In de hal van het complex waar di Mama woont liep ik naarstig richting de lift. Om in het voorbijlopen een glimp op te vangen van het zitje waarop een boek lag. Met een sticker erop ‘dat een geïnteresseerde het gratis mee mocht nemen.’ Ik dacht: ‘Yes!’ En las onderwijl de achterkant én de laatste pagina. Een thriller. Een boek vol spanning, die was mine, all mine.

Dat soort goede daden vind je daar vrijwel dagelijks. En ik vind dat geweldig.

In datzelfde complex woont een dame met wie ik samen een soort van website/project opzet dat erop gericht is elkaar bij te staan, hetzij met kleine klusjes voor en door elkaar, hetzij door zaken samen op te pakken of gewoon simpelweg door hulp te bieden. Kwestie van vraag en aanbod. Buuv in het klein, én beetje anders, maar toch zo leuk. En erop gericht de mensen in het complex wat meer betrokkenheid te bieden.

Het is een beetje ‘the sign of the times’ dat mensen elkaar wat behulpzamer willen zijn. Het is een beetje de tijd dat men beseft dat een beetje liefde in tijden van nood die ander helpt. Neem nu zo’n initiatief van de Voedselbank. Dat vind ik prachtig, men weet dat sommige goederen best nog een tweede leven gegund is. Is het niet bij de een, dan wel bij de ander.

Zo ben ik nu driftig aan het peinzen om zo’n zelfde soort principe voor het complex hier op te zetten. Al wonen hier best veel mensen, en van divers allooi, het schept wat meer in- en aanspraak.

Als je in de lift staat en beseft dat je het gros van de medebewoners niet eens herkent maar daar wel een kort gesprek mee aanknoopt, door door die muur van onverschilligheid heen te prikken. Dan pas heb ik het idee dat ik iets wezenlijks heb bereikt voor die dag. Al was het maar een glimlach te brengen op het meest norse gezicht voor me. Dan pas ervaar ik een wezenlijk onderdeel van communicatie en wordt de wereld van die ander ook weer wat groter. Net als die van mij…