Plaatjes

Iedereen die hier een beetje langer meeleest, weet dat ik een notoire fan van The Beatles ben. Ik volg ze dan ook op Social media. En ik word daarin gestimuleerd door elke dag mij totaal onbekende foto’s te zien. Troost je, ik luister ook naar de wat jongere musici als Sting en U2, maar dat terzijde. Want hemeltjelief, wat worden ze oud. Soms word ik letterlijk badend in het zweet wakker met de vrees dat een van mijn helden heeft gekozen voor dat andere hemelrijk.

Maar tot die tijd verlustig ik me op de Social media kanalen, want ik krijg prachtige terugblikken voorgeschoteld. Foto’s en video’s die ik zelfs – en ik noem mezelf dan een kenner – nog nooit heb gezien. Ik verbaas me er zelfs over, dat ik van mezelf dacht een ‘kenner’ te zijn. En iedere keer word ik door zo’n foto weer gezogen in die absolute status van fanzijn. Want ik dacht echt dat ik er al een weinig overheen was geraakt. Nou, niet dus.

Neem nou al die boeken die ik letterlijk heb verslonden over mijn helden. Ik las ze vrijwel allemaal. Al vind ik het jammer dat ze nog steeds niet echt autobiografisch zijn. Er zijn ook favorieten, boeken die ik echt bijna woordelijk kan herhalen. Al lees ik die boeken nu niet meer, ik weet zeker dat er weer een vuurtje zal oplaaien als ik al die aangeschafte boeken weer eens open zou slaan. En misschien zou ik dat ook weer eens moeten doen.

Want ik raak altijd op drift als ik een boek over mijn helden lees. Dat gaat zo ver dat ik weer hernieuwde energie en passie voel voor alles wat ademt en leeft. Ergens vind ik dat een maf gegeven. Waarom zou een boek je dat gevoel schenken? Wat hebben die mensen dan in hemelsnaam gepresteerd dat ze zo’n weergaloze bron van inspiratie zijn en blijkbaar blijven voor niet alleen die oudere generatie, maar ook mijn generatie en alles wat daarop volgt.

Misschien is het ook wel louter dat inlevingsvermogen van mij, dat super- en bijna bovenmenselijke geloof in mijn persoonlijke helden. Maar ik weet dat wel dat het mijn leven danig opfleurt, iedere dag opnieuw. Plaatje voor plaatje.

Remembering #JohnLennon

Moet een jaar of zeven zijn geweest, toen ik voor het eerst de film Help! zag met The Beatles. Die humor en nog beter hun muziek spraken me gelijk aan. En ik kan me herinneren daarna de gelijknamige LP uit de kamer van broerlief te hebben gejat, om het daarna grijs te draaien.

Er volgden meer LP’s. Meer video’s. Elke uitzending waarin The Beatles, al was het louter een paar minuten lang, nam ik op, en keek ik terug, zónder ooit verveeld te raken. Ik was dan ook de enige die zoveel gebruik maakte van de stereotoren in huis en de video (ja the good ol’ VHS nog), tot slijtens aan toe, conform mijn moeders’ wat spottende herinnering.

Afbeelding van pauldaley1977 via Pixabay.com

Ik kan me overigens niet herinneren één van The Beatles als absolute favoriet te bestempelen. Ik vond ze allen, de vier mannen, even grappig, cool en geweldig. Al had George de mooiste glimlach, Paul de cheekiest uitstraling, was John de intellectueel van het stel, en Ringo altijd en nog steeds de grappigste drummer ooit.

Dit moet tot een hoogtepunt geleid hebben, want al mijn spaarcentjes gingen op aan de LP’s en posters. Overal, in mijn slaapkamer, was elk stukje behang jarenlang getooid met prachtige kiekjes van het stel musici die qua humor en muzikaliteit nooit meer zo’n weerga heeft gekend. Met geen enkele andere pop- of rockster.

Words are flowing out
Like endless rain into a paper cup
They slither wildly as they slip away across the universe

Across the Universe

En toen was het plotseling dinsdag, 9 december 1980. Ik ging inmiddels als een ware brugpieper naar de middelbare school, het Triniteitslyceum, die ochtend. En terwijl we wachtten op de leraar om het lokaal te openen, zei mijn beste vriendin in het voorbijgaan dat ze had gehoord dat John Lennon de vorige avond was vermoord. Vol ongeloof begon ik een wilde discussie over die snertpers die dat soort verhalen nu eenmaal bij de vleet ‘verzon’. Ik zweeg haar de rest van de dag ‘dood’. Totdat ik van school thuiskwam en het nieuws werd bevestigd.

Ik kan je niet vertellen hoe eindeloos diep de depressie was waarin ik toen verzonk. Immers, nooit meer zouden deze helden nog samenkomen. Wat ons restte, was louter (en gelukkig maar) hun schier eindeloze repertoire: de muziek.
Maar niets kon verhinderen dat die grote trots en gloorrijke hoop als een blikseminslag de grond, mijn grond, werd geboord.

Kon zelfs over mijn toeren heen raken, als bleek dat men de moordenaar van John Lennon, die ik nog steeds liever niet bij naam noem, weer eens de tijd en ruimte schonk om een interview te geven. En blijkbaar de ruimte om zijn ziektebeeld de wereld in te slingeren. Dat gevoel – al is het tegenwoordig in mindere mate – heerst nog steeds een weinig bij me.

Vandaag is het de verjaardag van John Lennon, als hij er nog was geweest. Hij zou 80 jaar oud zijn geworden. Alweer veertig jaar geleden is het dat hij in koelen bloede werd omgebracht, daar vlak voor zijn woonst. In het bijzijn van zijn vrouw, en bijna ook ten overstaan van de rest van de wereld.

Ik kan me herinneren dat ik het persoonlijk nogal vreselijk én morbide vond, dat iemand die zich zo inzette voor de vrede en zo uitgesproken tegen oorlog was, het leven moest laten door de trigger van een pistool van een wezenlijk zieke geest.

Er is in die veertig jaar niet bijster veel veranderd. Nog steeds kan elke zieke geest een vuurwapen bemachtigen en onwaarschijnlijk veel leed veroorzaken. Hebben we dan niets geleerd van dit alles?