Ik had de afgelopen maanden een beetje last van FOMO (fear of missing out). Je zou er bijna een depressie van krijgen, en die continue onrustige gedachte dat je oud wordt, omdat je het allemaal niet meer wíl volgen. Naast dat gevoel van machteloosheid omtrent al die mensen die er een mening op na houden.

Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat stond hier Twitter aan, en ik checkte ook regelmatig Facebook, Instagram en LinkedIn updates. En toen arriveerde Snapchat, en dacht ik… ‘Neehee, niet nog iets erbij, want het is genoeg zo!’

Het was immers al teveel. Ik heb de Social Media knoppen even een paar weken met rust gelaten, de afgelopen tijd. En er daalt nu een wonderbaarlijke sereniteit op me neer. En geloof me, men is in het echte leven wat oprechter en zinvoller bezig.

Het #W(rite) O(n) T(hursday)-woord van vandaag is:

Machteloosheid ~ 1) Bewusteloosheid 2) Bankroet 3) Flauwte 4) Inzinking 5) Onvermogen 6) Onmacht 7) onmogelijkheid om iets te doen wat je wel graag wil

Het is leuk, Social Media, als men het gebruikt als netwerkkanaal. Te vaak echter zie ik, constateer ik, dat men dat liever ziet om ongebreideld meningen te verkondigen, specifiek met betrekking tot de politiek of andere nieuwsfeiten. Wat men dan weer ‘vrijheid van meningsuiting’ noemt.

En hoe mooi die systemen ook zijn, hoe fijn het ook lijkt om zomaar lukraak iets te roepen, het wordt heel andere koek als men in real life geconfronteerd wordt met de mensen waar het om draait. Dan zijn het plots mensen van vlees en bloed, immers. En kijk je wel uit, voordat je je in een wespennest steekt met die opinie van je.

Misschien is dat dan ook wel waar iedereen – die niets met Social Media te maken wil hebben – voor waarschuwt. En ergens, ergens denk ik dan dat ze nog gelijk hebben ook…

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord op de site van drspee.nl, waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het door moi overgenomen, vervolgens Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.