Ik kan me een tijd herinneren dat ik nog behoorlijk aardig kon tekenen, op dat lyceum. Kon dat trouwens úren vroeger: doodlen. Kreeg geheid standjes van leraren dat ik mijn aandacht niet bij de les had. Vreemd dat, want niet dat het iets zegt over hoe men auditief betrokken lijkt. In wezen, leer je juist multitasken. Dat terzijde.

Ons hondje, Cindy, de vijftienjarige Shitzu die doof en blind was, hebben we afgelopen vrijdag moeten laten inslapen. Helaas. En natuurlijk denk je dan, het was maar een beest. Ze wordt echter danig gemist. Dat vrolijke aan komen huppelen met die pittige nageltjes die de vloer aantikten vanuit de gang. Haar dwingende blaffen als ze bij mijn binnenkomst nog geen koekje had gekregen. Die eigenwijze snuit. Ik mocht willen dat ik daar een tekening van gemaakt had. En niet alleen van haar, ook mijn eerste set katten die inmiddels zijn vervlogen, zeg maar. Het waren wel degelijk karakters, immers.

Ik wilde nu plots dat ik dat had vastgelegd. Niet als op een foto, maar zoals mijn eigen sketch zou zijn. Een beetje van het beest, en een beetje van mij. En dus vraag ik me nu af, of ik het tekenen werkelijk verleerd ben? En waarom ik nooit eerder op het idee kwam om mens en dier, die een markante herinnering waren, voor het eeuwige vast te leggen via mijn eigen sketches. Plop. Idee. Fixe.

(Dag 3: En nee, ik rook nog steeds niet. Edoch, heel af en toe weet ik mijn e-sigaret in de buurt.)