Soms moet je vechten. Al word ik daar zo langzamerhand wel eens moe van, want het lijkt er verdomd veel op, dat je jezelf steeds opnieuw moet bewijzen. Of noem het jezelf laten gelden, zo je wilt. En zo’n schermutseling, daar kom je dan niet geheel onbeschadigd uit. Daar doe je ook iets mee. Het wordt een soort rugzakje wat je in je onderbewuste opslaat. En van tijd tot tijd breekt dat weer los.

Daarnaast bestaat er synchroniciteit. Op het moment dat je dat rugzakje even aait en je fysieke wonden likt, geschiedt een wonder. Een ontmoeting.

Opeens kan ik bijzonder hysterisch lachen, nadat die warme tranen door zijn tedere hand werden opgedroogd, als de ironie dan tot me doordringt…