#WOT, deel 23: stekken

Van die kleine ontluikende stekkies onderaan een plant. Ik kick daarop. Vol verbazing over zo’n klein wonder wacht ik net zo lang af totdat het mijns inziens krachtig genoeg is om te planten in een eigen pot.

En dat laatste verbaast me zelf nog het meest. Ik, die vroeger dacht dat tomaten in blik groeiden, zo uit de fabriek vandaan. Ik, stadskind. Ik, die hopeloos verloren is voor dat soort kleinschalige mirakels.

Het #WOT-woord van vandaag is:

Stekken: vorm van ongeslachtelijke voortplanting bij planten waarbij een stukje blad of stengel van een plant uitgroeit tot een nieuwe plant.

Groene vingers

Ik blijk toch echt groene vingers te hebben. Want as we speak zit ik buiten à la balconia te genieten van de pracht van mijn planten daar. Wacht, ik maak even een foto.

Tadaa.. En nee… het boeit niets dat ik hier zowat koutje vat, want onderwijl speur ik naar nieuw leven om ook weer te verplanten zodat ik nog veel meer leven in de brouwerij kan scheppen. Die eeuwige zoektocht naar nieuwe stekkies zal ik waarschijnlijk nooit opgeven.

En jij? Heb jij ook groene vingers? Houd je ook zo van het plantenleven en de gezelligheid die dat met zich meebrengt?

Ik lees het weer graag hieronder in de reacties.

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.

Stekken

Planten vind ik een absolute must in mijn piepkleine huis. Vooral de groene planten, ik houd niet van bloeiende met bloemetjes, die toch maar weer verwelken. Ik zie er op toe dat mijn planten groeien en de ruimte krijgen om uit te dijen. En ow wee, als ik eens per ongeluk vergeet ze water te geven. Dat gegeven vind ik een onoorbaar iets.

Nu staan er wat planten tussen die uitgroeien en stekken produceren. Hoe leuk is dat? Om een nieuwe pot op te snorren, het te voorzien van verse aarde, en dan heel voorzichtig de stekjes een nieuw bestaan te geven. Ik vind het een wat keutelig avontuur. Het geeft me echt het gevoel dat ik tot een echte huismus verworden ben, die haar leven louter wat opfleurt met groeiend groen.

Maar met al dat groen werken, dat bepotelen van de aarde, dat voorzichtige overplanten van die kleine gevoelige stekjes, dat maakt me altijd weer compleet ZEN. Ik kan het niet laten elke dag een kritische blik te werpen op de newborn plant, en hoop elke dag vurig dat hij het redden zal en uit zal groeien tot een volwassen en uit de kluiten gegroeid mirakel.

Het is me inmiddels al met drie stuks gelukt. En ze zijn wat dat betreft mijn heuse baby’s. Ik praat nog net niet met ze. Al spreek ik ze dan wel bemoedigend toe, zolang ze ‘het’ maar blijven doen. Het is ware liefde, wat ik je brom.