Zwijgend keek ze haar psych aan. Ze wist helemaal niet meer waarom ze hier eigenlijk was. Liefst had ze zich weer naar de wachtkamer begeven om zich over te geven aan een Donald Duck. Ze schudde haar manen eens.

‘Wil je erover praten?’ vroeg de psych met een wenkbrauw opgetrokken, nog net vriendelijk genoeg, maar wel vreselijk professioneel ogend.
‘Nee,’ dacht ze. ‘Liever niet!’ Maar waarom zat ze hier dan?

Gisteravond en de avonden daarvoor was ze in een vreselijke stemming geweest. Alle kussens in haar huis hadden het moeten ontgelden. En bijna waren al het servies en wat frutsels die het huis sierden het slachtoffer geweest. De bui had zich zomaar ineens aangediend, zonder dat ze werkelijk wist wat de reden erachter was. Dus de volgende morgen was ze naar haar huisarts gegaan en had onverwijld dat verwijsbriefje naar een psycholoog gekregen. Om eens over haar toestand te praten, zei de huisarts nog.

‘Praten,’ dacht ze. ‘Doen niet alleen psychisch zieken dat?’

Hoe ze ook nadacht over haar situatie, ze kwam er niet uit. Uiteindelijk ging het gesprek over haar werk – biechtte ze op dat ze een workaholic was met weinig familie en goede vrienden – en overige koetjes en kalfjes. De minuten tikten voorbij. Ze maakte zich absoluut geen illusie over de geveinsde interesse van deze psych. Dat had ze vaker voorbij zien komen dan haar lief was. En dus meldde de zielenknijper na vijftig minuten dat haar tijd op was. Of ze nog een afspraak wilde…?

Ze stapte op de fiets en reed richting haar werk. Er lag onvermijdelijk een grote stapel aan taken op haar te wachten. En als altijd zou ze die kwijten, zonder er al teveel over na te denken. Terwijl ze reed hoorde ze plotseling die klap aan de overkant. Een wat oudere dame was met haar scootmobiel op drie wielen van de stoep gereden en gekanteld. De vrouw bleek toen ze naderbij kwam om eerste hulp te bieden een vervelend bloedende wond aan haar hoofd te hebben. Ze maande de vrouw om te blijven liggen, terwijl ze met haar vrije hand 112 belde.

Nog een autobestuurder stopte langs de kant van de weg. De man stapte uit, en begon gelijk zijn overwicht uit te oefenen. De vrouw moest gaan zitten en kreeg wat te drinken uit zijn flesje water. Nog wat ellendige minuten – en veel bemoeienissen van hem – later kwam een ambulance met zwaailichten en sirene met spoed aangereden. Eigenlijk hoefde ze zich nergens zorgen om te maken. De beste man nam het woord en de ambulance-medewerkers negeerden haar. Eigenlijk was ze daar best pissig om, maar ze nam zich voor geen scène te beginnen in deze situatie. Dus stapte ze weer op de fiets en reed weg. Zonder gedag te zeggen. Dat dan weer wel.

Die avond belde een kennis onverwachts op. Niets vermoedend van haar belevenissen van die dag stortte ze haar hele hart bij haar uit. En het duurde dan ook niet lang, voordat de kennis zei dat ze wel even aan zou wippen om haar verhaal aan te horen. Daar schrok ze wel van. Ze had immers niets in huis om de visite aan te bieden, dus toog ze snel naar de nabijgelegen Jumbo om haar toch iets te kunnen serveren.

Die avond praatte en huilde ze als nooit tevoren. Die inmiddels goede kennis had immers door gekregen dat praten – al is het maar met een wildvreemde – soms enorm kan opluchten. Want als eenzaamheid op de loer ligt, is tevredenheid ver te zoeken.