Soms kijk ik heel diep naar binnen en dan bedenk ik me, dat ik als mens best oppervlakkig leef. Ik wil daar dan iets mee. Ik wil iets betekenen voor een ander. En vooral in het kader van de berichten over eenzaamheid in den lande, denk ik dat die ander best een beetje tot hulp kan zijn. Ik heb me dus aangemeld bij een zorginstelling waar veel wordt gewerkt met vrijwilligers die als soort van ‘buddy’ werken. En heb in de loop van volgende week een kennismakingsgesprek. Dat voelt voor mij min of meer als sollicitatiegesprek, maar dan beetje anders. Ik laat mijn gedachten hieronder even ‘los’.

Mijn carrière als vrijwilliger is reeds riant. Ik begon bij de Dierenambulance maar nadat ik hun busje total loss heb gereden, want reeds voor het eerst weer in een schakelwagen terwijl ik een automaat gewend ben, voelde ik teveel schaamte om dit voort te zetten. Ik heb in het regionale ziekenhuis gewerkt als voedingsassistente, op een afdeling van terminaal zieken. Waarschijnlijk hoef ik er niet bij te vermelden hoe zwaar dat was. Vooral omdat we, hurry up, door moesten gaan, en er maar nauwelijks tijd was voor een individuele babbel. Ik heb voor Amnesty International de regionale website in Joomla ingericht en overige hand- en spandiensten gedaan. Ik heb voor meerdere instanties gecollecteerd. Ben ook nog in gesprek geweest met de Voedselbank-piepels om hun regionale website te verbeteren, lees: vertalen, naar de hedendaagse trends/responsiveness.

Wat ik zie en wat ik voel dat ik moet doen, is aldus meer betekenen voor een ander. En zelfs daarin kan ik twijfelen, want hé, ik ben zelf ook maar een mens.

Die innerlijke roeping zit ‘m in het kader van groots willen leven, en dat heerst vooral op momenten als dit waarin ik alles heel kristalhelder kan zien. En zo af en toe, komt dat naar boven kakken. Ergens diep in mij schuilt een verbeteraar, kennelijk, die ambities heeft voor een mooiere en leefbaarder wereld. En een plek waarin ik kan bloeien en groeien, samen met die ander.