Selectieve exclusiviteiten (op Social Media)

Heb jij ook de Tweet gezien met dat korte fragment waarin ‘Borat’ star Sacha Baron Cohen de Social Media industrie, en dan met name Mark Zuckerberg van Facebook, een pak op zijn falie geeft? Hieronder de Tweet met het filmpje:

Dat geeft je te denken over ‘vrijheid van meningsuiting’, zoals wij dat willen kennen of willen begrijpen. De ‘normale’ ziel, dat is. Natuurlijk mag je je dan tegelijkertijd afvragen wat ‘normaal’ is.

Soms ben ik zelf wel heel erg blij met mijn selectieve scrollen door tijdlijnen op Social Media. Van elk gepubliceerd bericht lijk ik een bepaald trefwoord (of meerdere) te vinden, wat ofwel mijn interesse wekt, of integendeel, juist niet. Moet daarbij bekennen dat ikzelf vrijwel altijd lijk te zoeken naar iets interessants, maar zelf maar bitter weinig deelneem aan de gesprekken, of debatten, die er plaatsvinden.

Hoe gekker de gesprekken, des te minder ik ze volg. Wat heet: ik blijf er ver vandaan. Ik heb voor mezelf een redelijk beeld van de wereld, al zeg ik het zelf. Dat beeld hou ik hoe dan ook graag vast. Het biedt me dan ook houvast in deze wat instabiele tijden, zeg maar. Heb ik eindelijk iets gevonden, waarvan ik nooit wist dat ik het zocht.

Ik ben het dan ook eens met die Cohen, dat Social Media veelal die geduchte mogelijkheid biedt om haat, leugens en complottheorieën te verspreiden. Maar laten we wel zijn, om maar even terug te komen op dat ‘normale’, het gros van wat ik lees en de mensen die ik volg, zijn daar helemaal niet mee bezig. Totaal niet. En het brengt me dan ook veel plezier, als ik zie dat anderen die daar lijnrecht tegenover staan, zulk gedrag op Social Media niet alleen im Frage stellen, maar ook in het belachelijke trekken.

Natuurlijk is het tamelijk angstwekkend als het slag mensen dat wel haat, leugens en de rest verspreidt een easy-peasy podium krijgt aangeboden. Ergens mocht je willen dat ze van deze aardkloot verdwijnen, maar zo werkt het niet. Zo heeft dat immers nog nooit gewerkt. Voorheen werkten die mensen tamelijk ondergronds. En nu laten ze zich, willens en wetens, dondersgoed identificeren, middels een ID, account of wat dan ook wat Internet mogelijk maakt. Ik vraag me af, of dat juist slim of dom is?

Voor mij rest de vraag dus: houden we die haat, leugens en complottheorieën liever ondergronds of juist openlijk? Zodat we er juist tegenin kunnen gaan? Is het een slimme bom onder ons naïeve achterste, of juist niets anders dan domme propaganda waar we inmiddels wel raad mee weten?

Want we zijn met z’n allen dan wel vreselijk bang voor verandering, maar beter zou het zijn als blijkt dat we toch samen wel wat geleerd hebben van onze geschiedenis.

En dat wij als ‘gebruikers’ van die verrekte Social Media, onze voorheen ondergrondse ’tegenstanders’, zoveel mogelijk weerstand en het hoofd kunnen bieden. Zodat zij links tegen de stroom in kunnen blijven roeien en we ze uiteindelijk lachend halverwege de moed in hun schoenen laten zakken.

Cocon

De tanden die ik in het leven heb gezet – tot circa dat beruchte 35ste levensjaar – staan nog al te vers in mijn geheugen gegrift. Misschien was ik er al vroeg bij, die midlifecrisis? En ik wil je niet al te zeer vermoeien met mijn wat pijnlijke geschiedenis. Of het nou het verlies van een partner betreft. Of die never ending stroom aan reorganisaties bij de bedrijven waar ik werkte waardoor ik mocht afvloeien wegens te oud of te duur. Of dat armzalige punt waarop je denkt, zal ik dan kiezen voor het Bewust Ongehuwde Moederschap?

Het resultaat was wel dat ik me ietwat terugtrok in mijn eigen cocon, maar niet helemaal… want ik voelde immers danig de behoefte om te gaan schrijven. Dat laatste was wel zo’n dringende of dwingende – zo je wil – inquisitie, want ergens hoopte ik daarmee toch dat contact te blijven houden met de wereld om me heen.

Hoe dan? Wel, net op tijd roerden het fenomeen Internet, en dat aanverwante artikel bloggen, hun staarten.

Veilig

Dat cocoonen van mij was een gevoelsmatige beslissing, besef ik nu. En leek des te meer aanlokkelijk, omdat ik veilig thuis van achter mijn desktop toch een klein beetje kon meegenieten – als van achter een gordijn – van hen die tanden bleven zetten in hun bestaan. Misschien zocht ik ook wel stiekem naar blijvende herkenningspunten, want rond die tijd was ik gigantisch gedesillusioneerd. Niet alleen in de wereld, maar ook met name in mezelf.

Survival tripping

Als ik daar nu op terugkijk, zie ik dat ik ergens een bepaald houvast probeerde te vinden. Heel aarzelend – in eerste instantie – begon ik te bloggen. Ik had niet echt dat vertrouwen dat ik me kon meten aan de bloggers die destijds al roelden. Integendeel. En toch was ik gefascineerd door de open blik. De herkenning. Of herkenbaarheid.

Het feit alleen al, dat men zich openstelde en openbaarde op deze grote schaal, waardoor iedereen mocht meelezen dan wel meegenieten. En zelfs kon reageren. Of door andermans blog dusdanig geïnspireerd raakte dat men ook begon met bloggen. Bloggers die het begrip lifeloggen verder wisten uit te breiden. Of weer een nieuwe, maar evenzo gepassioneerde weg, vonden.

Al die mensen – ontdekte ik vaak heel verrast – zijn net zo hard op zoek naar de zin van het leven. Of ontdekten hun manier van ‘zin’ door het zelf te schrijven. Alsof ze zelf – onbewust – een soort van overlevingstocht ervan brouwen.

Immers, omdat die reactiemogelijkheid aanwezig is bij bloggen, kon men zichzelf daarmee goed rechtvaardigen of moest men zich soms zelfs verdedigen.

Mensen vinden altijd weer een weg

Over de jaren heb ik heel wat blogposts mogen lezen en vond het altijd weer interessant dat men zich op een bepaalde manier wist te manifesteren. Dat men door dat manifesteren weer een zinvolle invulling vond in zijn bestaan.

Immers, iemand die schrijft vertelt onwillekeurig zijn verhaal. Een goede lezer leest tussen de regels door.

Op actie volgt reactie.

Bijna stiekem kon men van achter die façade toch blijven groeien en bloeien. Een beetje steun vinden.
Of zelfs tegengas, als de appel te zuur werd volgens zijn volgers.

To spice things up or not

Mensen vinden altijd weer een weg om hun leven met wat extra peper in hun achterste spannender te maken als in ’to be or not to be’. Is het niet bewust, dan toch wel onbewust. En net zolang totdat ze zelf weer genoeg krachten hervinden om weer in het midden van het leven te kunnen staan. Of dat nu via een blog is of andere kanalen zoals microposten via bijvoorbeeld Twitter of Facebook.

Ook dit is een reactie

Dat wilde ik eigenlijk toevoegen of vertellen aan onze Koning naar aanleiding van zijn Kerstspeech toen hij zei: “… Steeds meer mensen houden hun digitale deur het liefst dicht en nemen alleen nog kennis van ideeën die hun groepsgevoel en mening bevestigen.
Met dit alles kan iets essentieels verloren gaan…”

Of aan Obama met betrekking tot dit interview.

Conclusie

Het maakt werkelijk geen donder uit hoe men zijn tanden laat zien, want hoe mooi is het, als een mens zichzelf – met elkaar óf alleen – in die zin schetst of hervindt? Ergens mag dat best een sprankje hoop bieden.

Over bloggen en de romantische versie van mezelf

Eén van de redenen dat ik begon met bloggen was dat ik me veilig waande. Geheimzinnig verstopt achter een computerscherm en een toetsenbord. Ik zou lekker anoniem online bezig zijn. Waar ik zwoeg, bijna elke dag, over blogposts die met bloed, zweet en tranen tot stand komen.

Alles is cool, daar op die plek, in mijn veilige schrijversholletje. Het enige waar ik me in beginsel zorgen over maakte was een tekst te kunnen schrijven, een afbeelding op te snorren die er een beetje bij past. En dan op die verrekte publiceerknop te drukken, en afwachten of daar een reactie op komt.

De verhalen die ik op mijn blog zou plaatsen zouden niet echt over mijn eigen leven gaan. Het moest een geromantiseerde versie worden van mezelf. Over mezelf. Ik had totaal geen restricties in gedachten. Het kon elke kant uitgaan, immers, die ikzelf maar wilde. En geloof me, ik beleef daar elke dag opnieuw een gigantisch plezier aan.

Meer dan eens verbaas ik me over mijn eigen pennenvruchten. En kennelijk verbaast het die ander ook. Meer dan eens krijg ik complimenten, en waar ik het vaak het meest verwacht, juist ook weer helemaal niet.

De laatste jaren ontvang ik meer mails of ik mijn blog wil lenen aan de commercie. In deze uitnodigingen wijdt men uit over mijn talent om hun producten te voorzien van een positieve dan wel negatieve recensie. Men ziet graag dat ik dan liefst driemaal een link leg naar dat product op de site van dat bedrijf en stelt daar een bepaald bedrag tegenover. Iedere handige dodo weet dat daarover te onderhandelen valt. Bij mij valt het gelijk stil, echter.

Ik heb dan ook direct een geldig excuus voorhanden, dat ik geen extra inkomsten mag genereren. En ik verschuil mezelf daarachter alsof ik er oprecht blij mee ben. Ik ben er ook oprecht trots op. Net zoals ik mezelf achter dat beeldscherm en toetsenbord verschuil. Want, ik hoef niks meer, maar ook niks minder.

Sommigen begrijpen dat gratis bloggen niet langer. Ze vinden dat het geen recht doet aan hen die wel een inkomen weten te halen uit hun blog. Ik vind dat echter niet zo onverzoenlijk als dat het lijkt. Ieder mag – wat mij betreft – zijn eigen ding doen. En probeer iedereen in zijn eigen waarde te laten.

Ik vertel mezelf dat dit nu de meest romantische versie van mezelf is. Voortkabbelend tussen zin en onzin. Een verhaal of het echte leven. Ik ben maar die blogger en niet die broodschrijver. En zolang ik voor mezelf die nuance kan vinden, blog ik fijn verder op deze fiets.