Het was een tijdje leuk. Grof taalgebruik. Het idee dat je alles zomaar kunt roepen. Dat je alles wat nog vóór je tong ligt ook uitspreekt. Vooral als het lekker bekt. En je taalgebruik voorzien is van de grappigste scheld- en tierwoorden. Liefst zelfbedacht.

Daar is een term voor, naar ik meen:

Lalochezia ~ The use of vulgar or foul language to relieve stress or pain.

De laatste tijd heb ik het er helemaal mee gehad. Ik ben er klaar mee – wat ook zo’n leuke uitdrukking is – vast ook bedacht door een cabaretier. Eruit met die gruwelijke waarheden die altijd weer ver-persoonlijkt zijn. Dat platte gezwets, dat onbehouwen en platvloerse van volmaakt vreemden die denken alles te kunnen roepen wat ze zelfs maar denken. En dat niet alleen op Sociale Media.

Wat cabaretiers à la Youp van ’t Hek zo leuk kunnen én mógen is niet voorbestemd aan de rest van de wereld. Ik vind dat we dat Kunstje maar bij hun moeten laten, zodat er een duidelijk onderscheid is en je die ook dúrft te maken.

Misbruik van je taalgebruik is niet louter machtsmisbruik, maar breekt ook het beeld van je presentatie stapsgewijs af. Men zal zich dat laatste voor altijd herinneren. Omdat je van jezelf weet dat je eigenlijk niet grappig bent zonder gemeen te zijn en dat die ander dát wezenlijk als de grootste grap beschouwt. Je bent, after all, ook maar een mens van vleesch en bloedt.

Ik kan soms ongelooflijk verlangen naar de tijd dat men weer een normaal rustig gesprek heeft waarin beleefdheid en welbespraaktheid de boventoon voeren. Waarin respect en wellevendheid je kracht geven. En waaruit blijkt dat je humor hebt dat niet ten koste gaat van die andere mens. Think about it. Het is niet zo moeilijk als het lijkt, maar niet onmogelijk…