“Val je?” was de stomme vraag, terwijl ik gehaast binnen kwam strompelen, en trachtte onderwijl mijn broekspijpen recht te trekken. Hopend dat niemand deze ongein had opgemerkt. Ietwat geïrriteerd antwoordde ik aldus: “Nee, zo kom ik altijd naar beneden!” Ik voelde mijn rechterarm opspelen, want op het moment dat je met een gangetje van 80 kilometer naar beneden dondert, strek je die als eerste uit. Volgens mij niet eens om je val te breken, maar vooral om de aarde die met een razende rotvaart op je afkomt van je weg te duwen. En ik wist nu al dat ik ’s avonds de blauwe plekken niet op een hand kon tellen.

Het moment dat je valt – en vooral het waarom erachter – is dus altijd een volstrekt raadsel. Althans, voor mij. Ik kledder wat af, in mijn leven. Er zijn natuurlijk momenten dat je oppast waar je stiefelt, maar altijd nádat je die rotsmak maakte.

Het #WOT-woord van gisteren was:

Joker ~ 1) Bepaalde speelkaart 2) Drieënvijftigste speelkaart 3) Extra speelkaart 4) Figuur in het kaartspel 5) Grappenmaker 6) Kaart 7) Kaartterm 8) Leukerd 9) Nar 10) Narrenfiguur 11) Overscharige kaart 12) Paljas 13) Passepartoutkaart 14) Potsenmaker 15) Ridicule speelkaart 16) Schalk 17) Speciale speelkaart 18) Speelkaart 19) Wildcard

En wat me dan bijzonder ergert: de vragen die men je stelt op zo’n moment suprême. Volgens velen zal daar een stukje empathie bij komen kijken, maar meestal – en dan ga ik af op mijn eigen lachuitbarstingen op de verkeerde momenten – is het toch een verkapt absoluut niet willen lachen om de consternatie.

Maar goed, als je goed kijkt naar jezelf, bespeur je dan dat je iedereen vóór zal zijn door zelf maar te lachen. En niet omdat je het zo leuk vond allemaal, dat vallen of de joker spelen, maar gewoon omdat je even niet wil tonen dat je net weer dat ene beetje dichter bij je eigen dood kwam…

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag kiest Martha een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.