Ik fiets niet, nee maar rijd wel een auto, zelfs naar mijn moeder die om de hoek woont. Mijn excuus, ik vind het te koud nog. Ik wandel wel, steevast elke dag een half uur. Het maakt me niet uit hoe koud het ook is. Als was het om mijn stramme rug even wat flexibiliteit te bieden. En ow ja, ik heb dat abonnement op een sportschool, maar kom er nooit. Al word ik er wel maandelijks aan herinnerd als de automatische incasso verschijnt op mijn konto. En echt, dan schaam ik me diep. Voor twee luttele seconden.

Anyhow, op dat pad in het enge bos zag ik gisteren een huis te koop staan. Ik zag mezelf daar al helemaal zitten, in die tuin met uitzicht op het water even daar verderop. Ik droomde er even dieper in weg. Ik zou twee honden nemen, die ook kunnen fungeren als vloerkleed in de vorm van Newfoundlanders. De tuin zou ik op de meest Japanse manier inrichten met een sereen vijvertje en ditto standbeeld als fontein. Echt, terwijl ik wandelde, had ik dat huis al helemaal ingericht, opgetogen en klaar voor gebruik.

Ergens heb ik nog altijd dat idee, dat ik samen met moederlief zo’n huisje aanschaf. Ik de bovenverdieping, zij beneden. Al moet ik daar voor mezelf wel wat kanttekeningen plaatsen. Mijn moeder en ik zouden elkaar eens de tent uitvechten. Want wij kunnen goed door één deur samen, maar zijn aan elkaar gewaagd qua temperament, zeg maar. En hoewel onze beide appartementen heerlijk dichtbij een supermarkt liggen, wat dus vooral ’s winters voor gemak zorgt, het wonen in een flat komt toch nét niet in de buurt van een huis.

En terwijl ik dit zo schrijf, zie ik zelfs mijn feline vriendjes genieten van de vrijheid daar. Al jagend op vogels in en nabij het water.

Had je mij gezegd, tien jaar geleden, dat ik zo’n plek nu zou ambiëren, dan had ik met mijn wijsvinger naar mijn voorhoofd gewezen. Verwonder me wel vaker over dat soort verrassingen. Nog even, en ik zou spruitjes eens lekker gaan vinden, zeg…