In de tandartsstoel

In de zeventiger jaren was mijn eerste dubieuze ervaring met de schooltandarts nou niet om over naar huis te schrijven. De schooltandartsen kwamen in een wit Volkswagenbusje voor school gereden, en bezochten steevast een van de lagere klassen, waaruit ze steeds een aantal kinderen oppikten. Die werden meegenomen, kan beter zeggen: ontvoerd, naar hun praktijk.

Toen ik zes was, mocht ik voor het eerst kennis met ze maken. De alarmbellen gingen al af, toen ik het lawaai van de tandartsboor vanuit de nabijgelegen praktijkruimte hoorde, terwijl ik in afwachting was van mijn beurt, daar in die wachtkamer. Even later werd ik bij de hand genomen, en in een soort van ligstoel gedrapeerd en vooral gemaand stil te blijven zitten. Onderin links werd een melkkies geboord en gevuld. Zonder verdoving.

Een week later ging die melkkies geheid ontsteken, en zat ik met een wang zo dik, dat mijn moeder dacht dat ik aan het hamsteren geslagen was. Niets van dat alles, na een check riep ze toch echt dat ik naar onze ‘eigen’ tandarts moest voor inspectie.

Mijn eigen tandarts, een wat oudere man die rustig kon doorgaan voor de Nazitandarts uit de ‘Marathon Man‘, en altijd gezegend met een vieze – en altijd voorzien van grote pulken – snotneus waarin ik recht mocht kijken, tijdens deze actie. Hij aarzelde niet: ‘Ontstoken, en moet eruit!’ En pakte twee grote injectienaalden die ik met steeds groter wordende ogen en pupillen naderbij zag komen. Schrale troost was het, dat ik die verdovingen totaal niet voelde. Het trekken van deze melkkies echter, ging gepaard met een jammerlijke pijnscheut, waardoor mijn beentjes plotseling richting het plafond schoten als reactie op de pijn.

Een jaar later verscheen de schooltandarts opnieuw. Ditmaal was ik ze voor, terwijl iemand me bij de arm nam, vluchtte ik tussen zijn benen door, schoot de klas uit. En rende keihard richting het klaslokaal waar mijn twee jaar oudere broer les kreeg. Ik opende de deur met een geweldig kabaal, rende nog steeds naar mijn broer, die van schrik opsprong, en verschanste me achter hem. Mijn broer maakte zich op dat moment heel groot, en zei tegen mijn volgers, “Wij hoeven niet naar de schooltandarts, wij hebben onze eigen tandarts!”, waardoor deze beulen me terstond met rust lieten. Nooit meer hoefde ik met hen mee.

Vanmorgen vroeg werden van mijn vier voortanden vullingen verwijderd, en opnieuw gevuld, mét verdoving. Nog zit ik hier te shaken van narigheid. Al mijn zenuwen zijn tot het uiterst gespannen. Zo’n dag zou ik het liefst overslaan, zelfs na die 45 jaar traumatische ervaring, en zelfs nu die aardige tandarts van elke stap precies aankondigt wat haar te doen staat…

En ze sliep…

“U ontspant uw tenen, de rest van uw voeten ook, vervolgens naar omhoog, uw kuiten, uw bovenbenen, en…” De rest van het relaas van onze yoga-instructrice heb ik niet meer meegekregen. Ik snurkte, zodanig hard dat iedereen kon meegenieten en grinnikte. Het deerde zelfs niet eens hoe hard dat matje onder mijn luie billen en kwetsbare rug aanvoelde. Of waar de rest van deze waardevolle les over zou gaan. Ik was volledig verdronken in dromenland.

Blijkbaar heb ik aldus geen moeite met ontspanningsoefeningen, was de conclusie van de dame die les gaf. Ze zei nog dat ze een volgende keer de les zou eindigen met deze relaxmodus, dan zou ik in ieder geval nog wat meekrijgen van de rest van de les. Ik wist het niet zeker, maar ergens bespeurde ik dat toontje van sarcasme, maar goed, omdat ik zo verrekte ontspannen was liet ik het me maar welgevallen. Voor deze ene keer.

Het overkomt me dan ook niet vaak dat ik ’s nachts de slaap niet kan vatten. Maar als dat wel eens gebeurt, dan kunnen er twee dingen spelen. Eén: ik kreeg een idee fixe, wat ik terstond moest gaan uitvoeren. Wat me noopt erbij te zeggen, dat ik me verplicht voel om vooral geen lawaai te schoppen in mijn nachtelijke bezigheden, want volgens mijn onderbuurman heeft zijn vrouw verrekte vaak hoofdpijn, als hij zich meldt over burenoverlast. Of twee: mijn brein is altijd actief, lijkt wel. Dat denken van mij stopt nooit en te nimmer. Dat is zo ernstig, dat ik dan weer heel diep moet graven naar de herinnering over deze markante yogales.

Ik ben dus ook maar één luttele keer naar yoga geweest, want ergens geneerde ik me toch wel dat mijn gesnurk de lieftallige zachte intonatie van onze lerares geheel overstemde. En zo gaat dat wel vaker. Zo zijn groepslessen in fitness ook niet aan mij besteed. Vooral niet als ik mezelf mag terugzien in levensgrote spiegelwanden. Wat dat betreft, behoud ik gedurende al mijn leeftijden steevast een gezonde tegenzin in sport.

Op je gezondheid

Onlangs begaf ik me naar de apotheek voor dat ene pilletje wat ik al jarenlang trouw elke dag slik. Alsof ik het min of meer verwachtte – want hoor daarover nu eenmaal niet veel goeds – kreeg ik opeens een ander merk. Dan ga ik gelijk steigeren en de discussie aan met de verkeerde persoon. Dat mens doet ook alleen haar werk. En in haar ogen las ik dat ze me gelijk gaf, alleen haar werkgever wil ánders.

Zelfs als je je huisarts hierover aanspreekt, krijg je nul op het rekest. Drie weken nadien bespeurde ik zelf wel dat weliswaar minimale verschil, maar volgens mijn vertrouwensman was ‘dat niet mogelijk’.
Ik slik dan even drie keer erg hard een paar vloeken door, want vloeken dat is ‘my middle name’ dezer dagen.

Zo kijk ik er zelfs niet eens meer van op – als ik hoor dat de mens die ADHD benoemd heeft en gekwalificeerd als een stoornis – op zijn sterfbed heeft opgebiecht dat zulks werkelijk niet bestaat, maar in het leven werd geroepen om de farmaceutische industrie nog meer geld op te leveren.

In zo’n wereld leven wij dus. Daarom is dat verdomde geld dus rond en niet vierkant, het moet kunnen rollen.

Gisteravond laat belde ik de huisartsenpost vanwege die lage rugpijn genaamd spit in de volksmond en een plots opkomende obstipatie. Van voor en van achter – kun je je voorstellen – had ik onnoemelijk veel pijn en krampen. Ik kon niet meer liggen, zitten, staan, en mijn stemming werd er ook niet veel beter op. ‘Neemt u maar een sneetje bruin brood extra. Bouw een spiegel op, met om de 6 uur 2x een paracetamol van 500 mg. En neem maar wat extra rust.’ Daar kon ik het mee doen. Half creperend van de pijn heb ik gelukkig de nacht goed doorstaan, uiteindelijk viel ik met tranen op mijn wangen in slaap.

Maar ik maak me toch wat zorgen. Niet eens zozeer met betrekking tot mezelf, maar vooral jegens de rest van de mensheid. Ik zal niet de enige zijn, die het alleenstaand moet doen. Want als zieke wil je toch maar mooi één ding – waar anderen 1.001 andere wensen hebben – namelijk gezond zijn.