‘Jij hebt zó’n uitstráling!’ riep A. mijn hooggewaarde collega in onze stamkroeg van destijds. Ik vroeg me toen al af of dit hét vervangende signaal was dat mensen je niet rechtstreeks durven te vertellen dat het wel nooit zal klikken met een vent. Maar goed, we waren op pad, het Haarlemse Jazz festival roelde en de mannen waren niet veilig. We namen ze in de zeik. We flirtten er vrolijk op los. En man, oh man wat hadden we een lol. We leefden daarvoor. Het was of hun of wij, maar wij wisten wel beter.

Die tijden, die mis ik. De opmerkingen van toen, die ben ik niet vergeten.

Het ongegeneerde stappen met dames die op eenzelfde niveau denken. Dat samen kunnen klagen, kunnen scrummen, elkaars plannen overwegen en die veer bij elkaar erin steken. Elkaar ongezouten de waarheid vertellen. De ruzietjes, de schermutselingen en als we echt in zak en as zaten dat léven met een hapje, drankje en babbels overkomen.

Er is veel gebeurd sindsdien. De dames zijn allen een andere richting uitgegaan. Namen ontslag, verhuisden, trouwden alsnog, begonnen een hectisch nieuw leven. Elders.
Ook ik ben onverwachts een heel andere richting uitgegaan. Als je mij tien jaar geleden had verteld dat mijn leven er nu zo zou uitzien had ik waarschijnlijk met mijn wijsvinger richting je voorhoofd gewezen. Dat ik koos voor een vrij technisch beroep vrouwzijnde. Ik bedoel ooit was ik dat vrouwtje met niets anders dan de wens die geschikte peer te vinden waar ik een gemoedelijk en vooral gezellig leven mee zou opbouwen. Die wens heb ik gek genoeg laten varen. Voornamelijk omdat ik mezelf de tijd en moeite moest getroosten om zelf dat mens van vlees en bloed te worden. Noem het volwassen wording. Noem het keuzes maken.

Ik verwijt mezelf vaker dan ooit dat verwaarlozen van een wekelijks uitstapje naar een stamkroeg. Verdomd als het niet waar is, dat die kroegverhalen me misschien een beetje beter op het rechte pad kunnen houden.

Ik verwijt mezelf ook dat ik geheel opga in het veilige van Social Media op afstand. Er is een reden voor. Niet goed genoeg, maar het leeft wel heel sterk bij me.

Ik verzuip tegenwoordig altijd een beetje in de groep. Het is net alsof ik mezelf ondergeschikt maak aan de rest. Al denk ik ook dat het deep down een beetje afhankelijk is van het introvert zijn, hoewel ik van tegenovergestelden aan elkaar hang. Soms ben ik ook giga-extravert, maar dat is meestal als ik alleen ben. Pas dan besef ik dat ik er zelf op uit moet om die ander te benaderen. Het komt van twee kanten immers. Dat blijft zo.

Niet soms maar meestal dus denk ik dat ik dringend aan een stamkroeg toe ben. Dat is ’s morgens als ik dat ludieke verhaal wil bloggen. Dat zijn van die momenten dat ik me afvraag of mijn leven wel interessant genoeg is. Then again. Dat te kunnen beschrijven en tot deze conclusie te komen was het alles al waard…