Elk voorjaar heeft di Mama een keur aan Eenden in haar voortuin. Ze zoeken naarstig naar een geschikte plantenbak. Richten die volledig naar smaak in, zelfs als dat betekent dat planten moeten worden weggedrukt. Moeder Eend, die haast niet kan wachten met droppen, legt vervolgens haar eieren in een zorgvuldig gecreëerde kuil. En bivakkeert gemoedelijk de rest van de dag op haar nog uit te komen kroost om ze wat warmte te bieden.

Maar het grappigst vind ik Vader Eend. Hij waggelt meestal in de buurt rond. Wie weet, ter bescherming ende jolijt van het gezelschap bieden?! En aan zijn gekwaak te horen vindt hij mensendingussen in de buurt wat minder. Hij babbelt honderduit als ik in de buurt ronddwaal, of zou dat een verkapte waarschuwing zijn?

Als de kroost dan eenmaal uitkomt, zie je de schattigste verenbeestjes die gezapig achter moeders aan waggelen. Moeders aarzelt niet om op richels te springen en ze luidkeels aan te moedigen haar in haar voetsporen na te apen. Vaak duurt het dan even, maar ze leren verdomd snel. Als altijd blijft Pa Eend de hele toestand op veilige afstand observeren.

En dan komt hét moment suprême. Mensenmensen gaan zich met de kroost bemoeien. Die vinden er natuurlijk iets van, want blijkbaar horen ze in de sloot daaronder en niet in een boventuin. Men gaat dan op zoek naar een geschikte doos om de kleintjes te vangen, te verplaatsen en beneden in de nabije sloot te plaatsen. Alwaar ze binnen een dag het leven zullen laten, vanwege de dreiging van reigers, en overige hongerigen.

Ergens wacht ik altijd een beetje af, wat Vader Eend dan doet. Maar ja, tegen mensenmensen is geen Eend opgewassen, zelfs niet als je zo hard als je kunt gaat kwaken uit louter dwars protest…