Hoe ik mijn sereniteit terug vind na een eerste drukke Kerstdag

De klok slaat 1.01 uur. Het is even na middernacht, op 26 december. Na een dag rennen en vliegen, onderwijl die pogingen in stand houdend mijn mooiste en chicste Kerstjurk in de plooi te houden, en het vele eten en de drankjes een waardige plek te geven, kom ik even na 20.14 uur thuis. Het eerste wat ik doe is me bevrijden van mijn inmiddels knellende kleding. Ik vraag me altijd af, waarom ik des morgens op Eerste Kerstdag mezelf verplicht voel me op mijn deftigst te willen uitdossen. Des avonds heb ik er altijd weer gruwelijk spijt van, immers.

Even kijk ik naar mijn kussen die me gruwelijk verlangend vanaf een meter ofzo stilletjes aangaapt. Ik waag het even mijn vermoeide koppie erop neer te vlijen.

Drie uur later word ik verkwikt en opgeladen weer wakker. En besef dat ik mijn vurige wens die avond eens rustig mijn sereniteit te hervinden, met een flinke dosis slaap heb doorgebracht. Ergens vind ik dat van de zotte. Ik had nog zoveel willen doen. Maar mijn energieniveau schijnt als een vuurpijl afgeschoten te zijn in dat hele grote niets.

Ietwat geërgerd over die waanzinnig lange powernap, geef ik mijn Nespresso-apparaat de opdracht een paar superkrachtige koppen koffie te schenken. En waag me aan een blogpost.

Als altijd vraag ik me af, waarom Kerstmis niet binnen een uurtje of drie gevierd kan worden. Twee hele dagen gaat ten koste van zelfs mijn goede energie en vredigheid. Al is er gelukkig al één achter de rug, want twee dagen is voor mij een beetje te veel van het goede. Temeer, daar moederlief gasten heeft uitgenodigd, en ik de boel zo’n beetje draaiende dien te houden.

Dan heb ik wel een stief paar uurtjes nodig, liefst ’s nachts, om daarvan bij te komen. Liefst al schrijvende, mijn overpeinzingen en verwonderingen verwoordend in een blogpost als deze. En weet nu al, dat mijn humeur dat morgen zal inboeten. Maar het moet even, als ik mijn energie en sereniteit daarmee een weinig kan opvijzelen.

Natuurlijk, ik vind het supergezellig, dat Kerstachtige bijeenzijn. En geraak zowaar ook in soort van Kerstsfeer, dan pas, nadat ik samen met moeders en favoriete nichtje die middag heb genoten van wat bingewatching. Kerstfilms als The Christmas Chronicles doen het bij mij altijd bijzonder goed. En het mag de pret niet drukken dat je je onderwijl alleen maar zorgen maakt, of iedereen zijn natje en droogje wel op tijd krijgt.

Later als ik groot ben, zal ik het allemaal anders gaan doen. Dan ga ik elders zwieren en zwaaien op een heftig Diner Dansant voor een paar uurtjes en laat het daarbij.

Tot die tijd droom ik, dat een doodgewone hamburger en wat frietjes ooit eens zal worden uitgeroepen tot hét sublieme Kerstmaal. Al weet ik me godzijdank vandaag al gezegend dat voor ons Tweede Kerstdagdiner een doodeenvoudige stamppot Boerenkool met worst op het menu zal staan…

Kerstbeesten na het grand diner

Het was puur geluk, dacht ik, dat ik was uitgenodigd voor het familiediner met een boel mensen die ik reeds jaren niet gesproken had. En als single roep ik altijd dat ik graag word uitgenodigd. Ergens vond ik het wel grappig die typische familiesfeer en reünie opnieuw te ervaren. Al hebben we niet zo’n heel grote familie.

Overgrootopa’s en -oma’s presteerden het liefst acht kinderen op de wereld te zetten, waarvan er nog enkelen waren overleden. Opeenvolgende generaties produceerden steeds minder kinderen. Mijn directe neven en nichten bestaan – net als wij – ook uit setjes, en ze zouden – gezellig – allemaal aanwezig zijn. Zelfs oudtantes. Maar niet de oudooms, die hadden het leven reeds achter zich gelaten. Tja, het ‘zwakke’ geslacht, peins ik dan maar.

Terwijl ik wat laat arriveerde, want het beste publiek komt altijd té laat, werd ik hartelijk begroet door de wat jongere garde. Met veel kabaal maakte ik een entree omdat ik weer eens meende te moeten struikelen over een klein bijzettafeltje dat inderhaast ergens onopvallend in mijn pad stond te staan. Het mocht de pret van de aanwezigen niet drukken. Men raakte er melig van.

Al gauw zag ik dat de prachtig in Kersttooi versierde dinertafel reeds bijna voltallig bemand was. En tot mijn grote schrik werd ik gewurmd naast tante Annie, de vreselijk ouderwetse en Katholiek gelovige vrouw van een melkboer, die je altijd vergast op zoveel verhalen dat je er nauwelijks tussen kon komen. De verhalen gingen dan ook altijd over de buurvrouw, haar dochter, een vriend daarvan die getrouwd was met je-weet-wel, die ene. Mijn oudtante Annie rook steevast naar de goedkope walm van 4711. Droeg ook altijd een onderjurk die je zag uitkomen onder de rest van haar garderobe. Had een gebit dat om de haverklap losjes meebewoog met haar oeverloze gezwets, zo erg dat je er bijna watjes in of onder wilde proppen. Of stokjes, zodat haar kaak vast zou komen te zitten, en er godzijdank even een stilte zou vallen. Want ik denk niet, dat zij het begrip ‘stilte’ überhaupt ooit begrepen heeft.
Maar ik snapte die hint van onze gastvrouw wel. Met mijn slechthorendheid en Philips oorbellen, tezamen met de knipoog van mijn moeder die me schuin aan de overkant van de tafel gewaar werd, zou het vast makkelijk worden om even een momentje van rust te creëren. Ik kon mijn Philips oorbellen natuurlijk altijd tussentijds even uitdoen, terwijl ik manhaftig zou doen of ik het gekwebbel van tante Annie nog zou volgen.

Maar toegegeven, zij was nog lang niet zo erg als haar zoon, Theo en die andere zoon. Theo spotte me natuurlijk direct naast zijn moeder. En kwam direct op me afgestormd met zijn drie natte klapzoenen op mijn beide wangen. Ooit waagde hij het me vol op de mond te willen zoenen. Dat heeft hij geweten. Ik beet hem gelijk vervaarlijk in zijn lippen, waarna hij met de schrik zichzelf heeft bevrijd. Nadien heeft hij zich daar nooit meer aan gewaagd.

Ik kan wel stellen dat dit gezin van tante Annie een beetje de vreemd eend in de bijt is van onze familie. Natuurlijk gaan we niet zo ver om te stellen dat we ons voor hen schamen. Maar als ze ons al een bezoek brengen, zo twee keer per jaar, en we zien ze staan in de zaak van vaderlief, dan lopen wij toch vaak wel een blokje extra om, voordat we ’thuiskomen’, zeg maar. Al staat dat bezoek dan gegarandeerd voor een uurtje of drie oneindig geratel, waarbij men louter hoeft te ja- of neeknikken ter bevestiging dat je ze aanhoort. Of begrijpt.

Tante Annie raakte op dreef die avond. En had geen idee, dat mijn vriendelijke glimlach en dat ja-knikken geenszins betekende dat ik echt luisterde. Ik slurpte mijn soep enigszins geïrriteerd weg, wat me een dodelijke blik van mijn moeder aan de overkant van die vrolijke distafel opleverde. En gegrinnik van mijn jolige nichtjes die even onopvallend naar me zwaaiden ondertussen. Ik roerde wat in het pasteitje, de tweede gang, zonder er veel van te kunnen genieten. Maar besloot me met recht te storten op die chateaubriand met heerlijk overgoten wijnsaus, wat een subliem excuus is om even je aandacht te mogen verleggen van je gesprekspartner, dacht ik. Maar niets bleek minder waar.

Eigenlijk kan ik me achteraf niet eens meer herinneren wie mijn andere tafelgenoot was. Het zei niet veel, naar wat later bleek. Niet dat er ook maar een speld tussen te krijgen was als tante Annie het woord voerde. Gelukkig bleef men de wijn maar bijschenken, en het likeurtje bij de koffie mocht ik ook in herhaling blijven inschenken.

Dat ging een hele tijd goed, totdat ik toch moest toiletteren. Ik stortte zowat ter aarde toen ik over tante Annie’s oneindig lange shawl struikelde, die achteloos over haar stoel was gedrapeerd.

Na die avonddis bewoog ik me snel en hopelijk discreet genoeg richting mijn nichtjes, die gezellig met hun kids zaten te babbelen. En waagde het een half uur later mijn horloge te checken. “Ow jee, het volgende Kerstfeest dient zich aan, ben ik weer té laat.” En kon ik eindelijk écht gaan Kerstbeesten. Dat had ik nu immers wel verdiend.

Update: Dit verhaal staat (https://www.drspee.nl/kerstbeesten-na-het-grand-diner-irene-van-putten/) daar… De opdracht was van Martha en luidt als volgt…:

Je zit aan het kerstdiner met je hele familie: ooms, tantes, nichtjes, neefjes en al hun aanhang en kinderen. Het is een flinke tafel, maar jij komt precies naast je meest excentrieke familielid te zitten. Beschrijf dat familielid: hoe heet hij/zij, hoe ziet hij/zij eruit, hoe ruikt hij/zij, klinkt hij/zij, wat zegt of doet dit familielid en wat vind jij daarvan? Hoe reageer je erop?

Knorrig Kerst vieren

Her en der lees ik dat minstens vijftig procent (lees: 50%) van de Nederlandse bevolking een beetje boel opziet tegen Kerstmis en aanverwante artikelen. Mijns inziens is dat beeld ontstaan omdat minstens de helft van de bevolking erop los leeft. Relatieperikelen, scheidingen, het begrip ‘schoonmoeder’, en kinderen die min of meer ‘verplicht’ zijn hun tijd en aandacht te verdelen binnen twee dagen, zorgen er dan spontaan voor dat je nog liever die dagen onder je dekbed blijft schuilen.

Ik snap dat, of liever, eigenlijk wil ik het niet snappen, maar goed, dat is mijn persoonlijke insteek. Mijn ervaring is, dat als je ergens uitermate geen zin in hebt, die toestand achteraf altijd weer mee blijkt te vallen. Het is maar net, hoe je je zelf weet op te peppen. En of je jezelf zal toestaan te vergeten dat het überhaupt om Kerstmis draait. Alle overige feestdagen, verjaardagen, en spontane bijeenkomsten, gedurende het afgelopen jaar lukte het immers wél.

Dus lijkt het erop dat Kerstmis plotseling een andere uitdagingsmodus behoeft.

Dat lukt mij altijd wonderwel. Ik negeer het begrip Kerst dan ook. Ja, echt waar! Het heeft voor mij alleen waarde, als ik daadwerkelijk iets kan betekenen voor een ander. Zoiets als de man van de daklozenkrant stiekem met je rechterhand een bomvol duiten geven, terwijl je links kijkt naar welke maat Nordman kerstboom je nu toch eens zal installeren. Of dat je in de supermarkt die oudere dame in haar scootmobiel helpt haar boodschappen in te pakken. Het is maf eigenlijk, dat mijn eigen Kerstgedachte er volledig vanuit gaat een volmaakt vreemde bij te staan.

Dat moet toch ook lukken bij mijn persoonlijker kring?

Soms zie ik dan het licht. Het gaat helemaal niet over het grootste en mooiste cadeau dat je nu weer moet bedenken. Het gaat niet over vreetpartijen. Het is het samenzijn, en wat je kan betekenen voor die ander. Ja, zelfs voor je schoonmoeder.

Waarom moeilijk doen, als het samen kan?

 

(Spreuk: Loesje.nl)

#WOT deel 52: Lichtfeest

“Ho, ho, ho!” zweepte de Kerstman zijn elfjes wat op, “Kerstmis is geen vreet- en zuipfestijn! Het is het moment dat we uitkijken naar cadeautjes, dus vort… inpakken en afleveren in mijn slee.”

De Kerstman hield er graag een flink tempo in. Hij was zelf al bijna laveloos van de Glühwein en kon het onderwijl niet laten om Tinkerbell – die voor even Peter Pan’s droomwereld had verlaten – af en toe ongenadig op haar achterwerk te slaan. Plagend, dat dan weer wel. Hij wist dat een zuchtje haar reeds omver kon blazen, dus net op tijd deinsde hij terug van al teveel geweld.

Tinkerbell op haar beurt wist wel van wanten. Ze had zich voorgenomen dat zodra ze klaar was met het werk, eens wat mensen die dit lichtfeest in alle eenzaamheid moesten doorbrengen, te verlichten van de druk van het alleen moeten zijn. Om wat voor redenen dan ook zou ze – onvermoeibaar met haar stafje wat mensen gaan betoveren en zorgen dat het leven voor hun ook een feest zou zijn – dezer dagen. Ze probeerde iedereen van dat nut te overtuigen, maar Vader Kerstmis was onverbiddelijk. Het was zijn taak helemaal niet. Cadeautjes, dat dan weer wel. En dus bleef hij daarop hameren.

Dagen, nachten, uren, iedereen werkte zich uit de naad deze afgelopen dagen. Tinkerbell, was tegen de tijd dat het Kerstavond was vrijwel uitgeput. Ze rustte even op een wolkje uit, gewoon even een powernap van twintig minuten lang, en ze zou weer zo levendig zijn als… ze viel in een diepe slaap. En tijdens haar slaap gebeurde er iets wonderlijks, want beneden op aarde in een Kerststal werd een kindje geboren. Het kindje keek met heel heldere ogen de wereld in en zag daar die drie Wijzen om hem heen terwijl zijn moeder hem de borst gaf. Eenmaal klaar met drinken liet het kleine kindje, Jezus genaamd, drie luide boertjes. Stond op en wandelde, als was het reeds volgroeid, richting de slee van de Kerstman en nam erop plaats.

Hij belandde ergens in een drukke winkelstraat met een Internetcafé en parkeerde daar de slee die hij had geleend van de Kerstman. Al snel nam hij plaats achter een computer, en zo klein als hij was, typte hij daar wat woorden op Sociale Media kanalen als Facebook en Twitter.

De uitspraak was dat hij iedereen dankte voor het mooie voorgaande jaar. Hij riep verder nog dat Kerstmis een samenzwering van liefde en dankbaarheid was. En dat het licht voor iedereen was, welk hart het ook betrof, en dat het zou groeien en schitteren als ware het een feest.

Al gauw kwamen daar venijnige reacties op. Veel mensen dachten dat ze genept werden. En dat deze uitingen waren verzonnen om de mens nog bozer en ontevredener te maken dan ze al waren.

Het kindje moest daar wel een prop van wegslikken. Hij wist immers dat zij die genoeg van zichzelf houden zouden, de krachten zouden bezitten om te helen. En zo verder te gaan met hun leven. Hij besloot de hulp in te schakelen van Tinkerbell, die daar nog lag te slapen op dat wolkje. En liep zelf een bar in waar hij zich vol liet lopen met bier, wijn en ander venijn.

Jaar na jaar, Kerstmis na Kerstfeest, altijd weer hetzelfde verdomde liedje. Hij kon er niet meer tegen. En dus bedacht hij zich dat het enige dat hij samen met Tinkerbell kon doen, het licht terug te toveren was. Maar omdat hij zichzelf zo volvrat en -dronk – net als het gros van de mensheid – zou dat nog wel enkele maanden gaan duren…

Lichtfeest ~ viering van de terugkeer van het licht

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het door moi, vervolgens Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.