Soms vraag ik het me af, of ik het nog wel kan. Dat mensen aan het lachen maken. Dat leerde ik van dag één van dat moment toen ik mijn moeder voor het eerst liet lachen. En het is zowat de enige interactie, waar ik iets mee kan. Het is ook de meest oprechte interactie die je maar kan krijgen. Een glimlach als antwoord. Het is onvervalst, want ik denk niet dat men zo beleefd is dat men maar lacht als antwoord. En men roept dat die verrekte humor op straat ligt. Altijd. En hoe wrang ook, ik zie het nog steeds liggen.

Daarnet besefte ik hoe erg ik het vind te moeten ‘wachten’, maar zelfs dat is humor. Want het weten, het feit dat ik zou mogen losgaan, op God weet wat waaraan ik zou kunnen ‘prutsen’, vervult me altijd weer met een bepaalde moed.

Het #WOT-woord van vandaag is:

Prutser

Van de week nog, zei iemand tegen me, zelf een site niet te durven aanpassen omdat ze angst had dat het niet meer zou werken. Die angst ken ik n.i.e.t. Van websites maken heb ik juist geleerd, dat er niets eerlijkers is als coderen (Code is Poetry ~ red.: Slogan WordPress.org). Als je de verkeerde commando invoert, werkt het potjandikkemedosie niet. Dus begin je opnieuw. En dat is pas eerlijk. En een directe beloning als het wél werkt, want je wil toch dat het wél werkt?

Voor wie webdesign eigenlijk niet van toepassing is; ooit nam ik paardrijlessen. En werd ik er geheid afgeworpen tijdens een prachtige galoptraining. Ik vroeg mezelf niet af, waarom dat paard mij zo laatdunkend op mijn achterste deed belanden, zo pal voor zijn hinnikende paardenhoofd. Nee, ik vroeg me af, welke verkeerde instructie ik dat paard had gegeven waardoor hij me zat werd en me van zijn rug afwierp.

Neem verantwoording voor wat je doet. En alles sal regkom.

En dus: iedereen die dat ‘prutsen’ noemt, is bij mij aan het verkeerde adres. (Zelfs die innerlijke criticus/kabouter, Martha!)

Zelfs als je ingeboren innerlijke criticus/kabouter roept, dat iets voor jou een brug te ver is; je mag leren zwemmen naar die brug toe. Dat doembeeld ‘verzuipen’ heb ik eigenlijk altijd verwaarloosd. Ik kan wel – al kost het me aanzienlijke moeite vanwege het danig ontbreken van geduld – er een nacht over moeten slapen. En dan ’s nachts wakker worden met dat fonkelende en brandende antwoord. Zelfs des nachts kan ik passende oplossingen vinden, blijkbaar.

Dankzij Pippi Langkous’ prachtige uitspraak; ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus denk dat ik het wel kán’, weet ik dat dit de enige juiste insteek is. En ook de enige waarmee je iets met een glimlach op je pokerface kunt volbrengen.

Such is life.