Wijds

Enigszins zwoel door de warmte van de zon vanachter het glas, kijk ik zwijgend in de verte naar de horizon. Vandaag heb ik gereisd. Het halve land door richting Gelderland. Zo kriskras door de Betuwe. Ditmaal had ik een doel maar de reis an sich maakt dat ik me plots een rijk mens waan.
Door de wijdse blikken en horizonten die ik te zien krijg – vergezeld van prachtige wolkenluchten die als een schilderij zo mooi zijn – wordt mijn blik danig verruimd. Want ineens zie je dan een of het perspectief in iets. Ineens word je geconfronteerd met hoe mooi een land kan zijn en die somtijds ergerlijke muizenissen maar onbelangrijk. Omdat datgene waar je over piekeren kan zo futiel is, dat het volstrekt teniet gedaan wordt door dat wijdse blikveld. Muizenissen vervagen. Die wijdse horizonten dwingen je daartoe.
Ergens diep binnenin me borrelen dan verhalen. Of het nu de mens betreft die op de snelweg met een rotgang voorbijzoeft of die koe of dat schaap in dat weiland. Ook zij kennen immers een verhaal. En die verhalen komen tijdens de reis luid bij me binnen. Heel luid.
Het is alsof een willekeurige gps me de richting wijst en mijn leven even in perspectief zet. Want altijd alleenzijn vergt soms dat je verdwaalt in je eigen somtijds kortzichtige blikken. Maar dan wil die lange omweg terug naar huis mijn dag meer dan goed maken. Hoera! Ik leef.

Horizonten

De horizon strekt zich voor me uit, als ik vanaf mijn lady like sofa lui lig te hangen. Ik zie wolkenpartijen die steeds andere patronen en kleurschakeringen vertonen, niet te beschilderen, denk je. Blauwe luchten en witte wolken, zo fluctuerend en indrukwekkend, per seconde zie je het veranderen. Steeds in een andere format. En dat alles vertelt verhalen. Verhalen die ik zelf zo graag zou horen en lezen. Ze zijn soms niet te vertalen. Of te beschrijven. Het is niet vast te leggen, voor mijn gevoel en conform mijn denkpatroon.

Ik kan me een keer herinneren dat ik een flinke griep had. En dat ik het ineens beu was, dat ziek zijn. Ik pakte het boek wat voor me lag, en besloot het te vertalen naar het Engels, wat natuurlijk overbodig was, maar hee, ik was even bezig. Ik had wat omhanden. Hoe saai deze omstandigheid ook leek. Het vergrote wel mijn woordenschat. En zodra ik dat in vertaling omzette, hoorde ik zo’n typisch ouderwetse Engelsman de zin uitspreken. Wat een stukje fantasie al kan doen, om een leven draaglijk te maken.

Vannacht droomde ik dat ik datzelfde boek nu in een film goot. Ik moest het verfilmen, Ik deed vrijwel alles zelf, de regie en productie, het knippen en plakken van het uiteindelijke resultaat, zelfs de catering en als ik het zonder acteurs had kunnen doen, deed ik dat ook. Maar niets van dat alles. De acteurs zetten een grootse theatrale prestatie neer.

De film omvat een stevig staaltje fotografie. De wereld en de natuur werden zonder al te veel filters, in al die schakeringen, op de gevoelige plaat gelegd. Als in buitengewoon fabelachtig. Zoals een berg een fenomenale prestatie is, luchten een grandioos spektakel, met veel paarden en een Indianenstam die hun eigenste stukje aarde al vechtend en overlevend probeerden vast te houden.

Volgens mij verdien ik minstens een prijs van het soort Oscar voor dit bravourestuk. Als het eens echt was… Zucht!