'Overbodigheid, die stoort'

Wie mij in het echte leven goed kent, weet dat ik een vrouw ben van weinig woorden. In principe vind ik het al een opgave een blogpost van zo’n 300 woorden te vullen. Dus ik geef je liever direct de kern van het verhaal.

Vaak ontdek ik na het herlezen van mijn innerlijke geworstel, dat er wellicht toch wat extra uitleg benodigd is.

Terwijl elk woord, extra, er één te veel is. Kan zijn. Ik wil zo strak mogelijk de woorden aaneenrijgen. Zonder poespas.

Soms voel ik me daarin apert alleen en wat eenzaam, totdat ik net dit interview met Herman Finkers las. En dan blijkt, dat mijn strakke communicatie net niet dat gesloten boek hoeft te zijn…

Schrijven, jawel met een vulpen

Hebben jullie dat nou ook? Dat je jezelf af en toe afvraagt of je nog wel kúnt schrijven, gewoon met een pen, of liever nog die ouderwetsche vulpen. Of je niet stiekem bent vergeten hoe je eigen handschrift er ook alweer uitziet? En soms heb ik dan ook weer die neiging om een potlood ter hand te nemen. Omdat je dan die onverhoopte foutjes beter kunt weggummen.

Je zou met zo’n toetsenbord, overal en te allen tijde beschikbaar, maar vergeten hoe dat schrijven ook alweer ging.

Soms, heel soms, heb ik die neiging om dat geduldige witte blanco papiertje helemaal vol te pennen. Die neiging komt dan ook nog eens binnen op de raarste momenten. Gewoon lukraak.

Hoewel ik dan ook weer twijfel, is datgene wat je dan opschrijft niet louter gezeur en gezanik? Of vertrouw ik behalve mijn diepste zielenroerselen liever wat fictie toe aan die tabula rasa? Of mix ik dat, ten behoeve van een verhaal waar vroeger mijn leraar Nederlands altijd over riep; ‘waar haal je die onzin toch vandaan? Je hebt wel een lévendige fantasie, zeg!’

En soms durf ik ook niet goed. Dan ben ik maar bang, dat dat handgeschrevene me achteraf tegenvalt, of beter, dat ik nooit meer wil stoppen met schrijven. Of dat mijn hersenpan sneller gaat, en ik de helft dan onverhoeds vergeet te noteren.

En dan moet ik weer bedenken, hoe ik mijn teksten onverwijld toch weer in dat toetsenbord kan rammelen, zonder ooit verveeld te raken.

En voelt mijn Mac, tablet, en smartphone zich dan niet vreselijk verwaarloosd? Kun je het überhaupt dezer dagen nog wel maken om zo’n eenvoud na te streven?

Het leven met een toetsenbord, toegegeven, is verdraaid makkelijk. Alles staat immers vast voor de lengte der dagen. Nu hoef ik daar inderdaad niet altijd zo trots op te zijn, maar dan toch – desalniettemin (mooi woord) – weet je weer waar je staat met je schrijfcapriolen.

Nu, ik weet het nog zo net niet. Schrijven is leuk hoor. Maar het moet wel net zo snel gaan als dat ik denk. Wat dat betreft, is zo’n toetsenbord me toch iets te dierbaar.

Maar wat wilde ik ook alweer zeggen?

Dit artikel verschijnt tezelfdertijd ook op hoevrouwendenken.nl.

Herfst, en hoe mijn mojo terugkeerde

Het leek er inmiddels wel op dat ik in een soort van zomerdepressie zat, want boem, ik was mijn motivation en joy (kortweg: mojo) even kwijt. Daar heb ik des zomers wel vaker last van. Door het mooie weer word je maar afgeleid tot het vertoeven buitenshuis, en overige perikelen. Dit heeft écht máánden geduurd.

Vanmorgen liep ik buiten. De herfstwind was heerlijk onstuimig. Een beetje zoals het in mijn hoofd ook altijd verloopt. En met de dreiging van een of andere natte moesson in het vooruitzicht, vind ik het altijd weer heerlijk uitdagend om even mijn krachten te meten met ’the force, out there’. En het maffe is, dat ik dan weer plannen ontwikkel. Die natuurlijk niet lang op zichzelf zullen laten wachten.

Zo mis ik af en toe deerlijk mijn voormalige beroep als Receptioniste. Ik heb jaren gewerkt in de horeca. En ik genoot werkelijk waar van dat werk. Nadien was een saaie kantoortuin en administratieve rompslomp echt een afknapper van jewelste. Vandaar dat ik me in het Haarlemse heb aangemeld als Gastvrouw bij een ontmoetingscentrum. Gewoon als vrijwilliger, voor twee ochtenden in de week. Ik zag de oproep, en spontaan voelde ik me alras weer beter.

No man is an island, dat schreef ik al eerder. En hoewel mijn gezondheid me grotendeels belet een baan vast te houden, is alleen voortsukkelen me een doorn in het oog. Ik heb mensen nodig. Vibraties. Verhalen. Al hoor ik ze niet persoonlijk van hen. Door mensen te observeren krijg ik weer genoeg voeding om die verhalen in levenden lijve te visualiseren. Door te visualiseren kan ik fantaseren. Door te fantaseren krijg ik hoop. Enzovoort.

Dat geldt ook voor dit blog. Ergens dacht ik nog, halverwege mijn afgelopen zomerdepressie, dat ik dit blog maar in de wilgen moest hangen. Geen inspiratie. Heb naar mijn weten alles al eens geschreven, gedaan of gehoord. Been there, done that. Dat soort gedachten. Maar ik mis de schrijverij toch wel een beetje. Stiekem. Dat gevoel, des morgens vroeg. Dat je iets wil schrijven en delen. Nee, dat wil ik, én kán ik, nog steeds níet missen…

5 Tekens dat je op het juiste pad bent beland qua schrijven

Zit jij qua schrijven even vóór een soort van drempel die je qua angst steeds opnieuw moet overwinnen om er overheen te stappen? Sta jij steeds op voet van oorlog met je muze, of innerlijke criticus (zo je haar of hem noemen wil), en dreigt zij of hij het soms van je te winnen. Ware het niet, dat je soms die lange middelvinger wil uitsteken naar haar en die denkbeeldige rest, en je dus gewoon wel lekker je vingers aan het toetsenbord zet.

Ik laat je hieronder 5 tekens zien dat je het juist hartstikke goed doet:

Aarzel je al met in te loggen op je blog dashboard?

Hoe vaak komt het niet voor dat je dat idee hebt, die creatieve uitspatting, maar dat je eigenlijk denkt een heel artikel nog niet te kunnen volbrengen? En dat je daarom dus twijfelt aan zelfs het opstarten van een nieuwe blogpost / artikel.

Urgh. Error! Dat ligt niet aan jouw blog dashboard. En ook niet aan die knipperende cursor.

Dat is omdat je gewoonweg niet die aanvang maakt. Of de angst dat het uiteindelijke artikel niet zal uitpakken zoals jij wil.

Kom aan. Dwing jezelf toch vooral die eerste zin te schrijven. De rest schrijft zich als het ware vanzelf.

Staar je vaak lang naar die knipperende cursor?

En wil je verdorie iets schrijven, maar iets weerhoudt je ervan? Het is niets minder of meer dan die innerlijke criticus. Hij vertelt je waarschijnlijk stiekem dat je schrijfsels het niet waard zijn gelezen te worden.

Hij is die boosdoener. En niet jij!

Dus overroel die enge criticaster en schrijf eens wat wat je achteraf met een grote glimlach, of toch die druppelende traan, kan teruglezen. Je zult zien dat die Publiceerknop dan heel dichtbij komt.

Denk jij geen inspiratie te hebben?

Klik eens op Sociale Media, en laat het eerste zelfstandig of bijvoeglijke naamwoord dat je aanstaat, je eens uitgebreid doen brainstormen. Vandaag was het voor mij: ‘Rood’. En nu schrijf ik dus wat voor mij altijd die rode lap is, eer ik eens een blogpost eruit kan wurmen.

Sla eens een woordenboek open. Of bekijk een synoniem van een woord wat je interesseert en wat je verder kan inspireren. Voor mijn part laat je je speelse kat als inspiratie dienen. Je zal absoluut niet de laatste zijn die een ode aan je feline vriendje(s) brengt.

Inspiratie te over. Bloggers mogen over elk denkbaar onderwerp uitweiden.

Ben jij ontevreden over eerdere resultaten?

Welnu, dan heb ik ontzettend goed nieuws voor je: ieder nieuwe blogpost/artikel kan een nieuw zijweggetje zijn naar waar jij uiteindelijk heen wil gaan. Elke blogpost is een nieuw begin.

Als blogger mag je vallen en opstaan. Fouten maken en opnieuw beginnen.

Waarschijnlijk ben je zelf het meest ontevreden over resultaten die anderen allang weer zijn vergeten.

Vraag jij je af wat jij als schrijver waard bent?

Heb jij geen doelen of plannen voor je blog of waar dat heen zal gaan, nu of in de nabije toekomst? Troost je, ik zou zweren dat de meeste bloggers, tenzij ze het voor de poen doen, niets in de planning hebben. Zelfs geen doelstellingen. Maar schrijven wanneer hun pet ernaar staat.

Vraag je eens af, wat je ervaart als je toch weer een leuk artikel hebt neergezet. Ben je dan trots? Maakt het je blij? Voel je je lichtvoetig, en maakt het dat je -zelfs in deze regenbuien – een dansje wil maken?

Als het antwoord daarop een volmondige ja is, dan ben jij het waard je zelf een schrijver te noemen.

Conclusie

Ja, inderdaad, ik lees het boek Big Magic van Elizabeth Gilbert. En vind daar potjanverdullemedikkie zoveel herkenbaarheid in, dat ik hallelujah, nog wel tien van deze blogposts kan pennen.

Zij laat je inzien, dat angst en alle overige herkenbare emoties wel heel dichtbij liggen op dat pad van het schrijverschap. Maar dat je die angst lekker kan laten wegwaaien en gewoon kan doen waar jij je prettig bij voelt.

Onderstaande video – ook van deze sprankelende dame en dan nu mondeling – kan en wil ik jullie niet onthouden:

#WOT deel 51: Schrijven

Die pen die ik in mijn handen gedrukt kreeg op de Kleuterschool had een magische uitwerking op mijn verbeeldingskracht. Je kon er immers alles mee. Ik leerde er mee schrijven, bijvoorbeeld, en tekenen: ook zo fijn. Al was ik het dat jaar niet eens met de wijze waarop. Ik wilde immers schoonschrijven, en het volgende lesjaar zou men pas weer met cursief leren schrijven aanvangen. Maar geen nood, ik probeerde het gewoon allebei.

Het leverde veel schriftjes op, met doodles en allerlei ander gefrats. Dat ik nog iets anders daarnaast heb opgestoken, ligt waarschijnlijk aan mijn godsonmogelijke talent voor multitasking. Want ik zat altijd te luisteren onderwijl.

Zo had ik op de HAVO een geschiedenisleraar die zelf zo uit een standbeeld uit het oude Griekenland was ontsnapt: een ware Adonis, en hij kon de prachtigste mythen en sagen uit zijn hoofd oproepen en er over vertellen. Letterlijk iedereen in onze wat fatalistische klas hield dan eindelijk zijn mond. Ademloos luisterden we naar deze prachtige man.

Ik denk dat er toen een lichtje bij mij op had moeten gaan. Ik was gewoon verslaafd aan verhalen, zowel schriftelijk als mondeling, dus in wezen aan communicatie. Had me daar beslist in verder moeten specialiseren.

Het #WOT-woord van donderdag was:

Schrijven ~ Het vormen of produceren van letters om ideeën vast te leggen die worden uitgedrukt door karakters of woorden, of door ideeën over te brengen door zichtbare tekenen.

Elk jaar verzucht ik wel één of twee keer, of nog vaker, dat ik dan eindelijk dat boek zal schrijven. Dat lukt me mooi steeds weer niet. En ik weet ook waarom me dat niet lukt. Ik word letterlijk groen en geel van de ijver van mijn idolen qua schrijverschap.

Met deze blog heb ik al triljoenen malen mezelf in verwondering bevraagd, dat ik me uit principe niet moet laten afleiden. Uiteindelijk moet je gewoon stappen zetten. En je bewonderingen ten aanzien van anderen laten varen en omzetten in je eigen Kunstje. Gewoon. Even.

Toevalligerwijs las ik vandaag deze blogpost van Jan van Mersbergen. Hij nuanceert de wetenschap dat een boek schrijven niet noodzakelijkerwijs tot een goed inkomen zal leiden. Tot slot gaf hij me even weer iets om me over te verwonderen:

Schrijven is de tijd maken iets te geven zonder te weten wat je ervoor terug zult krijgen. ~ Jan van Mersbergen

Daar ga ik even van in stilte nagenieten. En vervolgens zal ik mezelf die schop verkopen…

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.