Aller ogen gericht

Uit eigen collectie

Ze stond daar ineens voor een oliebollenkraam, want begin december en de oliebollen lokten haar danig. Ze besloot haar oude moeder te bellen, of ze ook trek had in een appelflap of iets dergelijks. Toetste de toegangscode op haar grote trots, haar iPhone11, in en voelde zich ineens onbehaaglijk. Helaas is face-id nog niet afdoende ingesteld, zodat je met een mondkapje op, altijd toch die code moet intikken. Er stond iemand nog net niet over haar schouders mee te kijken. Ze keek om, zag een jeugdig persoon, maar met mondkapje gesierd, waardoor ze louter die donkere ogen en krullenbos zag. Even schudde ze het nare gevoel van zich af, en deed haar bestelling bij de oliebollenboer.

Na ontvangst van die heerlijke lekkernijen wilde ze terug wandelen op hetzelfde pad, buiten dat winkelcentrum om. En zag plotseling twee lachende gezichten die tegelijkertijd ja knikten. Ineens kreeg ze weer die intuïtieve waarschuwing niet verder te lopen, waardoor ze zich subiet omdraaide en besloot toch die omweg door het drukke winkelcentrum heen te nemen. Eenmaal bij Pearle aangekomen, waar haar moeder een afspraak had, ging ze naar binnen. Maar ook hier kreeg ze het gevoel in de gaten te worden gehouden door een klein ventje verderop, die stond te bellen en haar leek te peilen.

Na de afspraak keerde ze met haar moeder in de auto weer huiswaarts, waar ze haar moeder vertelde van haar wat enge verhalen, onderwijl genietend van die oliebollen en appelflappen.

Tot ze vandaag bij de Vomar ineens weer datzelfde gevoel kreeg in de gaten te worden gehouden toen ze mobiel wilde bellen en eerst haar toegangscode in moest tikken. Toen ze haar lekkernijen dan maar contant afrekende, keek ze dan ook nieuwsgierig om zich heen of ook hier iemand buitengewone belangstelling voor had. En ja inderdaad, verderop bij het eind van de stelling werd ze nauwkeurig in de gaten gehouden.

En ook buiten de Vomar waren een paar types die haar op korte afstand leken te volgen. Tot zelfs dat moment dat ze later die avond terug naar huis ging met de auto en ook hier dat enge gevoel dat aller ogen gericht waren op haar en dat gevoel haar niet wilde verlaten.

Was ze zo makkelijk te herkennen middels haar kekke zilverkleurige jack? Was dit een nieuwe trend op het gebied van slachtofferen? Ze wilde opnieuw dat ze zich nog beter kon beschermen en schreef dan uiteindelijk toch maar een e-mail naar haar verzekeringsadviseur dat ze haar iPhone11 wilde verzekeren. Want hoe anders, kon ze reageren op haar instincten? Hoe anders had ze vurig gewenst niet te hoeven vertrouwen op haar intuïtie?

#WOT deel 50: intuïtie

Als vijf- of zesjarig kind keek ik eens uit het raam bij een enorme plensbui. Ik werd er zowaar een beetje melancholisch van. En kan me nog precies herinneren dat ik dacht dat ‘God verdrietig was over alle ellende en pijn dat op deze aardkloot heerste. Hij zorgde voor regenbuien en onweer, om deze wereld te reinigen en zijn toorn kenbaar te maken’.

Ergens heb ik die gedachte altijd – stiekem – bij me gedragen, terwijl ik van huis uit zónder énige geloofsovertuiging ben opgevoed.

Nogal bijzonder vind ik dat, dat je als kind ergens zo stellig van overtuigd kunt zijn. Het kan natuurlijk ook zomaar zo’n levendige fantasie van een kind zijn, wat dat kind bewust in stand houdt. Als kind vond ik al dat ik bepaalde visioenen koesterde en omarmde, om ergens een gerichte betekenis aan te hechten, louter voor mijzelf. Aan mijn leven en mijn bestemming. En dat je als kind ook ‘weet’ dat je dit specifieke denkbeeld geheel bij jezelf ‘mag’ houden en niet hoeft te ‘delen’.

Deep down vraag ik me af, of zo’n ingeving of kinderlijke aanschouwing hoort bij dat principe van intuïtie. Het was immers niet schadelijk, het kostte niets, en dat innerlijke geloof in wonderen bleek een drijfveer te zijn, voor de rest van mijn leven.

Want zeker de laatste jaren worstel ik me weer die weg terug naar dat innerlijke begrip, wat ik al had als vijf- of zesjarige. Toen zat het namelijk voor mijn gevoel al wel snor met me.

Hieronder een YouTube liedje van Nena: Es regnet.

https://youtu.be/SLj9YA-Qy5w

Met die bijzondere tekst:

Ich fahr’ den Rinnstein runter
In einem Schiff aus Zeitungspapier
Und mein Zinnsoldat, der keine Träne weint
Steht neben mir

Heute wird die Welt gewaschen
Heute wird die Erde nass
Aus den Tropfen werden Pfützen
Aus den Pfützen wird ein Bach

Zou dit dan stiekem toch dat universeel ‘onbewuste weten‘ zijn, waar Carl Gustav Jung zo heilig van overtuigd was?

Het #WOT-woord van gisteren was:

Intuïtie ~ 1) Aanvoeling 2) Feeling 3) Gevoeglijk 4) Gevoel 5) Het zien als bij ingeving 6) Ingeving 7) Innerlijke aanschouwing 8) Instinct 9) Instinctief gevoel 10) Inval 11) Inzicht zonder nadenken 12) Mening 13) Onmiddellijk begrip 14) Vermogen tot aanvoelen

Soms kan ik ’s morgens wakker worden met een gigantisch onbestemd gevoel. Voor je gevoel weet je dan dat er iets op stapel staat. Al kun je vooraf niet specifiek zeggen of dit kwaad- of goedschiks zal aflopen. En als dan dat Eureka moment voorbij is, kan ik pas weer rustig ademhalen.

Vaker wel dan niet kom ik in conflict met dat begrip ratio. Bijna alsof je intelligentie een spelletje speelt met die intuïtie. Ik druk soms dat instinct maar weg. Misschien omdat ik niet bevroeden kan, of niet zeker weet hoe er een touw aan vast te knopen. Het hangt allemaal maar ergens te hangen. Je hebt er een gevoel bij, en toch kun je iets niet geheel plaatsen, maar je weet – potjanverdikkiedosie – toch ergens – en bijna – zeker dat er iets boven je hoofd hangt.

Zo vind ik een kruispunt of verkeersomleiding altijd weer super interessant. Als je je eerste ingeving maar volgt, blijkt dat altijd de juiste te zijn. Totdat je brainstormt, en die oorlog met je ratio opnieuw begint en dat natuurlijk altijd weer verliest van dat eerste inzicht.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag kiest Martha een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.

Wat als je intuïtie je waarschuwt en jij dat negeerde?

Stel, je ontmoet iemand en die persoon maakt een fijne en leuke indruk in eerste oogopslag. Je praat met die ander en het lijkt alsof je dan veel gemeen hebt, terwijl je intuïtie je eigenlijk iets anders vertelt. Die ander overrompelt je door een klaterende waterval van woorden en zo word je bij de neus genomen. Bij dat alles wat je hoort zet je direct vraagtekens. Je blokkeert dat, die intuïtie, maar ergens blijft dat aan je knagen. Je wil er niets van weten, immers.

Het overkomt me meer dan eens, dat stuiterende enthousiasme als ik nieuwe mensen leer kennen. Dat je bepaalde gezegden en spreuken van die ander dan voor lief neemt, terwijl je later denkt, waar heb ik me mee ingelaten? Die persoon hoort zichzelf – te – graag praten, heeft wezenlijk geen interesse in jou. Was die klik er werkelijk? Of is het je opgedrongen? Of dacht je, dat iedereen z’n fouten mocht maken en ook maar mens is? Ik worstel altijd met die drie laatste hink-stap-sprongen.

Al weet ik dat mijn intuïtie zich later altijd weer roert en zegt: ‘Zie je wel?’ Dan pas geef ik die ingevingen de kans zich te uiten. En weet ik weer precies waar de schoen wrong. Toch eens meer aandacht aan schenken…