Soms, echt heel af en toe, denk ik dat ik toe ben aan vakantie. Het zal er dit jaar hoogstwaarschijnlijk niet van komen. Om dat voor mezelf te rechtvaardigen, duikel ik even in gedachten terug. Naar vakanties die het nét niet waren. Of liever, ik herdenk momenten tijdens zo’n overigens best wel toffe vakantie.

Je-weet-wel, dat je in het vliegtuig zit, en achter je een baby aan het blèren is, of andere kids te luidruchtig aan het spelen zijn. En dat je ze daarop wil aanspreken door te vragen of ze niet op de vleugel kunnen gaan spelen?! Totdat je een boze blik gewaar wordt van de ouders van de betreffende kids. Dan helpt het niet als je schertst: “Geintje?!”
Die mensen begrijpen kwinkslagen niet, denken dan vermoedelijk dat je niet van kinderen houdt. Maar dat is natuurlijk niet het geval. Integendeel, zelfs. Ik ben dol op kids. Andermans kids. Op afstand. En zolang ze niet op het topje van hun stembanden krakelen.

Maar ik dwaal weer eens af, vakanties… Momenten.

Ik kan me die keer herinneren dat ik een all-inclusive vakantie boekte in een leuk resort in Turkije. En daar dat moment was dat een behoorlijk gezette Rus voor mij, aan het buffet, alle aardbeien en drie keer de normale hoeveelheid slagroom op zijn bordje kieperde. Toen ik na de avonddis zijn tafel voorbij liep, bespeurde ik dat hij nog niet eens een kwart ervan had genuttigd. Om maar niet te spreken van die volgende ochtend, toen ik een biertje bestelde aan de bar. (Tja, want tijdens vakanties bestel ik dus gerust des morgens reeds een biertje.) En diezelfde Rus voordrong met zijn cocktailbestelling. Heel ergerlijk, die rijke Russen op vakantie op eenzelfde locatie.

Of die keer dat ik in Frankrijk was, een Fransman mij notabene de weg vroeg en ik in mijn beste school-Frans zo goed mogelijk aanwijzingen trachtte te geven. En hij zich omdraaide en wegliep. Zonder dank-je-wel. En dan die keer in dat zwembad, ook in Frankrijk, toen ik nog iets jonger was, en een Franstalig persoon tegen me aan begon te kletsen, waarop ik antwoordde met: “Je ne parle pas Francais!” Waarop hij nog langer doorging met babbelen, terwijl ik er niets van verstond. Uiteindelijk moeten mijn vragende wenkbrauwen hem wel gealarmeerd hebben, want plotseling draaide hij zich om en zwom verder. Fransen! Ik begrijp ze niet. Of zal ze nooit begrijpen!

En dat ik een dag straal chagrijnig vanwege vrouwelijke perikelen uit onze camper stapte in Wales. En een stokoud dametje me benaderde, me op de schouders klopte en zei: “It’s a luv’ly day, today, luv!” Dan zak je toch gewoon door de grond? Hoeveel kan een mens handelen, immers?

Nee, wat dat betreft blijf ik liever thuis, om weer eens diep terug te memoriseren. Om mijn gedachten vleugels te geven, wat ik nu toch weer voor een blogpost kan afleveren…