We liepen hem tegemoet. Een wat oudere man. Type ruwe bolster, blanke pit. Hij droeg een t-shirt met blote armen, en in eerste instantie dacht ik dat hij een of andere verschrikkelijke ziekte onder de leden had. Zijn armen waren namelijk beide zwart geblakerd. Ik vond het gewoon eng. Afstotelijk. Furchtbar, zelfs.

Even later drong het tot me door dat het wel tattoeages moeten zijn geweest. Door het ouder worden dan wel verschrompelen van z’n vel was er van de tekeningen echter niets meer te zien. Het werd één grote zwarte massa. Met als resultaat dat het afschrikt, niet aantrekt.

Ik zeg dat natuurlijk niet als waarschuwing. Maar al mijn eigen wensen qua tattoeages verdwenen terstond.

Neem nu Douwe Bob. Natuurlijk is het een gladjakker eerste klas, het type man die best weet dat hij elke vrouw om zijn vingers kan winden en dat niet nalaat. Ik vind hem qua type echter een vrij leuke vent om te zien, totdat ik constateerde dat hij onder zijn dichtgeknoopte overhemd een tattoo op zijn hals had. En dan al die prof-voetballers. Wie zei toch ook alweer: ‘Ik wilde dat ze eens scoorden, in plaats van te rennen naar de eerstbeste tattooshop!‘ Het stond ergens vermeld in een krant, ben vergeten waar.

Natuurlijk is een ieder vrij om te doen en laten wat hij wil met zijn lichaam. Het is echter zo’n momentopname, de wens om je lichaam te (ont)sieren met inkt wat op een later tijdstip beslist geen charme schenkt aan wat eens zo mooi en rein was. Als eczeempatiënt kan ik daar met mijn vele littekens best een woordje over meepraten.

Voor de mens die denkt dat een tatoeage zijn/haar lichaam siert de volgende spreuk die het waard is te lezen en te overdenken. Misschien ook leuk het te laten vereeuwigen?

Op een dag zal je kunnen terugkijken op hoe je eruit zag en sterven van het lachen…