Sleur

‘Ik heb een hekel aan sleur,’ roeptoeter ik, terwijl ik een mug wegsla. Een mug, hartje winter, maar hee, ook zij zoeken de warmte op. Al weet ik niet wat ze met dit godverlaten hemelse lichaam aanmoeten. Het rookt, het drinkt. Soms veel, meestal minder. Volgens mij vergeten ze daarom spontaan waar ze me het beste kunnen prikken. Maar goed, die sleur daar wilde ik het even over hebben.

We lunchten in een warm bruin café, en kletsten wat over het leven, mánnen in het algemeen en bijzonder en werk, dat ook. Na al die járen aanploeteren tussen gezond en psychische ongesteldheid, heb ik nog altijd dat idee dat ik mezelf drastisch moet verdedigen. Al is het veel leuker om iedereen in het ongewisse te laten. En mezelf als een of andere extravagante diva te ‘verkopen’, zeg maar.

Mijn bestie leeft een heel ander ritme dan ik. Ze trouwde jong, kreeg twee wonderschone kinderen, en heeft een baan. En kan danig jaloers zijn op mijn levenswijze, als ze weer eens heerlijk tegen haar eigen lifestyle en fasen aantrapt. Soms willen we wel eens stiekem met elkaar ruilen. Hoe dan ook, zij kan beter tegen sleur dan ik.

Hoe doen jullie dat?

Ik krijg spontaan last van chagrijn als blijkt dat ik elke dag datzelfde ritueel moet doorstaan. Elke dag op datzelfde tijdstip wakker worden. Datzelfde systeem tussen snoozen en nog half dromend de werkelijkheid aangaan. Dat gevoel van Groundhog Day, je-weet-wel?! En dat je daarom maar uit protest eerst je tanden poetst en daarna pas ontbijt. Of beslist die job kiest waar je flexibel kan aanvangen en eindigen per dag. Kill your darlings, op die fiets.

Het maffe is, dat ik naarmate ik ouder word me nog steeds niet neerleg bij dat sleur-principe, maar er hard tegen vecht. Het is alsof al die anderen maar genoegen nemen met soort van utopische comfortzone. Omdat er nog geen beleidsplan is geschreven voor hetgeen ik wil beleven. Kan beleven (dat rijmt, maar dat terzijde).

Het is alsof ik nog steeds vecht tegen dat stukje volwassen worden. Terwijl ik regelmatig als een goede fee vrijwilligerswerk doe en mantelzorg alsof het me op het lijf geschreven staat. En beslist hard wil werken, maar zelfs dan nog de tijd niet neem om te wennen aan die verrekte sleur. Alsof er in mijn koppie een tijdbom verborgen ligt, dat implodeert omdat de tijd steeds een stukje verder tikt. Met een brug naar later als ik groot ben

0
0

Het tegenspartelen van een kind

Volwassen worden is één ding. Het aanhoudende gevecht daarmee is de volgende. Steeds weer ploetert het kind binnen in me om terug naar af te gaan. Steeds weer zou ik me liefst weer in de schoot van di Mama werpen om nog even vertroeteld te worden, geknuffeld en dan losgelaten om me weer te kunnen storten op het kinderspel op de vloer. En elke keer weer word ik als in een waas teruggeworpen op mezelf.

Het leven voltrekt zich raar genoeg in omgekeerde fasen. Waar jij ooit kind was en werd begeleid naar een volwassen wereld waar je om het even het spelletje bleef spelen, komt ooit die dag dat je je situatie moet omdraaien. Je ouders worden je kind. En hoezeer ik ook tegenspartel, zoek naar mogelijkheden om weer even terug te keren naar dat oude vertrouwde, moet ik helaas constateren dat het nu mijn beurt is. Ik moet volwassen worden en rap.

Het kost moeite, tranen, geduld en soms ook een schaterlach.

Als altijd trek ik me soms even terug in mijn eigen vertrouwde wereldje en speur naar grenzen. Niet alleen naar die van mij, maar ook van anderen. Hoever mag ik, hoever kan ik gaan?

Het spartelen lijkt me soms teveel op het dreinen van een kind die haar zin niet krijgt. En dat dreinen, daar kan ik zelf niet zo goed tegen. Dus schud ik mijn manen eens. Recht mijn rug. Doe wat ik moet doen. Terwijl ik ondertussen worstel. Niet alleen met mezelf, maar ook met de situatie. Met mijn leven, mijn keuzes, en de absurditeit van mijn verlangens.

Niemand vertelde me ooit dat volwassen worden dit van me zou vragen. Van me zou vergen.

Dus spartel ik alsmaar verder en vergeet soms dat het leven gerelativeerd moet worden. Is het niet vanwege het kunnen lachen om jezelf, dan toch wel omdat het buitenproportionele gevoel daarmee een duw in de juiste richting krijgt. En dat je je dan iets realiseert; je mág volwassen worden, het hóeft echter niet.

Et voilà, dan ben ik plots weer mijn oude zelf…

0
0