Onderweg – in de trein – naar huis viel het me op dat er van die mooie digitale infoborden hangen. Wat meteen een indicatie is, hoe vaak ik per trein reis.

Altijd genoeg te zien

Ik kick daar wel op, want altijd handig dat je weet hoe laat je aankomt op de gewenste locatie. Kun je jezelf in de tussentijd vergapen aan het publiek dat meereist, maar dat terzijde. Vaak ook zit ik een beetje in te sukkelen door het deinen van de wagons. Ik neem niet eens de tijd om – zoals de meeste anderen – me te verdiepen in mijn smartphone.

En over te verwonderen

Op een gegeven moment was daar de melding – of liever: suggestie – of men zijn stoel wil aanbieden als iemand daarom vraagt. Een handicap is niet altijd zichtbaar, immers.

En dan ga ik nadenken, zeg. De NS doet melding – blijkbaar – van zoiets, maar in wezen is het een beetje opvoeden van de medemens. Ik dacht nog: dat heb ik vroeger geleerd van mijn ouders. Als er oudere mensen instappen of mensen die slecht ter been zijn, dan is het wel zo beleefd om je zitplaats even op te offeren aan die ander en zelf te gaan staan.

Zo’n suggestie is blijkbaar heel noodzakelijk.

Slotmijmering

En daar wind ik me dan heel even – al is het maar kort – over op. Goed dat de NS hier aandacht aan besteedt. En jammer dat het zo moet gaan…