Terwijl we in het restaurant zaten vloog de zwarte brigade als in bediening ons voorbij. Ze waren vriendelijk en droegen vrijwel een continue glimlach op hun pokerface. Maar elke keer dat ze tegen die keukendeur aanschopten om hun handen vol gebruikt servies niet te hoeven benutten, voelde ik intuïtief aan dat ze baalden van hun werk. Soms ook hoor je flarden van gesprekken of kon je liplezen wat de gesprekken tussen de bediening was. Liefst had ik in het hoekje van de keuken gezeten om te horen wat hun vriendelijk bedienbare gezichten ons niet vertelden.

Ik kan altijd intens genieten van die dubbelzinnigheden. Aan de ene kant weet je dat je te maken hebt met service- en dienstverlening. Die andere kant laat me altijd weer afvragen wat het mens erachter doet en graag zou willen. Met andere woorden; je krijgt altijd weer het gevoel dat die mens liever ergens anders zou zijn. Iets anders zou willen doen. Alsof ze een beetje het slachtoffer zijn van hun situatie, terwijl dat nooit wordt uitgesproken.

De garantie of veiligheid van je baan zorgt ervoor dat je min of meer functioneert alsof je geen mens maar robot bent. Je hebt wel een keuze, maar die laat je even voor wat het was. Je moet immers aan het begin van de maand je hypotheek of nieuwe wasmachine kunnen betalen. En dus gedraag je je zoals het die ‘employee van de maand’ betaamt.

Ik deed dat vroeger ook. Pas recentelijk ben ik me ervan bewust geworden dat ikzelf de keuze heb. Je zet je leven op de rit of niet. Je kunt je afvragen wat die ander werkelijk voor je voelt of genoegen nemen met de innerlijke wijsheid dat je het antwoord niet echt hoeft te weten. Omdat je innerlijk zoveel kracht hebt dat je genoeg van jezelf houdt. Keuzes, keuzes, keuzes dus.

Hetzelfde geldt ook mijn idee fix dat ik meen alleen te kunnen schrijven na een uurtje of vijf ’s morgens. Dat is bull natuurlijk, en ook weer die keuze. Ik kan op elk gewenst moment van de dag schrijven. De deur staat altijd open, maar ik loop er steeds opnieuw weer aan voorbij…