Mijn natuurlijke stoïcijnse ik vond vroeger dat ‘koosnaampje’ dat men me gaf (‘Kamerolifantje’) nog niet eens zo erg. Ik was nu eenmaal een stevige meid. At gewoon mijn maaltijden mee, en was niet eens zo’n snoeper, behalve als het aankwam op frietjes en overige hartige snacks. Daar werd thuis best wel op gelet, eigenlijk. En gelukkig maar.

Want tegenwoordig kan ik mensen spontaan omleggen – maar doe het toch maar niet – als ze weer eens die cliché: “Elk pondje gaat door het mondje” durven uit te spreken. Of je een spottende blik gunnen als je tijdens een oervervelende verjaardagskring een stukje worst durft te pakken. Je leest als het ware: “Zie je wel?” Dat komt dan meestal van die dames, die denken dat slank zijn een verdienste is.

Het #WOT-woord van gisteren was:

Clichés ~ 1) Afgesleten uitdrukking 2) Afgezaagd gezegde 3) Alledaags gezegde 4) Beelspraak 5) Drukvorm 6) Flauwe opmerking 7) Fotografisch negatief 8) Fotografische drukplaat 9) Geijkt taalgebruik 10) Geijkte uitdrukking 11) Gemeenplaats 12) In metaal geëtste voorstelling om te drukken 13) Nageprate zegswijze 14) Negatief van drukvorm 15) Nietszeggende uitdrukking

Nog zo’n cliché: “Je moet het een plekje geven” als iets minder leuks je overkomt of “tja, dood hoort nu eenmaal bij het leven, gewoon doorgaan”, dus je moet na drie weken beslist weer verder met je leven. Rouwen, wa’s da?

Heel zelden geef ik me over aan het doorgeven van zo’n cliché. Then again, soms is het leuk om mensen vóór te zijn. En aan te geven, dat je heus wel weet wat er van je verwacht wordt. Zodanig, dat je er een vette knipoog bij kunt geven, zodat ze het kunnen beamen met: “Precies!”. En als je je omdraait erom lachen.

Nog leuker zou het zijn om heel politiek-correct terug te gooien: “In dit beeld wat hier geschept wordt, kan ik mij niet herkennen…”

Lees daar waar ik ook deze week dit woord in de #WriteOnThursday-reeks vandaan haalde. Nog leuker is het als je meedoet…