Veel vragen, geen antwoorden

Soms heb ik vragen! Antwoorden; vrijwel geen, echter. Dat alleen al zou het leven vrij spannend moeten maken en houden, me dunkt.

Soms denk ik na over de mensheid! Er zijn veel mensen. Al die mensen hebben een mening. Ik zou oprecht geïnteresseerd kunnen en moeten zijn, naar wat die meningen dan inhouden. Echter, dat ben ik lekker niet. Pûh la. Al dat spelen op de man, zelfs politici, want die zijn immers ook allemaal van nature mens, kan mijn pret danig drukken.

Soms maak ik me zorgen! En daarin ben ik gelukkig niet alleen. Want al die mensen die er dus een mening op na houden, maken zich waarschijnlijk ook zorgen. Maar hoeveel zorgen kan een mens hebben en er op na houden?

Soms stel ik dus mezelf vragen! Waar komt zo’n (corona)virus vandaan, bijvoorbeeld? Hoe kan zo’n virus zo’n vrij spel krijgen en uitgroeien tot een mondiaal probleem? En dan weet ik, er zijn veel mensen. Té veel? Is er iemand geweest, die dacht, we gaan er iets aan doen? Wordt het op ons losgelaten, en ziet men wel wat er van komt? Ik vind het nogal een risicovolle gedachte, maar écht ook ík denk daar dus over na.

Soms zeuren mensen over ouderen. Die hebben immers hard gewerkt (te hard?) en veel gespaard, dus (te) veel geld. Dat denk ik niet. Ik weet namelijk dat ikzelf ook ouder zal worden. Dat zeuren kun je ook doen over de jeugd, immers, maar doe ik lekker niet, want was zelf ook ooit ‘de jeugd’.

Soms maak ik me dus zorgen over al die vingertjes die wijzen. Naar elkaar. Niet mét elkaar. Nee, want het is immers crisis. En dan heeft men logischerwijze geen antwoorden meer op vragen. Zal de tijd het/ons leren? Ten koste van wie / wat / waarom, gaat dat dan?

Soms is het tijd voor een nieuwe tijdsgeest. Alleen, waar kan ik dat vinden?

0
0