#WOT deel 28: passie

“En dan beginnen we nu aan je to-do-lijstje!” H. keek me vragend aan. Een to-do-lijstje? Gut-oh-gut, die had ik niet, ik wist altijd wel precies wat er moest gebeuren tijdens mijn werk. Dat zat in mijn kop en kwam er ook weer uit. Ik wist wat er van me verwacht werd. Maar deze manager was daar heel passioneel over.

Ik snapte direct, dat ook dit weer een stuk tijdverdrijf was. Je mocht immers minstens een half uur per dag besteden aan zo’n to-do-lijstje, maar daar had ik dus geen tijd voor. Of beter, ik had er geen tijd voor over, met deze mega-grote afdeling in mijn beheer.

Op maandagen werden er zo’n 5-8 vergaderingen gehouden. Dus je mag raden, wie de volgende dag gebukt ging onder het uitwerken van notulen. In den beginne ontwikkelde ik daar die passie voor schrijven en het heruitvinden van grappige uitdrukkingen, zodat men ze terug kon lezen met een big smile op hun pokerface. Maar na een half jaar zo’n vijf vergaderingen op de maandag te hebben gedaan, en de wetenschap dat notulen alleen door de Belastingdienst worden gelezen indien nodig, vatte ik ze in handige actie- en besluitenlijsten samen. Die werden tenminste wel gecheckt de week daarna.

Ik geloof dat die manager van de to-do-lijstjes mij altijd een apart mirakel vond. Edoch, kreeg ik altijd een goede beoordeling, met dat knipoogje altijd weer dat dat was ondanks het ontbreken van een zichtbare to-do-lijst. Ik moest op dat moment echt moeite doen niet in hysterisch lachen uit te barsten.

Het #WOT-woord van gisteren was:

Passie

Mijn passie ligt daar in het afleveren van een compleet plaatje. En ik doe altijd nét iets meer om complete plaatje te vervolmaken. Alsof je er een soort van stempel aan toevoegt. Mijn innerlijke drive en werklust zijn blijkbaar hot items wat veel ex-collega’s niet licht zullen vergeten, als ik ze weer eens tegenkom. Dát, naast mijn temperament als het koffie-apparaat of kopieer-apparaat weer eens niet werkten.

Oorspronkelijk begon Karin Ramaker met de #WOT. Na wat omzwervingen via moi en Hendrik-Jan, kwam de #WOT uiteindelijk bij Martha terecht. Martha schrijft de #WOT nu sinds 2014. Hier vind je alle WOT’s vanaf 2014.

Passie? Wa's da?

Iedereen heeft zijn mond vol over passie: ‘Vind die passie en volg het!’ Edoch, kon als kind nooit echt iets anders dan muziek mooi vinden. Mij leek het wel wat, zo’n leven op een podium, maar aangezien ik mijn hele leven al stoei met verminderd gehoor, kon ik het niet maken dát de wereld aan te doen. Je mag wel wat zuiverheid van een rasechte diva verwachten, immers. Dat terzijde.

Ik vind het al mooi als een kind in staat is te begrijpen wát passie nu precies behelst. Hoeft het wat mij betreft nog niet eens een passie te hebben. Laat zo’n kind eens proeven, ruiken en aftasten. Dring een kind niet iets op. Laat zo’n kind zich af en toe eens lekker vervelen, want daar word je pas écht creatief van.

Het kan natuurlijk ook zijn, dat ik een laatbloeier ben, of dat ik té veel en té lang onder de indruk was van de echt gróten der aarde. Er zijn er nogal wat, die me steeds opnieuw verbazen dan wel verwonderen.

Het moment van die eigen passie ontdekken kwam voor mij wezenlijk toen ik even een poos louter op mezelf aangewezen was. Ik verveelde me vrijwel direct. Maar ontdekte dat bij alle visuele dingen die ik zie, direct denk, dat ik het anders zou doen. Of dat ik iets direct mooi of spuuglelijk vind. En daarnaast, zie ik bijvoorbeeld als ik een huis betreed hoe ik dat zou willen inrichten. Ik kwam er na mijn dertigste pas achter dat ik een behoorlijk ontwikkeld ruimtelijk inzicht had. En dat kwam ook naar boven toen ik via een reïntegratie-traject de resultaten van een IQ-test kreeg voorgeschoteld. En zelfs daaruit kwam toen een voorkeursberoep rollen: Tadaa… webdesigner.

You don’t have to be great to start, you have to start to be great.

Passion gone astray

Ik zei het nog zo, ik houd niet zo van voetbal, in mijn profiel op die datingsite. En daarom duurde het denk ik wel enige tijd voordat er überhaupt iemand reageerde. Niet dat ik haast had om aan de man te geraken. Ik had immers een baan, vrienden en vriendinnen naast familie, dus echt best wel een sociaal leven.

Het ging mij echt alleen puur om de leeftijd van the big 35 wat ik binnen onafzienbare tijd zou bereiken. En eigenlijk was dat de reden dat ik plotseling aan de kinderen ‘moest’, omdat broerlief een gezinsleven wél gepresteerd had. En zijn kids best wel grappig waren, vanaf dag één.
Ik durf te stellen dat ik niet zo’n moederkloek ben van nature, maar misschien kon je dat wel aanleren? Te zijner tijd, bedoel ik, als mijn eigen grut er eenmaal was?

Toen ik mijn kansen bijna opgegeven had, kwam er een uitgebreid bericht binnen van ene R. In de weken die volgden werd ik het hof gemaakt met een tamelijk bloemrijke passie. Hij schreef geweldig, zelfs in onze chats, en bijna foutloos. Had qua job ook enige pretenties, en hij was in het echt dan ook een openbaring. De eerste drie maanden waren letterlijk gezellig, vol hartstocht, en we hadden altijd wel iets leuks of nuttigs te doen. Zelfs aan de seks kon ik niks vervelends opmerken. Hij was zelfs sportief. Had soms last van die geweldige gortdroge humor. Deed zelfs zijn best om grappig te zijn met een ongekookt ei (‘wil je hem gekookt of gebakken?’) als ik hem op zondag eens vroeg of hij wilde koken.

Dat alles duurde echt precies drie maanden, op de minuut – pardon seconde – af. Volgens mij staat dat gelijk aan de duur van een standaard verliefdheidsperiode, en ik spreek dan ook uit ervaring. Het vlammetje doofde bij de rest van mijn eerdere relaties ook uit, of werd heftiger nadien.

Het grappige was dat deze R. – mijns inziens – zijn passie voor mij liet varen, en zijn eerdere liefdes weer terug liet komen in zijn leven, te weten: voetbal én darten. Daarnaast werd ik nog steeds wel een klein beetje getolereerd, maar meer als side-kick, geloof ik.

Nu, jaren later, zie ik hem nog voor me. Half hangend op de bank, zijn voeten ondersteund door dat eeuwige krat bier. En als ik hem al iets vroeg, tijdens zijn verplichte uurtjes voetbal of darts kijken op tv, week zijn blik geen moment af van dat verdomde beeldscherm.

Ik had ooit het lef hem te vragen: ‘Is dit het nu?’ Waarop hij één wenkbrauw even liet vibreren, en zei: ‘This is it, babe!’

So much for ongebreidelde passie voor de rest van mijn leven. Ik ben de deur uitgelopen, gelukkig waren we in zijn huis op dat moment, en nooit meer teruggekeerd. Gelukkig begreep hij deze hint. In die zin, was het beslist de ideale man. Hij begreep zelfs datgene wat ik niet zei…