#WOT, deel 37: veranderen

Ik zou durven zweren dat ik niet dezelfde meer ben als een jaar geleden. Dat doet het leven met je. Door alle karateslagen heen, alle deuken die het je oplevert, de keren dat je opstond na die val. Maakt niet uit met hoeveel pijn en moeite je je daarmee moest getroosten. Je verandert. Tegen wil en dank.

Het is als dat blaadje dat valt van een boom. Dat verkleurt. En uiteindelijk verdwijnt.

Het #WOT-woord van vandaag is:

Veranderen: zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt. [refl] “zich ~” – zodanig aan zichzelf werken of zichzelf behandelen dat men anders wordt. [erga] het proces van anders worden.

Gunstig verloop

Of je er nu wel zo blij mee bent? Ik herinner me namelijk van mezelf dat ik als kind zo open en vrijmoedig kon zijn. Daar heb ik wel wat levenslesjes in moeten leren. Al snak ik dan wel naar dat vurige kind dat binnen in me verder leeft, want je oude ik sterft natuurlijk wel een beetje, maar niet helemaal. Dat vind ik an sich een positief geheim dat waarschijnlijk iedereen wel bij zich draagt.

Ben jij ook veranderd?

Denk je dat het leven jou ook gevormd heeft? En dat je daar wel een boek over kan schrijven, inmiddels? Ik lees het weer graag terug in de reacties.

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.

The big chill turns hot

Kocht vandaag twee reusachtige Hortensia’s en plaatste ze naast elkaar op dat voornaamste plekje à la balconia. Genoot er in een moment van dat ze nog vrijwel groen zijn, en dat het zich laat raden en bloeien voordat we echt zullen weten wat de kleur zal worden van die bloemenpracht. Het grappige is, dat nu diep binnen in mij iets protesteert, want vroegah, nee, toen maalde ik daar toch niet om?

Toen ik nog pas 23 jaar oud was, kochten mijn ouders een klein huisje op een vrij groot stuk grond. Ik wil niet opscheppen, natuurlijk, maar die grond was toch wel groter dan een voetbalveld. En hoeveel vierkante meters dat beslaat, ja gut, dat weet ik dan weer niet. Interesseert me ook niet, eerlijk gezegd.

Maar goed, di Mama heeft groene vingers. En zij heeft binnen dat eerste jaar dat wij daar woonden, die tuin weten om te toveren tot een waar ‘groen’ paradijs. Dat staat me dus nog vers in mijn herinneringen gegrift. Achteraf. Destijds vond ik het allemaal maar raar, hoor. Ik kon – centraal gelegen – uren hangen – in de hangmat – onder die markante Berk ter beschutting gedurende hete zomers, maar de pracht van die tuin, nee, dat zag ik toen dus niet.

[pullquote class=”right”]… terwijl ik di Mama altijd plaagde met mijn verwondering over het feit dat komkommers niet in blik uit de fabriek kwamen…[/pullquote]

Waar ik maar mee wil zeggen, ik kocht vandaag twee Hortensia’s, waarvan ik zou zweren dat ik ze twintig jaar geleden ‘oubollig’ vond. Er heeft zich dus ergens veranderingen voorgedaan, de afgelopen jaren. Deep down. Ik vind ineens ‘dingen’ mooi, zelfs ‘groen’ allemachtig prachtig. Dat terwijl ik di Mama altijd plaagde met mijn verwondering over het feit dat komkommers niet in blik uit de fabriek kwamen.

Is het het feit dat het nu mine, all mine is? Of was het destijds een big chill en loop ik nu eindelijk richting warmte?

Van de week hoorde ik mezelf nog hoorde zweren tegen een vriendin dat ik never nooit niet ben veranderd. Ik ben een jokkebrok…