Nee, ik ga geen wetenschappelijke feiten op u loslaten, maar er moet me iets van het hart qua vel. Mijn vriendinnen en ik zijn het gloeiend met elkaar eens, dat wij altijd op de verkeerde mannen vallen. De bad-asses. De klootzakken. De types die je gebruiken voor zolang het mag duren. Die fases kennen van Tinder-experimenten en zoals je wil, misschien zelfs last hebben van de penopauze. Wij zien een grote gemene deler hierin: ze steken namelijk goed in hun vel.

Zo verbaas ik me er vaak over, dat ik mannen over het hoofd zie, bewust of onbewust, die naar mijn mening een wat sukkelachtige uitstraling hebben. Mag ik dat eigenlijk wel zeggen? Is dat niet heel erg aanmatigend van mij? Die mannen hebben het kaliber ‘loner’ – ik zeg expres niet: ‘loser’ – en laten niet zo’n beste indruk achter, op het eerste gezicht. Dus toch weer die uitstraling die overwicht heeft? Moet ik overstappen op een ander plan misschien?

Zo val ik vaak op heren die reeds lang bezet zijn, kids hebben, iets gepresteerd hebben in deze wegwerpmaatschappij, en dus goed in hun vel zitten. Mijn vriendinnen vallen ook vaak op mannen die eigenlijk not done zijn. Ergens zijn wij als vrouw dus enigszins erger dan mannen. Ik noem dat steevast opportunisme:

Een opportunist is een persoon die niet handelt op basis van principes, maar in elke situatie kijkt naar wat de meest gunstige houding is om tot het grootste persoonlijke voordeel te komen. Meestal wordt dit door de omgeving niet als iets positiefs ervaren. Het woord komt vaak voor in politiek jargon.

En ik vraag me af, of dat er vanaf jongs af aan al wordt ingehamerd, of wij vrouwen dat dat meekrijgen door het kijken naar tv-series als Dallas en Dynastie, ooit, bijvoorbeeld. Maar diezelfde opportunist weet niet hoe duurzaam relaties aan te gaan.

En tja, ik zou ook gewoon liever rijk zijn dan sexy, maar ja, het is zoals het is…