Van de week werd ik liefst vijf tot zes keer een ‘held’ genoemd omdat ik een probleem even snel oploste als dat het opdook. En het gekke was dat het niet geheel tot me doordrong. Ik sta er ook niet – te lang – bij stil. Misschien dat ik het te snel relativeer omdat ik maar al te goed weet dat die andere duizend en één zaken nog niet helemaal op orde zijn in mijn leven. Toch vind ik het van de maffe. Het is alsof je even slikt en weer doorgaat.

Het lukt me dan ook bijna niet om zo’n compliment dankbaar in ontvangst te nemen. Ik wijt het altijd aan het weer, zeg maar. Of ik moet er zo nodig bij vertellen dat, tja, ik het probleem even had GeGooglet. Dan nog, moet je weten wat de zoekopdracht precies moet zijn en hoe je de juiste oplossing inzet. Ik bedoel maar.

Ik kan ook tamelijk chagrijnig worden als één – luttel – ding(etje) dan niet wil vlotten. Of als iemand iets totaal onverwachts roept waar ik met mijn hoofd niet bij kan.

Wij vrouwen zijn vreemde wezens. Ergens. We voelen, diep, aan. We staan bijna altijd voor die ander klaar. Maar als het erop aankomt voor onszelf te zorgen, als in de diepte ingaan en jezelf ook ‘es lief te bejegenen, dan zijn we er niet. Dát hebben we niet geleerd.

Het is ons ook niet goed aangeleerd, zoals tijdens onze scholingsperiode. Dat je eigenschappen kunt vermelden, zowel de goede als de slechte, tijdens een sollicitatiegesprek. Ik zit dan altijd vreselijk te dubben. Hoewel het me wel steeds beter afgaat om een nadelig puntje ook om te denken naar het positieve. Maar daar blijft het dan ook bij.

Daadkracht en veerkracht is sowieso altijd ten overvloede aanwezig binnen ons tengere gestel. Maar vind maar eens iets wat die ander net ontbreekt waardoor je er bovenuit springt. Roepen dat je zo’n harde werker bent maakt geen indruk meer tenzij je er een komisch voorbeeld bij kunt benoemen.

Soms heb ik dus danig behoefte aan een soort van heropvoedingscoach. Iemand die je leert te bluffen als het nodig is, want hee, ja, zo zie ik dat. Complimenten met een dankjewel accepteren lijkt voor mij een spelletje blufpoker te zijn. En daar moet ik wat vaker – en met een glimlach op mijn gezicht – in oefenen…