Styling

Het leven kan me soms knakken, maar als rechtgeaarde vrouw zal ik de volgende dag opstaan. Een bezoek aan een kapper brengen, en wat nieuwe kleding aanschaffen. Om daarna het leven te vieren met een wijntje of meer.

Zo bedacht ik gisterochtend – met dat gruwelijk mooie weer in aantocht – dat ik danig behoefte heb aan een inloopkast. ‘Ja, wie niet?’ Hoor ik je zeggen. En echt, mijn kledingkast is reeds proportioneel van formaat. Het is mijn eigenste instelling waardoor het toch steeds weer een chaos wordt.

Ik heb kledingstukken hangen waaraan soort van een waarde hangt. Emotioneel, je kent het wel. Zo kan ik absoluut geen afstand doen van die ene zwarte fluwelen jurk – uit het jaar voor de prehistorie begon – omdat toen ik het droeg een ex me daarom ten huwelijk vroeg waarop ik antwoordde met: “Nee, laten we dat niet doen!” Ik heb gouden muiltjes waarop ik alleen kan strompelen dan wel wankelen – want zijn het slag party animal – want ooit zal ik die rode loper toch moeten betreden. En dan heb ik ze maar alvast. Je snapt, ik heb eigenlijk een adviseur of psychiater nodig om me te ondersteunen in deze malaise.

Gisterochtend moest ik er toch aan. Dat of de wasmachine eens een draai geven. Ik heb vervolgens mijn brein op non-actief gezet. Mijn hart ging er van de weeromstuit van protesteren. Mijn ego heb ik à la balconia geparkeerd met een wijntje. En toog aan de slag.

Zonder aarzelen en zonder pardon heb ik afscheid genomen door kledingstukken – lees: hele levensfasen – uit mijn leven te bannen. Alles waar ik maar een beetje twijfels bij had, mocht weg. Het waren uren van rechtgeaarde paniekaanvallen, want man, oh man, hoe gehecht kun je zijn aan het verleden?

Een paar uur later zeeg ik uitgeput neer op mijn sofa. En kon reeds bijna proeven wat het creëren van ruimte me in de nabije toekomst zou opleveren.

En nu, er zit niets anders op. Ik zal opnieuw memorabele herinneringen moeten gaan maken met iets nieuwers. Ach ja, zo houd je in ieder geval de economie zelfstandig draaiende…

#WOT deel 25: zomer

Zomer, dat is toch die tijdspanne waar tijdens je je blog niche wil switchen naar louter softijsjes-reviews? Of de herinnering aan half-dronken momenten dat je de zon voelt branden op je gezicht en je je plots een nazaat waant van een of andere mythische – lees: mieterse – Zonnegodin? Of dat memento van ’s avonds laat urenlang buiten zitten met heftig brandende toortsen en veel wijn waarbij je het risico op stekende insecten maar voor lief nam?

Niets dan goeds dus, Zomers, voor mij.

Ik word blij van de zon die daadwerkelijk schijnt. Dan is mijn stemming ten duizend-en-éénvoudige verbeterd. Ik kan ook tamelijk lyrisch worden dan, opdat men denkt dat ik acuut lijd aan een zonnesteek.

Het #W(rite) O(n) T(hursday)-woord van gisteren was:

Zomer ~ Eén van de 4 seizoenen. De astronomische zomer start rond 21 juni, wanneer de dagperiode het langst is en de nachtperiode het kortst. De meteorologische zomer telt de maanden juni, juli en augustus. Het is in dit seizoen dat meestal de hoogste temperaturen worden opgetekend. Ook in dit seizoen telt men de meeste onweersdagen.

Zelfs al ben ik stiekem dat Herfstkind, ik denk er vaak genoeg over om mijn verjaardag liever hartje Zomer te vieren. Gezegend met een oerknusse barbeknoei hierbuiten voor op de boulevard, waar iedereen welkom is, zolang hij maar zijn eigen hapje en drankje – als cadeau – meebrengt en een liederlijke sfeer bovendien.

Ik vertel mezelf altijd dat Zomerkinderen veel gelukkiger in het leven staan. Al zullen ze nooit zo kunnen genieten van die plots opdoemende stormen met veel side-effects die de Herfst zo beheersen.

In de Zomer ben ik altijd weer blij en wil Zomer desnoods het hele jaar. Zon, zee, strand, een dagje lol, een kont vol zand…

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.