Gesloopt

Ergens in de verte wuiven boomtoppen sereen mee met de zwoele middagbries. Een meeuw vliegt voorbij, terwijl hij geluiden produceert alsof hij me uit- dan wel toelacht: ‘Mhuhahaha.’ Binnen lig ik voor pampus. Uitgeput. Een ieder die nu nog wat van me wil, zal het antwoord krijgen: ‘Vandaag even niet meer, want ik heb het letterlijk in of op mijn heupen!’

Want de afgelopen week heb ik zo ongeveer zo’n 5 grote houten bakken met ongeveer 60 liter grond en hydrokorrels inhoud per stuk gesloopt en geruimd die nabij de status van verpulvering waren. En echt, voortaan draai ik er mijn hand – en moeie benen – niet meer voor om. Letterlijk. Want mijn heupen en rug vertellen me nu dat het wel eventjes genoeg is. Zo.

Al moet ik eerlijk bekennen dat ik er wat huiverig aan begon. Het is dat soort tegenzin, dat je wanneer je eenmaal dat laatste stukje hout stuk trapt, met het grootste genoegen terugkijkt, op wat je werkelijk waar weer hebt geklaard. En dat je dat – zelfs zonder tussenkomst van sterke mannenhanden – ook best aankunt. Al verliep het wat hortend en stotend. Al weigerde die ingezakte wervel in mijn rug af en toe alle medewerking.

Maar goed, er blijft nog wel wat puinzooi liggen, nu, die richting de stortplaats moeten. En ik weet, dat dit niet binnen één ritje geschied is. Maar ook hier geldt, dat je ziet hoe de tuin opknapt en hoe sereen de planten in hun nieuwe bakken voort mogen woekeren. En groeien en bloeien, alsof deze plek louter voor hun bestemd was.

Want hoera ende hoezee, wat knapt de tuin van di Mama er weer van op, zo vlak voor haar verjaardag. En wat ben ik blij en opgelucht dat ik deze klus – hoe dan ook – toch heb opgepakt en volbracht.

En als we eenmaal klaar zijn met deze klus, waagt moederlief het die voor haar zo belangrijke stelling te poneren: ‘Dat het zo gezellig is, samen, buiten te klussen.’ Ik knik maar ‘es geruststellend, alsof ik het grondig met haar eens ben. Inwendig weet ik wel beter…

Moeder's grote liefde

De immense truck draaide achterwaarts. Nog een klein tikkie terug. En opende de laadbak naar onderen. Zes kuub zandgrond stortte ter aarde. Ik keek er nogal verward naar: ‘Poeh, dat was een berg.’ Mijn moeder kwam vrolijk aangewandeld met een paar scheppen en overhandigde mij er ook een. Hoewel ik er niet veel zin in had, bedacht ik me nog net op tijd dat ik mijn moedertje dit niet alleen kon laten doen. ‘Dus allez oeps, en scheppen heen’, beval ik mezelf ten strengste toe.

Het bleef er niet bij één. Daarna volgden er nog twee. Totaal drie keer zes kuub zandgrond wat her en der verdeeld moest worden in die gigantische tuin die mijn moeder onderhield. En ik maar scheppen. En verplaatsen. In eerste instantie mopperend tot mezelf.

Maar naarmate de tijd vorderde en ik zag hoe mijn moeder die verrekte tuin toch tot dat pareltje wist te maken, met haar beide handen steevast verankerd in die materie wat aarde heet, kreeg ik er meer plezier in.

En spierpijn, dat ook. De volgende dag en de dagen erop merkte ik in alles dat mijn conditie benedenmaats was. En mijn eigen nog te ontluiken liefde voor tuinieren als wereldse puber, dat ook.

Maar ik zag ook hoe moederlief met haar grove vuisten elk kleine broze plantje dat eigen plekje gaf. En daarbij een soort van zegening schonk om te verworden tot een volwaardig serene plant, struik of zelfs boom, door het daarna met veel liefde te bewateren en bemesten. Ik zag hoe die vuisten, elke vinger onafhankelijk van elkaar, de grond en de tere nieuwe bewoner, met elkaar liet kennismaken en naar elkaar toe liet groeien.

Nog steeds is het elke keer weer dat genot om moeders bezig te zien in de tuin. En soort van groeiende acceptatie dat elk plantje of struik, ja zelfs die boom, daarna mag gedijen zoals de natuur dat toestaat.

Ik hoor het mijn moeder steeds weer zeggen: ‘Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.’ Elk zaadje, bloemetje, en struikje verdient haar aandacht. En altijd weer weet ze het met veel zorg te omringen. En haar dochter die liefde over te brengen, al was het louter voor de serene rust die dat wroeten in de aarde schept.

Tuinieren à la di Mama hè