelt, en hoe jij je pad wil (ver)volgen. Wees dankbaar voor wat je hebt, en geniet van al dat moois zolang het kan!’

Dus ja, ergens ben of werd ik wel gewaarschuwd. Ooit. Ik moest alleen nog even wakker geschud worden. Als in, dat die duivel, dat beest in mij, zo af en toe getemd moet worden. En ’t werkt in wezen net als die oerknal, die moest ook ergens (opnieuw) beginnen…

Strijd

Een beetje strijd in een mensenleven is gezond, roept men. Maar allemachtig-nog-‘es-an-toe-zeg, wat ervaar ik een moeite met de wetenschap dat mensen die ooit innig op elkaar verliefd waren, zo’n hel voor elkaar menen te moeten creëren. En ik vraag me nog altijd af, waar de noodzaak voor zo’n vechtscheiding werkelijk is begonnen. En op welke manier denkt men elkaar blijvend te tacklen, zo’n kwart mensenleven lang, totdat men inziet dat haat en nijd toch niet dat antwoord kunnen zijn?

We worden immers vanuit religieuze standpunten geacht een huwelijk te sluiten voor een leven lang. Elkaar bij te staan in goede én slechte tijden. En het heeft eeuwen moeten duren eer dat de vrouw bij zo’n huwelijksgelofte niet langer de belofte hoefde uit te spreken dat zij haar echtgenoot te allen tijde zou gehoorzamen. Mijns inziens is niet alleen zo’n altaar-ceremonie wat ouderwets, de geloften mogen ook wel eens nader worden bekeken.

Ik las ooit een boek van John Cleese, die overigens ook zijn ex-vrouwen openbaar hekelt, dan wel het feit dat hij geacht wordt die wat prijzige alimentaties – en er zelfs voor op tournee moet – te betalen, waarin hij stelt dat alle (ex-)vrouwen in zijn leven soort van een nieuwe levensfase hebben ingeluid. En eigenlijk vind ik dat niet eens zo’n gekke argumentatie.

Ik geloof er heilig in dat een mens verandert gedurende zijn leven. Inderdaad, onderga je verschillende fasen. Ik kan me zo voorstellen, dat men in een huwelijk niet tegelijkertijd à la dezelfde neus eenzelfde richting opwijst. Of nog steeds met elkaar door één deur wil, na verloop van tijd. Het is maar om het even, wie welk richtingsgevoel heeft op een bepaald moment. En waar je naar toe wil. Uiteindelijk.

In een bijzonder gelukkige uitkomst, stel ik nog maar bitter weinig vertrouwen. Voor mij blijft de hamvraag… kies ik voor een echtgenoot, of echt genieten? Joh, ik geloof dat ik dat antwoord al weet…

Stiekem genieten van een klik. Zo een, die niet kan.

Ik kleur tegenwoordig wat meer buiten de lijntjes. Stiekem. Ik bedoel, ik ben single. En potdorie, het leven gaat dóór. Ik sta niet stil. Het leven ook niet. Soms voel je die klik met een man. En je laat je dan behoorlijk ringeloren door zijn status. Van getrouwd zijn, met soms volwassen kids al. Hij heeft een leven, maar ík ook. En ergens tussendoor ontmoet je elkaar, kijk je diep in elkaars ogen, en weet je dat je weer die zielsverwant tegen het lijf liep. Want maar één soul mate gedurende één leven: get real. En my ass.

Wat valt er bovendien te verbieden aan steelse blikken over en weer? What oh what, is het verbod op genadeloos flirten zo nu en dan als die ander gebonden is, wil dat toch niet zeggen dat jij niet verliefd kunt raken? En dat je stiekem hoopt dat die ander, hoewel je dat natuurlijk allang weet – immers blikken zeggen genoeg – van hem, die vlinders in zijn buik ook voelt?

Ik geniet er stiekem van. Dat ademloze snakken naar een blik. Een woord van die ander. Een blijk van genegenheid. Ik adem op zo’n moment wat meer leven uit. Ik weet weer dat ik lééf.

En toch, ik doe mijn best die ander – die andere vrouw – niet te beschadigen. Ik vind dat mensen zo min mogelijk gekwetst moeten worden. En dus streef ik ernaar, toch een beetje binnen de lijntjes te blijven. Flirten: okee. Van elkaars gezelschap genieten: geweldig.

Ik weet dat ik verder niet meer of minder verwacht dan dát. Het is voor mij immers genoeg om te weten dat die ander middels zijn blikken of spontane uitingen bekrachtigt wat ik allang aanvoelde.

Ik geniet van aandacht. Ik geniet van zijn / haar sympathie. Ik kan er daarna ook weer een flinke tijd tegen. Het leven. Ik weet immers dat er meer dan één zielsverwant bestaat. En who knows, what’s lurking around the next corner?