Ik voel me als een schreeuwende in de woestijn soms. Ik doe zo vreselijk hard mijn best in dit leven. Ik vermijd struisvogelpolitiek. Los problemen één voor één en stelselmatig op, zelfs voor anderen. Ik doe mijn best er voor anderen te zijn, zoals ik weet dat anderen dat ook voor mij zouden doen mocht mijn nood hoog zijn.

Maar niet alleen persoonlijke omstandigheden maken mij ietwat timide soms. De toestand in de wereld, de meningen van alle anderen, het rekening houden mét wensen en plichten, plus dan ook nog eens die verrekte tol van het bestaan:

 

Het #W(rite)O(n)T(hursday)-woord van gisteren was:

Hulp ~ 1) Assistentie 2) Alla 3) Assistent 4) Bijstand 5) Broeder 6) Baat 7) Bediende 8) Diaken 9) Eliëfcommissie 10) Genade 11) Handreiking 12) Hulpbetoon 13) Hulpmiddel 14) Hulpverlening 15) Helper 16) Handreiker 17) Helpster 18) Heul 19) Het helpen 20) Knecht 21) Medewerker 22) Medewerking 23) Noodkreet 24) Noodoplossing (crypt.) 25) Ondersteuning

Al deze zaken leidt niet alleen bij mij tot dat té verrekte serieus zijn. Ik vraag me wel eens af, waar blijft potdorie de HUMOR? Lachen we met z’n allen nog wel eens? Zijn we ook in staat die verrekte serieusheid van het bestaan even af te wenden door een onsterfelijke grap te plaatsen, en er ook om te lachen?

Wat mij betreft is dat wel een gerichte hulpvraag aan iedereen.
Niet in de laatste plaats aan mezelf.

Dus mensen, zet ‘m op! Gooi er wat humor in. Zelfs als de situatie verlangt dat de boel in alle ernst in ’t slop geraakt, red dan de situatie met humor! Geef een serieus gesprek eens een twist door er een leuke kwinkslag van te maken. Het leven is het zó waard om gelachen te worden.

NLw0602_3

Make my day…

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door moi, vervolgens Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.