Het was druk en er hing een chaotische sfeer op kantoor. Met een wat geïrriteerde houding schudde ze die atmosferische omstandigheden drastisch van haar Assistente eigen schouders af. Ze had veel te doen vandaag, minstens vijf notulen van vergaderingen uit te werken, waar ze als een berg tegenop zag.

Ze hield niet zo van die maandag-vergaderdag die ze binnen dit bedrijf hadden ingevoerd. Nog minder van de druk er nog iets degelijks van te maken, wat iedereen ook daadwerkelijk zou lezen. En ow ja, ze moest nog minstens dertig beoordelingsgesprekken inplannen in alle agenda’s, wat beslist niet makkelijk zou worden met de uithuizigheid van de heren. En ze zamelde ook nog geld in voor de afscheidscadeautjes van collega’s die de overname van het bedrijf vóór wilden zijn. Het zou nog wat worden om voor al die mensen met een leuk gedenkje op de proppen te komen. Ze had er zelf immers op deze manier ook niet veel zin meer in.

Eigenlijk vond ze dit werk maar niks. ’s Avonds kwam ze doodmoe thuis, en voelde niet echt dat ze iets wezenlijks had gepresteerd. Er was absoluut geen voldaan gevoel. Integendeel, ze vond dat ze tegen de bierkaai, haar eigen bierkaai, aan het vechten was. Vandaar dat ze haar functie dan ook spottend ‘typegeit’ noemde, vooral omdat haar manager haar had opgedragen zelf haar eigen functie-omschrijving op te stellen in verband met de op handen zijnde kwalificatie-status van deze onderneming.

Naast haar zat kwebbelkous T. oneindig oninteressant te babbelen over de slechte verhouding die ze mocht onderhouden met haar schoonmoeder. Met een half oor, maar meer gefocust op haar werk, knikte ze af en toe dat ze het begreep. Dat ze luisterde. Meeleefde. Maar eigenlijk kon het haar geen moer schelen. T. was geen makkelijke tante en had op iedereen wel iets aan te merken, getuige de middelvinger die ze regelmatig liet zien achter de rug van haar managers om. Meer dan eens had ze een poging gewaagd nog iets van respect en opvoeding in de donder van T. te krijgen. Maar T. had het veels te druk met zichzelf om in te zien, dat het belang van het hebben van een goede baan niet te verwaarlozen was.

Dus schonk ze nog maar weinig aandacht aan T., die vervolgens haar best deed verscheidene geruchten van mijn verhouding met een van de andere collega’s in het leven te roepen. En koffie, daar kon ze ook naar fluiten. T. haalde alleen nog koffie voor zichzelf. Collegialiteit was ook zo’n dingetje voor haar. Een zweepje zou waarschijnlijk niet genoeg indruk maken, al had ze zich vaak voorgenomen het op haar te hanteren. Ooit.

R. kwam binnen en vroeg quasi-geïnteresseerd of de dertig voortgangsgesprekken al klaar waren. ‘Ja hoor, R.!’ dacht ze. En wierp hem in gedachten ook een middelvinger toe, achter zijn rug. Maar natuurlijk antwoordde ze dat ze er mee aan de slag was, en het naar verwachting binnen 3 dagen klaar zou zijn. R. glimlachte vriendelijk en zei dat hij hield van haar slagvaardigheid en duidelijkheid. En verliet de kamer. Ze keek T. maar even niet aan. Die zou waarschijnlijk groen en geel van jaloezie de volgende slag om haar oren zitten te bedenken.

De volgende dag werd ze wakker met een rothumeur en zwoer aan zichzelf dat ze per direct ontslag zou nemen, per minuut, als er weer gevraagd zou worden naar de status van de voortgangsgesprekken.

Het was klokslag negen uur toen de bom viel. Haar eigen voortgangsgesprek was om die tijd, en wat ze min of meer had gevreesd vanwege de slechte resultaten van dit bedrijf, werd waarheid. Haar contract, zoals alle andere contracten, werd opgezegd. Ze kon nog een maandsalaris extra verwachten, en toedeledoki.

Bijna huppelend liep ze naar buiten. Ze zou hier geen traan om laten. De toekomst lag nu open. Wijd open. En ze wist waar ooit een deur dicht zou slaan, er weer een ander raampje zich zou openen…