Gruwelijk trotseren

Photo by Pixabay on Pexels.com

Sinds poeslief vorig jaar rond Kerstmis het leven liet, vind ik het leven van mezelf en haar broertje Binkie maar erbarmelijk. Ergens denk ik, dat hij het super fijn vindt dat alle aandacht nu zijn kant op komt. Aan de andere kant is hij met zijn 15 levensjaren nog zo speels, dat ik hem een maatje toewens.

Gelukkig ben ik altijd opgegroeid met beesten in huis. Mijn ouders hebben me opgevoed met het idee dat beestenliefde meestal heel wat menswaardiger is, dan de liefde tussen de mensheid zelf.

Dus nu volg ik op Facebook allerhande groepen en pagina’s waar dat jonge grut voorbijkomt, maar ook die groepen waar een aanbod is van de al wat oudere feline soort. Nee, natuurlijk niet alleen van dat. Ook van het canine soort, dus honden. Niet te groot, nee, gewoon een leuk hondje. Hoeft niet eens raszuiver te zijn.

Ik kan je vertellen, dat ik inmiddels een stief maandje verder, bijna Facebook niet meer durf te openen. Iedere keer, immers, word ik geconfronteerd met de meest schattige foto’s en zelfs snoezige video’s die je maar kunt bedenken. Iedere keer denk ik, ik wil ze állemaal. En iedere keer moet ik weer slikken en wegklikken.

De afstanden nopen mij daartoe. Ik woon namelijk in Noord-Holland, en ik wil gaarne een kitten (lees: poesje) of een pup (lees: teefje) adopteren, maar het lijkt wel of alleen in het uiterste westen en zuiden van ons piepkleine landje dat grut wordt aangeboden.

Ik zie dan hele rampscenario’s voorbijkomen. Dat ik zo’n beestje ophaal, en die bij de eerstkomende gelegenheid gelijk weer ontsnapt. Had zelfs een droom dat ik per ongeluk mijn eigen verse hondje in zijn achteruit, overreed. En dat we nooit heelhuids aankomen op ons thuisadres. Met andere woorden, ergens zal ik eerst een bench aan moeten schaffen, voor een waarborg van een veilige thuiskomst. Maar geen paniek, dit is louter emotionele chaos. Dat snap je.

En ook, ergens wacht ik even af, dat probeer ik althans manhaftig, totdat deze gruwelijke coronaperiode achter ons ligt. Om het beestje te kunnen redden van hen die wel even dachten een huisdier aan te schaffen, maar voor wie het achteraf toch zo tegenviel.

Ik wil dus nog even geduld betrachten. Ja, ik kan dat, terwijl geduld, echt niet mijn sterkste kant is. Die schakelaar zijn mijn ouders immer vergeten tijdens dat passionele moment van mijn ontstaan.

Maar oh, oh, oh, wat is dat lastig en hoe vaak moet ik een gruwelijke prop wegslikken, dat trotseren, om ze niet allemaal een gouden mand te bieden.

Je kunt immers niet bij elke hartenklop je deur wagenwijd openzetten, al is het dan wel verschrikkelijk aanlokkelijk. En dan klik ik maar weer weg.

Even over mijn gruwelijke ochtendexercities

Elke morgen, waag ik die poging om – à la onze getalenteerde influencers – make-up aan te brengen. Dat is een gruwelijke exercitie an sich. Zo vaak dat ik mezelf toespreek, dat die make-up niet strikt noodzakelijk is, maar na een blik in de spiegel… Tja, dan weet ik dat ik er toch weer aan moet.

En waar begin je dan? Start je met het aanbrengen van mascara voordat je dat ooglijntje aanbrengt, of juist andersom? Het is altijd weer een hele Kunst om even niet met mijn oogleden te knipperen zodat ik er niet uitzie, nadien, vanwege mijn onhandige capriolen. Of dat ik mijn vieze vingertoppen per ongeluk weer aanzet, waarmee ik juist die ongewenste veeg van het weg smeren van overtollige make-up weer herhaal. Soms kan ik wel twee tot drie keer opnieuw beginnen met make-up aanbrengen.

Mijn grote geheim, wat ik je influister, is dat deze exercitie bewijst dat ik wel nooit een succesvolle influencer zal worden.

Als al dat poetswerk en reinigen dan is verricht, en ik ook nog ‘es een leuke outfit voor die dag heb mogen vinden en me heb aangekleed, dan moet ik even bijkomen hoor. Dan ben ik meestal in staat om nog een sterke bak koffie tot me te nemen, en ondertussen twee godsonmogelijk onhandig gedraaide sigaretten weg te puffen. Even uitblazen wat die stress van het vrouw-zijn behelst.

Beter is dan, dat ik me nadien begeef op pad in het nabijgelegen park. Zo’n wandeling elke morgen, maakt dat mijn verse dag opnieuw die frisse start krijgt. Het maakt me niet alleen weer ZEN, als ik me omgeven weet door bomen en struiken, die in een serene constructie gewoon staan te zijn. Het maakt tevens dat ik me weer open stel voor de rest van de wereld en mijn rare bokkensprongen van voorgaande exercities die dag even vergeet. Mijn stramme rug krijgt dan even die oefening van beweging, wat echt noodzakelijk is als ik de hele dag veel zit. Al wandel ik dan wel op mijn dooie gemak, terwijl ik meestal word ingehaald door van die fanatieke joggers, of erger: Nordic walkers.

Geheid, dat je als je net als ik altijd dezelfde route neemt, altijd – ongeveer – dezelfde mensen tegenkomt. Dat vind ik heel geruststellend aan zo’n wandeling. Vaak ontstaat er dan weer een gezellige babbel, waardoor mijn wereldbeeld over deze somtijds gruwelijke enge wereld weer enigszins wordt bijgesteld. En ik weer geheel sereen, de rest van de dag kan handelen