Politiek, religie en geld zijn drie onderwerpen die ik stelselmatig als de pest mijd als het aankomt op het schrijven van blogposts. Zo riep mijn opa zaliger al dat je never nooit niet in de problemen zou komen als je jezelf weerhoudt over die drie onderwerpen openlijk een mening te hebben.

Het stuit me weleens tegen de borst, moet ik eerlijk bekennen. Als rechtgeaarde blogger vind ik dat ik in de basis juist die lans wél moet breken. En niet alleen ik, de rest van de wereld ook.

Dat je leest dat in sommige werelddelen bloggers zich verplicht moeten registreren. Waarom spring ik niet op de barricades voor die mensen? Ben ik soms laf? Moet mijn steun aan Amnesty International toereikend zijn of kan ik méér doen?

Dit is een zeer subjectieve gedachte, denk ik nu net. Hoe objectief ben je als blogger in staat om te denken, te schrijven, door het leven te cruisen zonder al teveel kleerscheuren? Then again, het leven mag best wat spannender af en toe. Maar is dat het soort spanning wat je vrijwillig wil toelaten in je leven?

Ooit, tijdens een opleiding hield ik een presentatie in het Engels, en toen al koos ik ervoor Amnesty International als onderwerp te nemen. Eén van de eerste cruciale opvattingen van die organisatie is dat ‘agressie meer van dát oproept’. En dan peins ik verder over hoe je wel heel goed in staat moet zijn om met dat soort heikele eigenschappen om te gaan.

Dat je innerlijk vredelievend – als een soort van Dalai Lama – genoeg bent om negatieve krachten om te buigen en vanuit jezelf een soort van ‘savoir vivre’ bereikt dat het je niet deren kan. Dat het je persoonlijke sfeer niet zal aantasten. En dat je innerlijk altijd op dat serene niveau kan blijven als een brave zweefteef.

Dat je soms die blogpost wel schrijft, maar dat je wijsvinger zo’n twintig minuten boven de publiceerknop blijft hangen, omdat je weet, voelt, en beseft dat je maar een mens bent en ook ergens wat van vindt.

Het is net als die vrijdagavonden op Twitter, als we met z’n allen onze meningen vrijelijk spuien over dat tv-programma. Soms denk ik dan wel eens, eigenlijk ben ik helegaar niet geïnteresseerd in wat die ander ervan denkt, al roept iemands humor wel op dat je je vereenzelvigt met die ander.

Met andere woorden: soms vraag ik me diepzinnig af of die ander wel zit te wachten op waar ik over blog. Om het volgende moment weer van gedachten te veranderen omdat juist die herkenbaarheid van ons menszijn de ervaring rijker en leuker maakt. Zo wik en weeg ik wat af hoor.

De weegschaal – lees: mijn brein – is voortdurend aan het speuren naar grenzen. Verleg ik die? Of blijf ik binnen de kaders van gezapige bourgeoisie? Wat is veilig? Wat niet?

Soms denk ik daardoor wel eens aan de eindigheid van mijn bestaan. Wat wil ik eigenlijk op mijn gedenksteen hebben staan? Om dat gelijk weer te relativeren en erom te kunnen lachen. Bijna alsof ik mezelf toespreek als in die commercial:

“Komt wel goed, schatje!”