Een beetje verliefd

Sinds kort is dat zotte vlammetje weer eens aangewakkerd. Ik vroeg me al af, of het nog eens zou gebeuren, want eerlijk gezegd, verliefd word ik niet zo snel. En eigenlijk neem ik er ook wel genoegen mee, zo. Ik wil helemaal niet weten, of die ander wel of niet diezelfde gevoelens koestert jegens mij. Want dat zou de zaken maar onnodig compliceren.

Nee, eigenlijk wil ik het hierbij gewoon maar laten. In stilte iemand aanbidden, vind ik prachtig op zichzelf. Het idee alleen al, dat je een bloemetje plukt en dan één voor één de bloemenblaadjes ervan af trekt. Hij vindt me wel leuk of hij vindt me niet leuk. Ik blijf steken op de laatste zeven. En dan gooi ik de bloem maar weg. Ik wil het niet weten. Eigenlijk is het idee gewoon absurd, verliefd zijn. Of toch niet?

Die vlinders in je buik, en dat gevoel niet te hoeven eten, want stel je voor dat je maag daar maffe dingen mee doet? Of die warme gloed, als je denkt aan dat nu nog ongeleide projectiel dat jouw goedkeuring wel kan wegdragen. Dat steelse kijken naar die ander als hij het het minst vermoedt, en dat intense staren als je dan weer alleen bent.

Dat je dromen hebt over gelukzalige eenzame eilanden waar je samen die liefdevolle avonturen beleeft. Dat je ook droomt over oneindige wandelingen samen en over onverwijlde acties in struiken in het bos, die niet eens bevroeden, dat ze behalve wildgroei ook nog eens geschikt zijn voor passievolle ontmoetingen. Terwijl je steeds weer een beetje bang bent, dat je ontdekt zal worden door die wandelaar die voorbij loopt op datzelfde moment.

Het is echt heel erg gesteld met mij. Ben verliefd geworden zonder dat ik het wou, neem me niet kwalijk dat ik van het leven hou.

Passion gone astray

Ik zei het nog zo, ik houd niet zo van voetbal, in mijn profiel op die datingsite. En daarom duurde het denk ik wel enige tijd voordat er überhaupt iemand reageerde. Niet dat ik haast had om aan de man te geraken. Ik had immers een baan, vrienden en vriendinnen naast familie, dus echt best wel een sociaal leven.

Het ging mij echt alleen puur om de leeftijd van the big 35 wat ik binnen onafzienbare tijd zou bereiken. En eigenlijk was dat de reden dat ik plotseling aan de kinderen ‘moest’, omdat broerlief een gezinsleven wél gepresteerd had. En zijn kids best wel grappig waren, vanaf dag één.
Ik durf te stellen dat ik niet zo’n moederkloek ben van nature, maar misschien kon je dat wel aanleren? Te zijner tijd, bedoel ik, als mijn eigen grut er eenmaal was?

Toen ik mijn kansen bijna opgegeven had, kwam er een uitgebreid bericht binnen van ene R. In de weken die volgden werd ik het hof gemaakt met een tamelijk bloemrijke passie. Hij schreef geweldig, zelfs in onze chats, en bijna foutloos. Had qua job ook enige pretenties, en hij was in het echt dan ook een openbaring. De eerste drie maanden waren letterlijk gezellig, vol hartstocht, en we hadden altijd wel iets leuks of nuttigs te doen. Zelfs aan de seks kon ik niks vervelends opmerken. Hij was zelfs sportief. Had soms last van die geweldige gortdroge humor. Deed zelfs zijn best om grappig te zijn met een ongekookt ei (‘wil je hem gekookt of gebakken?’) als ik hem op zondag eens vroeg of hij wilde koken.

Dat alles duurde echt precies drie maanden, op de minuut – pardon seconde – af. Volgens mij staat dat gelijk aan de duur van een standaard verliefdheidsperiode, en ik spreek dan ook uit ervaring. Het vlammetje doofde bij de rest van mijn eerdere relaties ook uit, of werd heftiger nadien.

Het grappige was dat deze R. – mijns inziens – zijn passie voor mij liet varen, en zijn eerdere liefdes weer terug liet komen in zijn leven, te weten: voetbal én darten. Daarnaast werd ik nog steeds wel een klein beetje getolereerd, maar meer als side-kick, geloof ik.

Nu, jaren later, zie ik hem nog voor me. Half hangend op de bank, zijn voeten ondersteund door dat eeuwige krat bier. En als ik hem al iets vroeg, tijdens zijn verplichte uurtjes voetbal of darts kijken op tv, week zijn blik geen moment af van dat verdomde beeldscherm.

Ik had ooit het lef hem te vragen: ‘Is dit het nu?’ Waarop hij één wenkbrauw even liet vibreren, en zei: ‘This is it, babe!’

So much for ongebreidelde passie voor de rest van mijn leven. Ik ben de deur uitgelopen, gelukkig waren we in zijn huis op dat moment, en nooit meer teruggekeerd. Gelukkig begreep hij deze hint. In die zin, was het beslist de ideale man. Hij begreep zelfs datgene wat ik niet zei…