Stilte

Stilte komt zo daverend binnen. Soms vraag ik me af, of ik stiekem ben achtergelaten en iedereen is vertrokken naar een betere planeet. Vaker wel dan niet, kom ik ook niemand tegen op de gang of in de lift. Dus sjok ik dan heel even naar de supermarkt hieronder om nog wat leven in de brouwerij te zien en te proeven.

Zelfs mijn moeder zegt dat ze zich nu de Tweede Wereldoorlog zo goed herinnert. Toen was het ook zo stil. Alsof men in stilte afwachtte, op weer een luchtaanval, of weer zo’n oorverdovende razzia in de buurt.

In wezen duidt die stilte op een universele angst. Dat of men wacht stilzwijgend op betere tijden.

Stilte is soms fijn, maar meestal niet. Als des middags de kinderen weer worden losgelaten, slaak ik meestentijds een zucht van verlichting. Kinderstemmen, hoe luid ook af en toe, doen me immers voor heel even deze bizarre situatie vergeten.

En als het me té veel wordt, dan leg ik mijn Philips oorbellen even in het doosje naast me neer. Altijd handig, totdat ook dat me tegen gaat staan. Want ik koester deze haat-/liefdesverhouding altijd weer.

Net als op zondag, als ik tijdens dat eenzame dauwtrappen in de verte de kerkklokken hoor luiden. Desolaat waan ik me dan. Het is alsof de wereld ineenkrimpt door dat plotselinge overweldigende geluid. Het stoort me in mijn gedachten. Alsof ik daar niet mag zijn.

Stilte. Als in wachten op een storm. Ergens maant die stilte geduld te betrachten. En terwijl minuten voorbij kruipen, pijnig ik mijn hersens door toch dat ene onverwachte geluid waar te nemen. Alsof dat me kan verzekeren dat ik me nog steeds wél op de juiste planeet bevind…

En de cursor, die knippert geduldig

De laatste tijd staar ik iets te vaak naar een loos knipperende cursor. Ik heb wel verhalen, maar hoe dan ook, ik vertrouw ze – nog – niet toe aan deze blog. Het lijkt wel, alsof die jengelende tijdsfactor me niet veel doet. Wat nogal raar is, want als ik met een deadline te maken krijg, dan wist ik het wel. Ondertussen concentreer ik me op wat mijn brein me wil vertellen.

De tijd echoot voor me uit. Dat ervaar ik al sinds het prille begin. Dat er een echo zit als je het woord tijd uitspreekt. Ooit gehoord? Net als wanneer je de Engelse variant uitspreekt: ‘Time’. En ineens begrijp je dan de bedoeling van een uitspraak als: ‘Only time will tell!’ Die echo, dat uitstel, omdat je ergens wel vermoedt dat je nu nog achter feiten aanloopt. Dat gevoel – ken je dat? – dat ik soms in afwachting ben van iets, het maakt niet uit wat, maar omdat ik dus dat gevoel heb ergens middenin te zitten… Aarzel ik – vooralsnog – om loze kreten te doen.

Terwijl je het wel himmelhoch jauchzend zou willen uitschreeuwen. Juist omdat je denkt, voelt, ervaart, weet. Je lééft.

Maar niets van dat alles. Ondertussen heerst er stilte, in dit huis, vanuit mijn binnenste, vanuit dit blog, vanuit mijn brein. En arrghhh, ik heb zo veel te melden, dacht ik. Ik weiger dan ook de radio of tv aan te zetten, te bang dat ik mijn eigen breinstem overschreeuw. Ik wil mezelf soms hóren denken. Ik wil dat gesprek met mezelf blijven aangaan.

Soms – voor heel even – dringen er dan toch andere geluiden door. Een hond die de hele dag alleen zit, in tegenover liggend appartement, en jankt. Dat janken gaat door merg en been, kan ik wel stellen. Soms heb ik de neiging om deze hondenbezitters mijn waarheid te vertellen over het sneue leven van hun hond als zij de hort op zijn, maar doe dat niet omdat zij dat vast wel beseffen. Dat terzijde.

Die stilte, binnenin, die maakt niet dat ik mijn blog verwaarloos, louter dat ik voor heel even werd afgeleid.

 

 

 

#WOT deel 40: stilte

Ik zwijg vaak. Te vaak. Ik zeg nog niet half wat ik denk. Wat heet: een kwart van wat ik denk. Dat het ook wel diplomatie.

In die stilte kun je vaak best wel opmaken wat ik denk. Ik geloof namelijk dat mijn gezicht een open boek is, voor jou, maar zeker ook voor de familie.

Het #W(rite) O(n) T(hursday)-woord van gisteren was:

Stilte ~ 1) Achterbakse 2) Aankondiging van storm (crypt.) 3) Bedaardheid 4) Die hoor je niet vallen (crypt.) 5) Eenzaamheid 6)
Geluidsloosheid 7) Geluidloosheid 8) Kalmte 9) Nietszeggend bevel (crypt.) 10) Rust 11) Stilheid 12) Slapheid 13) Silentium 14) Toestand van rust 15) Vredigheid 16) Zwijg

Tegelijkertijd is die stilte vaak een aankondiging van een storm die zich voornamelijk in mijn hoofd afspeelt. Op ieder moment van de dag denken, levert frappante ideeën op.

Zelfs gedurende de stilte hoor ik van alles. En het lijkt erop dat ik naarmate ik ouder word, meer kan genieten van het jezelf kunnen horen denken. In vergelijking met vroeger, toen ik bijvoorbeeld een hekel had aan de zondag.

Het luiden van de kerkklokken bijvoorbeeld, kon me een unheimisch (mooi woord) gevoel van eenzaamheid dan wel leegheid geven. Ik deed er dan ook alles aan om de stilte altijd weer te doorbreken, met vooral muziek waardoor de buren vooral mee mochten genieten.

Ik weet niet meer, wanneer ik kon genieten van dat eerste momentje stilte. Het moet na mijn veertigste zijn ontstaan. Ik geloof dat ik er toen pas behoefte aan kreeg, meer tot mezelf in te keren. De sleutel te vinden tot mijn hart. Maar voornamelijk, om mezelf te kunnen horen denken…

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.

Genieten van volmaakte stilte

Een autodeur slaat dicht. Beneden. Maar verder volmaakte stilte. Ik hoor het omdat mijn balkondeur op een kier staat. Het is 19 december, en ik hoef hier geen verwarming aan te zetten, omdat ik van boven en beneden uitermate doorverwarmd wordt.

In de verte toetert een auto. Verder: volmaakte stilte. Ik dacht niet, dat ik het ooit aan zou kunnen deze stilte. Het brommende geluid van de ventilatieschacht van dit complex is het enige wat je kunt horen loeien. In de stilte die overheerst.

Soms heb ik het heel erg nodig, die stilte. Dat ik dan mezelf kan horen denken. Dat je die gesprekken die je met jezelf voert in alle rust en gezapigheid kunt overlaten door die stilte.

Het is een poos geleden, dat ik mezelf zo een middag – of een aantal uurtjes toesta – er hoeft dan immers niks. Het enige wat mag is tot jezelf komen. Rust, stilte, regelmatigheid en reinheid. Zo zou dat moeten zijn.

Het is weer eens wat anders dan dat altijd maar doordraven, als een paard die eigenlijk geen zin heeft om te galopperen. Het is even geen muziek, geen radio, geen mensen om je heen, even geen geluiden anders dan die binnen in jezelf.

Dat is bijkomen.

Dat is genieten.

En hoewel ik dan moet denken aan dat liedje, “Het is zo stil in mij” van God mag weten die ook daarop kwam, ervaar ik niet die behoefte om het te beluisteren.

De stilte maant me tot niets. Het grote niets.

Het is al heel wat jaren geleden dat ik een hekel had aan zondagen. Aan rustdagen, stilte. Omdat ik me zo godsonmogelijk verlaten kon voelen door alles en iedereen. Dat alles wat je hoort het luiden van kerkklokken was op zo’n vroege zondagmorgen, en dat je die haatte, omdat het een soort van eenzaamheid op je afriep. Ik was er toen bang voor. Toen wel.

Nu niet meer. Als nooit tevoren waardeer ik die momenten van stilte als geen ander. Misschien waardeer ik het nu omdat ik meer hoor dan alles wat mijn oren ooit konden horen.