#WOT, deel 8: wandelen

“Na bijna een jaar corona met alle restricties van dien, ben ik één ding zeker, ik ben het eigenlijk wel zat. Nou is dat makkelijk praten, want op die manier komen we er echt niet van af”, aldus schrijft Ali in de #WOT van deze week.

Ik kan het niet meer dan eens zijn met Ali. Want ook ik ben de coronapandemie meer dan spuugzat. En als het me allemaal even te veel wordt, de meningen en verzuchtingen van anderen dat is, trek ik bovenstaande schoenen gauw aan, en maak mijn dagelijkse ommetje.

Dat deed ik overigens reeds, voordat er ook maar sprake was van een pandemie, of een speciale Ommetje-app, die daartoe in het leven werd geroepen.

Ik doe veel zittend computerwerk. En mijn geduchte derrière heeft af en toe een schop nodig om in beweging te komen, en te blijven, maar dat terzijde.

Het #WOT woord van deze week is:

Wandelen = 1) Buitenactiviteit 2) Drentelen 3) Flaneren 4) Kuieren 5) Lichaamsbeweging 6) Lopen 7) Slenteren 8) Sport.

Ach en wee

Van de week sprak ik meerdere mensen. En die gesprekken werden ook aanzienlijk persoonlijk getint. Achteraf, vind ik het dan weer frappant, dat ik een soort van zelfmeelij ontwikkelde, omdat men louter meeleeft. Of empathie tentoonspreidt.

Zo’n gesprek gaat dan als volgt:

“Jij mantelzorgt?”
“Ja, ik mantelzorg. Des morgens begeef ik me richting di mamma, en voltooi meestal de dagelijkse huishoudelijke beslommeringen, inclusief de zorg voor haar natje en droogje. Des middags ben ik vrij. En ’s avonds ga ik dan opnieuw richting mams om voor ons beiden te koken.”
“Ow, en is dat niet wat te veel voor je?”

Waarna ik terstond in elkaar zak, en ga nadenken over wat ik allemaal doe in het kader van die mantelzorg. Zou men dat meewarige eens achterwege laten, dan denk ik er waarschijnlijk niet eens over na, wat ik allemaal doe.

Let wel, op sommige dagen gaat alles gesmeerd, is er geen wolkje aan de horizon te bespeuren. Maar er zijn natuurlijk ook dagen, dat ik denk, geef mijn portie maar een ieder willekeurig iemand anders.

Punt is hier, dat we allemaal te veel zuchten en steunen, ikzelf incluis. Ik vraag me dan ook meermaals af, of dat meewarige, die empathie die men aan de dag legt, niet beter achterwege kan worden gelaten? Immers, als je gewoon doet wat er nu eenmaal gedaan moet worden, zonder er te veel over na te denken, ga je gewoon – doodgewoon – als een speer, of als ADHD’er met te veel aan energie.

Flaneren

Maar natuurlijk waan ik mezelf zonder al die meningen en uitingen ook wel eens zielig. Dat zit een beetje in de aard van de mens. En wat is er dan beter, om temidden van onze prachtige ontluikende natuur, je koppie te legen door fiks en fluks te flaneren. Getuige al die andere zielen, die ik tijdens het wandelen tegenkom, was ik hier niet alleen opgekomen. En, gelukkig maar…

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Ali een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.

0
0

Wandelend dromen

Ik fiets niet, nee maar rijd wel een auto, zelfs naar mijn moeder die om de hoek woont. Mijn excuus, ik vind het te koud nog. Ik wandel wel, steevast elke dag een half uur. Het maakt me niet uit hoe koud het ook is. Als was het om mijn stramme rug even wat flexibiliteit te bieden. En ow ja, ik heb dat abonnement op een sportschool, maar kom er nooit. Al word ik er wel maandelijks aan herinnerd als de automatische incasso verschijnt op mijn konto. En echt, dan schaam ik me diep. Voor twee luttele seconden.

Anyhow, op dat pad in het enge bos zag ik gisteren een huis te koop staan. Ik zag mezelf daar al helemaal zitten, in die tuin met uitzicht op het water even daar verderop. Ik droomde er even dieper in weg. Ik zou twee honden nemen, die ook kunnen fungeren als vloerkleed in de vorm van Newfoundlanders. De tuin zou ik op de meest Japanse manier inrichten met een sereen vijvertje en ditto standbeeld als fontein. Echt, terwijl ik wandelde, had ik dat huis al helemaal ingericht, opgetogen en klaar voor gebruik.

Ergens heb ik nog altijd dat idee, dat ik samen met moederlief zo’n huisje aanschaf. Ik de bovenverdieping, zij beneden. Al moet ik daar voor mezelf wel wat kanttekeningen plaatsen. Mijn moeder en ik zouden elkaar eens de tent uitvechten. Want wij kunnen goed door één deur samen, maar zijn aan elkaar gewaagd qua temperament, zeg maar. En hoewel onze beide appartementen heerlijk dichtbij een supermarkt liggen, wat dus vooral ’s winters voor gemak zorgt, het wonen in een flat komt toch nét niet in de buurt van een huis.

En terwijl ik dit zo schrijf, zie ik zelfs mijn feline vriendjes genieten van de vrijheid daar. Al jagend op vogels in en nabij het water.

Had je mij gezegd, tien jaar geleden, dat ik zo’n plek nu zou ambiëren, dan had ik met mijn wijsvinger naar mijn voorhoofd gewezen. Verwonder me wel vaker over dat soort verrassingen. Nog even, en ik zou spruitjes eens lekker gaan vinden, zeg…

0
0

Het instinct van je voeten volgen

De meeste mensen in mijn buurt weten het reeds. Ik ben die vrouw die ‘zónder hond’ wandelt. En ergens vind ik dat van de gekke, waarom zou je immers een hond moeten hebben om te mogen of kunnen wandelen. Zomaar, spontaan, erop uittrekken, dat levert me elke dag weer een zee aan inspiratie op.

En dat betreft niet alleen de schrijverij, want ik sta de fluisterende wind toe me een bepaalde aanpak te adviseren of juist even te genieten van het grote niets. Ik praat nog nét niet tegen bomen, so not to worry.

Ik laat het instinct van mijn voeten bepalen welke richting ik wandel. En kijk niet naar de tijd. Dat levert vaak de meest leuke en interessante situaties op. Naast dat je te weten komt wat er allemaal in je buurt speelt. Omdat je een half uur van je dag even geen doel hebt, geen wezenlijk eindpunt van bestemming, behalve de zekerheid dat als je maar steeds rechtsaf slaat, je uiteindelijk toch weer thuis arriveert.

Gisteren liep ik te wandelen en verderop stopte een klein joch van een jaar of zeven met fietsen. Hij keek eens naar beneden en bleef in dezelfde houding staan. Toen ik hem voorbij liep, vroeg ik of alles goed was. Maar hij keek moeilijk en zei dat zijn voet vastzat. Zijn losgeraakte veter was om de pedaal heen gedraaid. Het was echter niet tot hem doorgedrongen dat hij zijn schoen uit had kunnen doen om zo zelf het probleempje op te lossen. Dus hielp ik hem los te komen.
De stralende glimlach en het ‘dank u wel’ ter conclusie maakten de rest van mijn dag er een van vrolijkheid.

Vaak heb ik de leukste gesprekken ook met mensen mét hond of zomaar een wildvreemde. Al zie ik ze bijna altijd speuren naar waar mijn hond dan blijft, ik geniet elk moment van dat buiten zijn en het volgen van mijn voeten waar ze ook heen willen gaan…

0
0

Waar dat (zelf)vertrouwen vandaan komt

Men zegt weleens dat de wijze waarop je met jezelf omgaat een aardige indicatie is hoe je in het leven staat. Als je genoeg zelfvertrouwen kunt opbrengen betracht je geduld met jezelf. Vind je jezelf een leuk mens. Vind je jezelf waardig genoeg om relaties aan te gaan en die op menselijk niveau op gang te houden.

Dat bedacht ik vanmorgen toen ik liep te wandelen. Als ik wandel zou ik met iedereen wel een diepzinnig gesprek kunnen voeren. En dat is het moment dat ik mezelf het meest kan waarderen, als ik wandel. Ik laat letterlijk al mijn gedachten vrijkomen. Ik geef ze de vrije baan. Je kunt het vergelijken met een soortement van meditatie, het is alleen totaal anders. Ik bevind me immers niet in meditatieve houding, ik bevind me in het midden van de natuur.

Ik vraag me dus af, waarom ik mezelf tijdens mijn dagelijkse wandelingetjes meer zie zitten dan gedurende de rest van de dag. Het kan zijn dat de wind, bomen, water, en alles wat ik verder tegenkom tijdens mijn ochtendoefening op tempo die gedachten losmaken. Het is voor mij hét moment die het verdere verloop van de dag bepaalt. Als iets tijdens de wandeling ontstaat, zoals een babbel met een hondenliefhebber wat redelijk vaak gebeurt, dan beleef ik een soort van herkenning met die ander. Ik vermoed dat we deep down allemaal graag in de natuur vertoeven.

Het kan zijn dat die wijsheid met de jaren komt. Ik kan me echter niet herinneren vroeger zulk soort momenten te hebben ervaren. Dat je alleen bent met de natuur en daar een soort van innerlijke connectie mee voelt. Door de wind meegevoerd worden schenkt me altijd weer dat gevoel van berusting. Een enorme regenbui op m’n kop doet me dan zelfs niets. Het ruizen van de bomen, de takken die geknakt zijn of juist parmantig meebewegen, alles kent z’n plek. Z’n tijd. Z’n momentum.

Het is een soort van je verweven dan wel verwant voelen met de natuur. Zelfs het moment dat je daar dan loopt is helemaal prima. Je bent er immers niet voor niks. Het herinnert me altijd weer aan de pracht van zo’n typische paardenfoto. Paarden hebben ook zo’n schitterende manier van poses aannemen zonder dat ze het weten. Zo’n plaatje vertelt je immers genoeg van de wijze hoezeer ze hun plek hebben gevonden daar midden in zo’n weiland in de natuur.

Dat moment van gelukzaligheid, jezelf ge-connect voelen met de natuur en je plek op deze wereld zou ik liefst de hele dag willen vasthouden. Het zijn de vitale momenten van geluk ervaren, vermoed ik zo.

En als je me tien jaar geleden had verteld dat ik dit zo ooit zo gaan schrijven had ik beslist mijn vinger richting je voorhoofd gewezen. Then again, toen was ik duidelijk nog niet zo verweven met de natuur dat ik het überhaupt kon opmerken. Toen was ik alleen maar bezig met mezelf zonder de wereld erom heen te kunnen ervaren. Zelfs toen zocht ik wanhopig naar dat (zelf)vertrouwen, niet wetende dat het net buiten je voordeur – als je je maar weet te verbinden met de onmiddellijke natuur om je heen – te vinden is…

0
0