We hadden een klant ooit en als die de winkel binnenkwam presteerde hij het altijd net iets minder centjes in zijn portemonnee te hebben wat het geprijsde artikel kostte. Dat zuigt. We zijn in Nederland niet zo van het onderhandelen. Toch flikte die man het altijd weer. En mijn vader trok dan helemaal wit weg omdat hij geacht werd de confrontatie met zo iemand aan te gaan voor het luttele bedrag van bijvoorbeeld 15 cent. Hij was eerder genegen om het er maar bij te laten zitten.

Dat trekje heb ik van vaderlief overgenomen. Ik kan er absoluut niet tegen als men het absolute onderste uit een kan wil halen, terwijl men er nooit bij stilstaat of en hoe daar een beloning tegenover zou moeten staan.

Het #W(rite) O(n) T(hursday)-woord van gisteren was:

Irritatie ~ 1) Aanstoot 2) Branderigheid 3) Ergernis die branderig aanvoelt (crypt.) 4) Ergernis 5) Geraaktheid 6) Geprikkelde stemming 7) Geprikkeldheid 8) Korzeligheid 9) Kriebels 10) Misnoegen 11) Ontstemming 12) Prikkeling 13) Prikkels 14) Verbittering 15) Verontwaardiging 16) Wrevel

Service is cool. Dienstverlening ook. Maar… ik vind dat er op een gegeven moment niet voorbijgegaan moet worden aan een schier eindeloze inzet van die ander. Dat heeft natuurlijk alles te maken met een verwachtingspatroon van beide mensen. Men kan het wel meer dan normaal vinden dat die ander zomaar alles doet en niet snappen of er niet bij stilstaan dat die ander stilzwijgend hoopt op beterschap. Stilzwijgendheid is dus nooit okee.

Je zult over en weer verwachtingen uit moeten spreken. Duidelijk zijn. En daar heb ik toch altijd weer wat moeite mee.

Somtijds kriebelt het (te) vaak onderhuids en laat ik de irritaties in mijn directe omgeving los. Ooit ga ik het leren. Dan stel ik wél mijn grenzen…

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door mij, vervolgens Hendrik-Jan de Wit en nu dus Martha Pelkman.