“Wat kan ik voor je betekenen?”, vroeg mijn huisarts, terwijl zijn vragende wenkbrauw en brein alvast een inschatting deden, want ik kom hooguit tweemaal per jaar daar. Meestal voor een onbetekenend iets als een crème. Ik ben wel ooit met spit bijna binnengekropen. Dat was wel grappig, toen.

Zwijgend legde ik mijn linkerhand op tafel. Om te beginnen. Ik ben rechts. Ik wees mijn knokkels en andere gewrichten aan. En die kleuren niet alleen wat rood, maar ogen ook dik en pijnlijk. Daarna deed ik hetzelfde met rechts, en legde ook die bloot.

“Het – reuma – heerst all in the family!” zei ik erbij.
“Dat wordt onderzoeken verrichten, bloedtests en de rest. Het antwoord weten we pas daarna.”

Het #W(rite) O(n) T(hursday)-woord van vandaag is:

Pijn ~ 1) Buikpijn 2) Benauwdheid 3) Bloemen en planten 4) Boom 5) Ceder 6) Droefenis 7) Droefheid 8) Geslacht van naaldbomen 9) Gevoel 10) Jicht 11) Kegeldragende boom 12) Kruis 13) Kwel 14) Kwelling 15) Katterig zijn 16) Kramp 17) Last 18) Lichaamssmart 19) Lichamelijk lijden 20) Leedwezen 21) Leed 22) Mastboom 23) Naaldboom 24) Ongeluk 25) Onlust

Ergens is het van de bespottelijke, dat je zo aarzelt om een huisarts te bezoeken. En ik vraag me altijd af, of je wel zo gebaat bent bij een diagnose. Wordt het leven daardoor makkelijker? Nee, niet. Helderder, dat wel.

De pijn zou te verwaarlozen kunnen zijn, als het me niet zo kribbig maakt soms. Liggen, staan, wandelen. Het gaat niet van harte. En dat zou met mijn leeftijd wel moeten.

Mentale pijn is veel erger, daar is mijn inziens niet zo makkelijk overheen te stappen. Ooit in een grijs verleden heb ik dat ondervonden. Sindsdien piep ik niet meer zo snel, en wil ik er anderen niet gauw mee lastig vallen. Iedereen heeft zo z’n ding, after all.

Ik probeer er dus maar omheen te leven, en zelfs mijn stemmingen niet te laten beïnvloeden door kwellingen, maar dat is nog een heikel onderwerp. Soms straal je het qua smart gewoon uit. Dan hoef je niet veel te zeggen, men kan het bij wijze van reeds van een afstand ruiken. En het lastige ervan is dat men je ernaar behandelt. Dat hoeft mijns inziens nu ook weer niet.

Niet altijd. Soms heb ik er gewoon geen zin in om er aandacht aan te schenken, op een ander moment kan het je helpen door er even over te praten. Maar wanneer dat ietwat pijnlijke tijdstip zich aankondigt, daar is geen pijl op te trekken. Zelfs voor mezelf niet.

Ik spot er altijd maar een beetje mee. Roep erbij dat mijn ouders waarschijnlijk een vluggertje deden toen die koude winterdag dat ik verwekt werd. En na een lach, een traan, en een snik, gaan we vrolijk verder, en zetten we de schouders er gewoon weer onder. For better, or worse.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door moi, vervolgens Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.