Vrouw ben je, met of zonder kids

Ik geneer me vaak dood voor ons ‘slag’ mensen. Wij vrouwen kunnen best wat aardiger en meer solidair met elkaar omgaan. En wat meer lachen met elkaar bovendien. Waar komt die onderlinge nijd toch vandaan? Waarom kunnen we geen respect voor elkaar opbrengen, of je er nu voor ‘kiest’ om als carrièrevrouw of als moeder door het leven te gaan?

Dat tot in de details afkraken – de kritiek alleen al – over andere vrouwen. Het valt me vaak genoeg op. Ook door mezelf. Zijn we werkelijk ook zo kritisch ten aanzien van de heren onder ons? En wordt het niet eens tijd dat we dat anno 2016 afleren?

Vanmorgen had ik zo’n klein gevalletje in de auto. Ik stond voor een stoplicht te wachten op groen. Op de rechterbaan. Naast me, stond op de linkerbaan een andere auto – en ik doe nu een poging er niet bij te zetten dat het een vette BMW was, met een nogal fors of uit de kluiten gewassen jup – te gassen. Hij wilde wel. Hij wilde blijkbaar al eerste weg spurten. Welnu, dat mislukte. In dit automaatje waarin ik rijd is het mogelijk om altijd de eindstreep als eerste te behalen. Ik zwaaide hem lachend na. Waarna… warempel… was dat nu echt nodig, die middelvinger die ik kreeg toegeworpen? Waar hier joligheid heerst, was de man echt pissed off. Met recht?

Want het verbaast me!

Als ik nu een andere man was geweest, had hij zijn verlies dan wel genomen? Of ook die gezellige middelvinger laten zien?

Meningen, oordelen, en opinies

Als je ’s avonds tv zit te kijken, en je werpt half om half een blik op Twitter met je rechteroog dan valt het jou misschien ook op dat men kritischer is richting vrouwspersonen. Ze worden tot op de millimeter afgebrand. Terwijl men over heren eigenlijk niks roept, behalve dan dat af en toe hun vorm van intelligentie wordt besproken.

Zo speelt altijd en eeuwig dat slankheidsideaal mee, maar ook en vooral hoe jeugdig men blijkt te lijken bij het ouder worden.

Anno 2016 lees ik nog steeds artikelen welke kleding een vrouw moet mijden of kan dragen als ze een bepaalde leeftijd bereikt. Huh? Echt? Leven we wel in deze tijd of zijn we plots teruggeworpen naar minstens drie eeuwen geleden?

Taboes, ze bestaan nog! Helaas

Natuurlijk besef ik dat zo langzamerhand geen onderwerp meer wordt gemeden, niet in de journalistiek maar ook niet door ons bloggers. Maar dat we met z’n allen nog steeds die zogenaamde ‘ongeschreven’ regeltjes voorschrijven hoe een vrouw zich dient te gedragen, kleden en praten, dat is werkelijk van de zotte. Dat we ons zelfs moeten verantwoorden over onze keuzes, echt, dat is toch belachelijk? Dat zou betekenen dat taboes weer boven mogen drijven. En dat is nu juist wat we met z’n allen heel hard tegen moeten gaan.

Maar misschien is dat onbereikbare en ongrijpbare van ons vrouwen wel de reden van onze op hol geslagen drift. Hoe moeilijk is het immers van ons te houden als men niets van ons begrijpt?

Die sexy navigatiestem

Vandaag begaf ik me op pad naar Leiden voor ons Schrijfcafé. Meestal neem ik een bus, tram of trein, omdat ik daarbij ongelooflijk geïnspireerd raak vanwege het bont gekleurde gezelschap. Maar ’t is regenachtig weer dus verzin ik dan die smoes om de auto van moeders toch te kunnen pakken. Mijn richtingsgevoel is in dusdanig miserabele staat dat ik de Kaarten app aanknal en mijn route laat uitstippelen. En zo de weg op scheur.

Vergezeld van de kaart op dat piepkleine schermpje en die mannenstem hoop ik dan toch nog op tijd aan te komen. Dat op tijd komen is nog een dingetje van me. Het maakt me niet uit wat er gebeurt tijdens een afspraak, als ik maar niet te laat ben. Dat ben ik natuurlijk never nooit niet. Kom zelfs ruimschoots en rustig een uur voor tijd aan. Het is het idee. Ooit was ik altijd te laat, maar tegenwoordig ben ik me ervan bewust hoe lastig het is te moeten wachten op die ander.

De stem stuurde me – en dat vind ik persoonlijk altijd jammer – een of andere snelweg op. En hoewel ik het prachtig vind om stevig te gassen mis ik dan altijd wat van het landschap. Hoe tuttig klinkt dat? Vroeger had ik liever nooit een B-weg genomen. Vroeger waren snelwegen voor mij de manier om me even uit te leven op het gaspedaal. Zelfs je eens te meten aan die ander. Net als dat je voor een stoplicht staat te gassen en die ander dreigt eerder weg te rijden, maar dat je vanwege je automaat toch altijd veruit voor ligt.

De stem zei links of rechts. En omdat ik al half dromend zat te hopen dat het me een of andere sexy richting uitstuurde – want zo’n stem doet dat met je – belandde ik plots bijna ergens midden in de flanken van een andere auto. Terwijl die op tijd uitweek. Hij stak nogal geïrriteerd z’n middelvinger op. Ik zag dat te laat dus zwaaide enthousiast terug. Hij haalde me rechts in en ging voor me rijden en dus zag ik hem met zijn hoofd schudden. Vrouwen en autorijden, moet hij gedacht hebben. Niet dat dat mij wat kan schelen. Ik voel me volmaakt gelukkig achter het stuur.

Het leuke van zo’n navigatie is dat het aanwijzingen geeft te draaien als je eens eigenwijs bent en spontaan besluit iets anders te doen. En dat lukt mij altijd wonderbaarlijk goed. Zo beland ik altijd op de grappigste zijpaadjes. Terwijl zo’n stem dan ijzingwekkend roept dat je hartstikke fout bezig bent. Ik zie daar de humor wel van in, weer onderweg naar huis.

De positie van de vrouw anno 2015

Bepaald nerveus word ik als ik zie dat in sommige werelddelen de vrouw niets méér waard is dan broedmachine spelen voor het heerschap dat aan de macht is. Het baart me oprecht zorgen dat een vrouw als ‘minderwaardig’ verlengstuk van de man wordt gezien.

Die machthebbers moeten wel heel bang zijn voor vrouwen. Waar komt die angst toch vandaan? En hoe kunnen wij, vrouwen, daar in vreedzaam protest verandering in brengen? Gezamenlijk, en op afstand?

Als atheïst wil ik persé geloven (?!) dat religie niet louter de grondslag is voor het stelselmatig weigeren om de macht te verdelen tussen de seksen. Ik weet dat samenwerking tussen geslachten zoveel meer mogelijkheden oplevert omdat beide gezamenlijk zoveel meer te bieden hebben.

Tegelijkertijd besef ik dat ik me nu op glad ijs begeef. Ik kan beter niets schrijven over geld, politiek en religie. Maar waar maak je je dan sterk voor, vraag ik me af?