Stel, je ontmoet iemand en die persoon maakt een fijne en leuke indruk in eerste oogopslag. Je praat met die ander en het lijkt alsof je dan veel gemeen hebt, terwijl je intuïtie je eigenlijk iets anders vertelt. Die ander overrompelt je door een klaterende waterval van woorden en zo word je bij de neus genomen. Bij dat alles wat je hoort zet je direct vraagtekens. Je blokkeert dat, die intuïtie, maar ergens blijft dat aan je knagen. Je wil er niets van weten, immers.

Het overkomt me meer dan eens, dat stuiterende enthousiasme als ik nieuwe mensen leer kennen. Dat je bepaalde gezegden en spreuken van die ander dan voor lief neemt, terwijl je later denkt, waar heb ik me mee ingelaten? Die persoon hoort zichzelf – te – graag praten, heeft wezenlijk geen interesse in jou. Was die klik er werkelijk? Of is het je opgedrongen? Of dacht je, dat iedereen z’n fouten mocht maken en ook maar mens is? Ik worstel altijd met die drie laatste hink-stap-sprongen.

Al weet ik dat mijn intuïtie zich later altijd weer roert en zegt: ‘Zie je wel?’ Dan pas geef ik die ingevingen de kans zich te uiten. En weet ik weer precies waar de schoen wrong. Toch eens meer aandacht aan schenken…