Het was een wat druilerige vrijdagochtend in september zo’n twintig jaar geleden. Ik nam nog een kopje koffie, want koffietijd. Onderweg naar het apparatus terriblus ging de bel. En ik opende de deur waar ik een buurman aantrof. Hij keek nogal sip. En vroeg me of hij misschien even binnen kon komen.

Voordat hij die morgen de boodschappen zou doen in het nabijgelegen winkelcentrum, moest hij eerst nog even pinnen bij de bank. Daar werd hij overvallen, met zelfs een klap op zijn kop toe. Zijn portemonnee, paspoort en rijbewijs, alles werd gestolen.

Dat verhaal kwam goed binnen en ik slikte het als zoete koek. En in de wetenschap dat het weekend voor de deur stond, bood ik hem (?!) aan, even geld te gaan pinnen en hem dan zo’n vijftig Euro te brengen. Hij keek wat kritisch, deze oogverblindende man, want het weekend stond immers voor de deur. En zijn vrouw en twee dotten van kids moesten toch eten. Dus zonder haperen bood ik hem het bedrag te verdubbelen en dat later te overhandigen. Ergens was ik wel gealarmeerd genoeg om niet samen het bedrag te gaan pinnen, dus intuïtief had ik wel degelijk een seintje gehad. Ik luisterde er alleen niet naar.

Het #WOT-woord van vandaag is:

Charlatan ~ 1) Bedrieger 2) Beunhaas 3) Beunhaas (pol.) 4) Dilettant 5) Knoeier 6) Kwakzalver 7) Marktschreeuwer 8) Oliekoop 9) Oplichter 10) Opschepper 11) Praalhans 12) Windbuil 13) Wonderdoener 14) Wonderdokter 15) Zwendelaar 16) Zwervende kwakzalver

Hoezo goedgelovig schaap dat ik was? Ik had na moeten denken over de kabel die vanonder zijn voordeur naar de algemene elektrakast verderop in de gang liep. Maar deze vent was jong. Knap. Gezellig. Hij toonde interesse in de mens achter mij. Ik zocht – ondanks dat ik wist niet samen met hem het bedrag te gaan pinnen – niets achter deze stunt.

Toen hij op de afgesproken dag het geleende geld niet terug kwam brengen en de daarop volgende dagen ook niet, werd ik toch ietwat giftig. Tot een week later reageerde men dagelijks niet op de deurbel, maar kwam ik hem tegen bij de lift, met een wat oudere man in zijn kielzog. Waarschijnlijk zijn vader. Ik sprak hem luid aan, want boos. En ik zei dat ik hem zou blijven lastigvallen totdat hij mij het geld terug zou geven. De wat oudere man schudde driftig zijn hoofd, maar zei niets.

Binnen het uur kwam zijn vrouw mij het geld terugbrengen. Ik opende de deur, en zijn vrouw duwde me een envelop toe. En was gelijk weer pleite. Bijna drie maanden later was het gezin vertrokken uit dit complex. Van zijn overbuurman hoorde ik toen pas dat hij gokverslaafde was, en behoorlijke schulden had opgebouwd.

Steeds dacht ik terug aan zijn vrouw die dat moment dat ze me dat geld kwam terugbrengen een prop moest wegslikken. Hoeveel eten en drinken, en normale omstandigheden, had haar man haar immers ontzegd vanwege zijn verslaving?

Gedurende dat hele proces heb ik minstens tien keer nagedacht of ik bezig was iets stoms te doen. Elke keer wist mijn ‘verstand’ me te overtuigen van het nut van jezelf opofferen voor een ander in nood. Tegenwoordig glimlach ik vriendelijk bij zo’n triest verhaal. Ik roep dan dat het heel vervelend en naar is en hoe men het zelf denkt op te lossen. Dat is wel de meest volwassen versie van de goede fee die ik soms meen te moeten zijn…

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag kiest Martha een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.